Achtergrondanalyse partijbestuur NCPN

Crisis niet nieuw, wel nieuw stadium kapitalisme

Socialisme (planeconomie) enige oplossing

De kapitalistische crisis waar de wereldbevolking mee wordt geconfronteerd is niet het gevolg van 'gebrek aan vertrouwen', het 'verdampen' van geld of 'graaicultuur' van kapitaalbezitters. De crisis is het gevolg van 'wetmatigheden' van de kapitalistische economie, zoals die reeds door Marx, Engels en Lenin zijn opgespoord. Ook nu is de crisis voortgekomen uit kapitalistische overproductie, gebrek aan koopkracht bij de bevolking en onvermogen van politieke leiders door kapitalistisch 'commitment' en 'tunnelvisie' om radicaal in te grijpen. In onderstaande analyse van het partijbestuur van de NCPN wordt deze conclusie onderbouwd.

Het betreft echter een zeer complexe materie waar alles met alles samenhangt, maar waarin degenen die willen wel patronen kunnen onderkennen.

In het opstellen van deze analyse zijn nog veel open einden en gaten in de argumentatie. Wij nodigen anderen daarom graag uit met ons mee te denken en te discussiŽren om zo het inzicht te vergroten in wat er aan de hand is en hoe - vanuit belangen van de werkers - uit de crisis te komen. Schrijf je bijdrage naar de redactie of meldt je aan voor een serieus debat.

Wortels recente kapitalistische crisis

Fannie Mae (FNMA: Federal National Mortgage Association) werd in 1938 opgericht door de regering van Franklin Delano Roosevelt. Ze maakte deel uit van het New Deal-plan dat de Amerikaanse economie nieuwe impulsen moest geven na de crisis van eind twintiger jaren van de vorige eeuw. Het doel van de onderneming was om met goedkope leningen de kosten voor huisvesting voor grote groepen Amerikanen te drukken en ze tegelijkertijd, ideologisch gezien, huiseigenaar te maken. In feite bleef de echte eigenaar natuurlijk de bank, Fannie Mae, zoals in de huidige 'kredietcrisis' is gebleken. Deze politiek is een voorbeeld van hoe de staat door goedkope leningen aan arbeiders de lonen laag kon houden en daarmee het kapitalistische productieproces bevorderen door winst te maximaliseren.

Fannie Mae behield 30 jaar lang vrijwel het monopolie op de hypotheekmarkt in de VS. Mede om de imperialistische politiek van de VS te financieren werd het bedrijf in 1968 geprivatiseerd. De 'kredietcrisis' heeft aangetoond dat de hoogte van lonen in de VS niet in staat is de kosten van levensonderhoud te dekken. Grote groepen werkers kunnen hun hypotheken niet meer opbrengen, zijn hun huis uitgezet, wonen nu bij familie, in caravans en auto's, vakantiehuisjes of zwerven op straat. Ook in de VS zou loonstrijd, verhoging van de koopkracht, antwoord op de crisis moeten zijn. Dan kunnen hypotheken wel worden afgelost, kunnen goederen en diensten wel worden afgezet en overproductie worden voorkomen of getemperd. Loonsverhogingen brengen echter winstmarges in gevaar, de onoplosbare tegenstelling binnen het kapitalisme.

Speculatief en virtueel kapitalisme

Fannie Mae is na Citigroup de grootste financiŽle instelling van de VS. In 2008 had het bedrijf voor zo'n 1,78 biljoen euro hypotheekleningen uitstaan, waarvan een deel is doorverkocht. Fannie Mae kocht na haar privatisering hypotheekleningen op van andere hypotheekverstrekkers, bundelde ze in pakketten en bood ze weer aan op de kapitaalmarkt met een garantie van Fannie Mae. In ruil voor die garantie vroeg het bedrijf een percentage, en dat werd ťťn van de voornaamste inkomsten van de onderneming.

Fannie Mae is een voorbeeld van de ontwikkeling van het kapitalisme. De FNMA heeft zich van maatschappelijk en economisch instrument, dat door het laag houden van woonlasten lage arbeidskosten realiseert, ontwikkeld tot een instelling die handelt in schuldbewijzen. Hypotheken, maar ook auto- of creditcard-leningen, worden gebundeld en op de financiŽle markten 'uitgezet' als verhandelbare obligaties. Deze 'financiŽle producten' zijn aan andere partijen doorverkocht, opnieuw verpakt, voordat ze hun uiteindelijke weg vonden naar beleggers op zoek naar steeds hoger rendement. Met dergelijke 'pakketten' kunnen boekhoudkundige trucs worden uitgehaald omdat leningen verdwijnen van de balans van de instelling die ze uitgeeft. Kapitalistische ideologen klagen dat deze praktijk onduidelijk maakt waar risico's uiteindelijk 'neerslaan' en vragen om meer transparantie. Meer controle zou een oplossing bieden. De werkelijkheid is echter dat delen van het kapitaal zich ontwikkeld hebben tot een volstrekt speculatief en virtueel kapitalisme dat geen enkele relatie meer heeft met werkelijke waardeschepping, de productie en inzet van arbeid.

