Verklaring Partijbestuur NCPN over de verkiezingen

Totale versplintering van het politieke landschap

De VVD is de grootste partij geworden bij de Tweede Kamerverkiezingen, met maar een zetel voorsprong op de PvdA. Deze uitslag leidt waarschijnlijk niet tot een stabiele regering. De buitenparlementaire strijd blijft prioriteit voor linkse mensen in Nederland.

De VVD kreeg 31 zetels, een stijging van negen zetels en zal waarschijnlijk de opdracht krijgen om een coalitie te gaan vormen. De PvdA werd met 50.000 stemmen minder dan de VVD tweede met 30 zetels en de ultrarechtse en racistische PVV van Geert Wilders steeg van negen naar 24 zetels. Bijna alle traditionele partijen werden door de bevolking afgestraft, een proces dat al enige jaren plaatsvindt. Het wantrouwen van een groot deel van de bevolking tegen de bekende politici kreeg vooral een gezicht in de winst van de PVV, de partij die zich afficheerde als anti-establishment-partij, maar feitelijk zoekt naar een eigen machtspositie in de Nederlandse politiek. Deze partij scoorde zeer hoog in de provincie Limburg ten koste van het CDA.

Waar de VVD nog negen zetels wist te winnen door te wijzen op de noodzaak van forse bezuinigingen, verloor de PvdA drie en het CDA 20 zetels. De partij houdt ongeveer de helft over: 21 zetels. Het CDA, dat de afgelopen jaren de premier leverde, werd uit het centrum van de macht verjaagd. Jan Peter Balkenende trad af als partijleider en zal ook geen deel gaan uitmaken van het parlement. Hij blijft als demissionair minister-president aan tot er een nieuwe regering is. De positie van bijna alle christelijke partijen is aanzienlijk verzwakt.

Er is sprake van een forse verrechtsing van de Nederlandse politiek. De campagne stond in het teken van de effecten van de crisis op het levenspeil van de bevolking: verlaging van lonen en uitkeringen, verhoging van de lasten en vermindering van de maatschappelijke dienstverlening. Het ging dus vooral om sociaaleconomische thema's.

Onder steeds grotere groepen van de bevolking heerst toenemende bezorgdheid en ook feitelijk angst voor de toekomst. Waar Angela Merkel in Duitsland wappert met bezuinigingen van 80 miljard euro en ook elders in Europa bezuinigingsplannen circuleren van vele tientallen miljarden euro's, wordt in Nederland uitgegaan van 29 miljard. Zoals vaker in crisistijd zoekt men naar zekerheid bij rechtse partijen. De VVD en de PVV zijn er het beste in geslaagd om de angst voor de toekomst in stemmen om te zetten. De verkiezingen toonden vooral de verwarring onder de Nederlandse bevolking.

De SP, de enige partij die enige afstand neemt van de neoliberale bezuinigingsplannen die in Den Haag circuleren verloor 10 zetels en houdt er 15 over. De links-liberale partijen GroenLinks en D66 kregen 10 zetels en de Christen Unie die deel uitmaakte van de vorige regering verloor een zetel en ging van zes naar vijf.

Moeilijke coalitieperiode

De versnippering van het Nederlandse politieke landschap is met deze uitslag groter dan ooit. Hier en daar wordt al opgemerkt dat er onvoldoende basis is om een stevige coalitie te vormen. De belangrijkste werkgeversvertegenwoordiger, Bernard Wientjes, is 'totaal verbijsterd'. Agnes Jongerius, voorzitter van de grootste vakbeweging FNV, ziet als winstpunt dat er gezien de verkiezingsuitslag niet is gekozen voor de wilde afbraakplannen, waarmee de VVD campagne voerde.

Omdat er sprake is van grote tegenstellingen tussen 'rechts' en 'links' over de vraag hoe er moet worden bezuinigd en hoeveel, zijn de mogelijkheden voor een coalitie gering. Er circuleren op dit moment enige opties voor een nieuwe regering die allemaal een hoog gehalte speculatie hebben. Er zal een lange periode van zoeken naar partners plaatsvinden. Een optie is 'Paars-plus', een coalitie van PvdA, VVD, GroenLinks en D66 (samen 81 van de 150 zetels). Maar de tegenstellingen tussen die partijen is groot. Een tweede optie die circuleert is een coalitie tussen PvdA, VVD en CDA met 82 zetels. Ook deze coalitie lijkt in de praktijk onhaalbaar.

De PVV heeft zeer aanzienlijk gewonnen (van 9 naar 24). De PVV zette vooral in op populistisch verzet tegen het establishment en vreemdelingenangst met racistische uitlatingen. De woordvoerder van die partij tracht de afgelopen periode het gezicht van 'zijn' partij te veranderen en meldt zich al dan niet serieus nadrukkelijk als regeringspartner. Een van de eerste publieke daden van deze partij is, zoals al werd verwacht, het loslaten van de eis tot handhaving van de AOW-leeftijd op 65 jaar. De rechtse partijen (VVD, PVV, CDA en SGP) beschikken over een meerderheid in de Tweede Kamer van 78 zetels. Een genoemde andere optie is daarom een coalitie van VVD, PVV en CDA (met 76 zetels). Maar ook aan deze coalitie kleven grote problemen.

De politieke verwarring en versnippering in Nederland maakt vooral de machthebbers, de grote ondernemers en hun politieke zaakwaarnemers erg nerveus. Zij willen de Europese bezuinigingsagenda snel doorvoeren. In die kringen heersen dezelfde opvattingen als bij de Duitse regering om te stoppen met Keynesiaanse stimuleringsmaatregelen en keihard in te grijpen in de lonen, uitkeringen en andere verworvenheden. Op basis van deze uitslag kan zo'n afbraakagenda alleen worden doorgevoerd met de PVV in de regering of zoals in Denemarken plaatsvond met gedoogsteun van die partij. Of de stap naar de PVV ook daadwerkelijk zal worden gezet wordt nog door veel gevestigde partijen betwijfeld. Daarom circuleren ideeŽn over een 'nationale coalitie' en een interimregering die aanblijft tot na de provinciale verkiezingen in maart 2011, waarna nieuwe verkiezingen worden gehouden.

Links zal zich de komende periode vooral moeten richten op de strijd in buurten en bedrijven en de versterking van een progressieve vakbondspolitiek. De NCPN zal haar bijdrage hieraan leveren.

Partijbestuur Nieuwe Communistische Partij-NCPN, 10 juni 2010.