download

Statenverkiezingen in teken landelijke politiek

Het lijkt onwaarschijnlijk dat de huidige regeringscoalitie een meerderheid zal krijgen in de Eerste Kamer. Het alles-of-niets-spel van Rutte en Wilders is mislukt. Vooraf werd gespeculeerd over de verkiezingen als een referendum over het regeer/gedoogkabinet Rutte. Met deze uitslag is dat van de baan. Vooral de PVV kwam tegen de verwachtingen in niet verder dan 10 zetels en bleef achter bij het resultaat van de Tweede Kamerverkiezingen.

Haar achterban blijkt even vluchtig als lucht en liet de extreem-rechtse protestpartij massaal in de steek, behalve in thuisbasis Limburg. De partij die heel hoog scoorde in de peilingen verliest elders in het land binnen een jaar een kwart van haar kiezers. Aan de andere kant van het politieke spectrum verloor de SP ook een kwart van haar electorale aanhang. De lichte groei van de VVD en het groeiende vertrouwen in de PvdA zou hiermee kunnen samenhangen. De SP heeft door haar steeds parlementaristischer opstelling veel aantrekkingskracht op de kiezers verloren. Van de traditionele middenpartijen werd alleen het CDA wederom hard afgestraft. De sociaalliberale partijen, GroenLinks en D'66, blijven rond de zeven procent van de stemmen schommelen.

Deze verkiezingen leveren dus waarschijnlijk niet de nieuwe rechtse meerderheid op in de Eerste Kamer, waarop werd gehoopt door het minderheidskabinet Rutte. Rechts wilde een meerderheid in de Eerste Kamer bemachtigen om ongestoord het neoliberale beleid, versneld door de economische crisis, te kunnen voortzetten. Maar het politieke landschap blijft te zeer verdeeld. De patstelling die erdoor is ontstaan vertaalt zich onmiddellijk in een nieuwe strategie van rechts. Nu het blufpoker is mislukt en rekening moet worden gehouden met een minderheid in de Eerste Kamer, wordt de koers verlegd en wordt ingezet op het sluiten van coalities. Het politieke polderen is onmiddellijk begonnen.

Of bedrijven zich in Nederland willen vestigen hangt mede af van de politieke stabiliteit. Jarenlang was die stabiliteit gegarandeerd door een aantal grotere partijen die beurtelings de kar trokken. Dit lijkt voorbij. De versnippering van het politieke landschap, vorig jaar al zichtbaar bij de Kamerverkiezingen, werd bevestigd met deze Statenverkiezingen.

De polarisatie tijdens de campagne, waarbij werd geschermd met 'Belgische toestanden' als de partijen die het minderheidskabinet schragen geen meerderheid in de Senaat zouden krijgen, moet zo snel mogelijk worden omgebogen naar een discussie over de vraagstukken waar de werkende mensen tegenaan lopen door de plannen van dit kabinet. De huidige politieke verhoudingen in Nederland maken het voor het kabinet nog steeds mogelijk om veel van zijn plannen door te drukken. De meeste partijen verdringen zich op het politieke middenveld en hebben weinig verschil van mening over de fundamentele hoofdlijnen van beleid. GroenLinks toonde dit kortgeleden nog eens aan met haar bereidheid steun te verlenen aan de missie naar Kunduz. Maar ook over de noodzaak en omvang van de bezuinigingen lopen de meningen niet veel uiteen. Met name D'66 jaagt de regeringspartijen voortdurend op om nu eindelijk eens haast te maken met het afbreken van wetgeving die liberalisering van de arbeidsmarkt in de weg staat. Iedere combinatie van partijen uit het brede politieke midden kan afhankelijk van het wetsvoorstel steun aan het beleid Rutte opleveren.

PVV en SP trekken echter kiezers die zich niet meer herkennen in de gevestigde politiek. Daar ligt het echte probleem voor de gevestigde orde. Het gestoei op het politieke middenveld mag voor een groot deel van de kiezers nog boeiend zijn zolang het zelf niet wordt getroffen door werkloosheid, verlaging van loon of uitkering, verschraling van publieke voorzieningen en de zorg. Maar voor een groeiend aantal mensen is dit wel het geval en die keert zich af van de politiek. Weliswaar is het aantal stemmers licht gegroeid tot 56 procent ten opzichte van de vorige Statenverkiezingen, maar dat komt waarschijnlijk door het landelijke karakter van deze verkiezingen. Ruim twee derde van de kiezers ging stemmen om het kabinet Rutte al dan niet te steunen.

In de komende periode zal blijken of de oppositionele geluiden, binnen en buiten het parlement, zullen leiden tot bijstelling van de sloopplannen van het minderheidskabinet of dat de bezuinigingsplannen openlijk of sluipend worden ingevoerd. Aan de basis van de samenleving wordt echter met groeiende ongerustheid gekeken naar de plannen. Die roepen steeds meer verzet op. De eerste resultaten hiervan zagen we op 21 januari (studenten) en 17 februari (overheidspersoneel) op het Malieveld en tijdens een reeks van stakingen en werkonderbrekingen. De hernieuwde strijdbaarheid werd ook zichtbaar tijdens de recente FNV-federatieraad, waar FNV Bondgenoten en Abvakabo FNV zwaarwegende bezwaren uitten tegen de pensioenplannen van de FNV-onderhandelaars.

Handen af van lonen, uitkeringen, pensioenen, werkgelegenheid en voorzieningenniveau.

Handen af van overheidsdiensten.

Minder overheid is minder dienstverlening.

Leve het publieke domein! Stop de privatisering.

Handen af van democratische rechten, ontslagrecht, stakingsrecht en arbeidsrecht.

Haal het geld waar het zit: de multimiljonairs, rijke speculanten en multinationals.

Eerst de mensen, niet de winst!

Partijbestuur NCPN, 3 maart 2011