Wereldpolitieke steun voor VS-leider kapitalistische wereld

In 1944, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, sloten de kapitalistische geallieerden in Bretton Woods een akkoord over het naoorlogse monetaire systeem. De Sovjet-Unie die ook tot de antifascistische alliantie behoorde werd buitengesloten. In deze overeenkomst werden de VS als onbetwiste leider van de kapitalistische wereld erkend en de dollar als internationaal maatgevende munt. De VS waren immers als sterkste economische en militaire macht uit de Tweede Wereldoorlog gekomen en beschikten o.a. over meer dan twee derde van de wereldgoudreserves.

Het Bretton Wood-akkoord moest leiden tot een heropbouw van de kapitalistische wereldeconomie en grotere internationale monetaire stabiliteit. Het zou moeten voorkomen dat er weer een 'Grote Depressie' (1929) optrad met een eigen economische politiek van afzonderlijke landen, met muntdevaluaties en optrekken van handelsbarriŤres, die alleen op heel korte termijn tot voordelen voor de nationale industrieŽn had geleid, maar daarna tot algemeen verlies aan welvaart. Bretton Woods moest die nationalistische politiek, die als ťťn van de onderliggende oorzaken van de Tweede Wereldoorlog werd gezien, voorkomen.

Als spin-off van Bretton Woods werd het IMF (Internationaal Monetair Fonds) opgericht om het monetair systeem te controleren evenals de IBRD (Internationale Bank voor Heropbouw en Ontwikkeling) die nu de Wereldbank wordt genoemd. Dit monetair systeem werd geacht te functioneren binnen een economisch wereldsysteem van vrijhandel in arbeid, producten en kapitaal, die op zijn beurt de handelsbarriŤres moest wegwerken en de afzetmarkt voor producten moest vergroten. De conferentie van Bretton Woods leverde voorts ook het Marshall Plan op, tot wederopbouw van kapitalistisch Europa en Japan en een Algemene Overeenkomst over Tarieven en Handel (GATT), waaruit later de Wereld Handels Organisatie voortkwam.

Begin afkalving Amerikaanse hegemonie

In de jaren zestig van de vorige eeuw begon het aandeel van Amerikaanse goederen en diensten op de wereldmarkt af te nemen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw kwamen de afspraken van Bretton Woods in verschillende landen steeds meer onder druk, door stagnering van de economische groei, inflatie, en begrotingstekorten bij de deelnemende landen. In 1960 werd door vijf olieproducerende landen de OPEC opgericht, die in de jaren zeventig van de vorige eeuw was uitgebreid met negen andere staten. Hoewel gevestigd in Wenen staan Europa en de VS formeel buiten de OPEC. Direct resultaat van de OPEC waren de prijsstijgingen van olie in 1973 en 1979die, met de economische gevolgen van de geldverslindende Amerikaanse inzet tegen de Vietnamese bevrijdingsoorlog, de doodsteek betekenden voor de Bretton Woods-akkoorden. Het systeem van vaste wisselkoersen werd eind jaren tachtig van de vorige eeuw verruild voor een systeem van flexibele. De vanzelfsprekendheid van de leidende rol van de VS in de kapitalistische wereld op grond van de economische betekenis op de wereldmarkt was verdwenen, maar nog wel krachtig aanwezig.

Problemen kapitaal tijdelijk opgelost door neoliberaal beleid

Kapitalistische groepen in de VS en West-Europa zagen hun positie bedreigd door OPEC-dollars, opkomende economieŽn in AziŽ en door een geldverslindende imperialistische politiek van oorlog en wapenwedloop. Om hieraan het hoofd te bieden was een nieuwe sociaaleconomische politiek nodig, die de opbrengsten van het kapitaal zou verhogen. Nieuwe mogelijkheden voor winstmaximalisatie werden gevonden in het 'neoliberalisme' en kwamen neer op verhoging van de uitbuitingsgraad van de arbeid en op roof van het publiek domein. De uitbuiting werd verhoogd door hogere productiviteit en lagere arbeidskosten. Productiviteitsverhoging werd gerealiseerd door verdere mechanisering en automatisering van de productie en flexibilisering van de arbeid. Terugdringen van de kosten door verslechtering arbeidsvoorwaarden: lagere beloning, minder toeslagen, en langere, flexibele werktijden. Deze verslechteringen werden niet altijd 'gevoeld' door de arbeiders, omdat ze vaak werden ingevoerd bij nieuw personeel. Koopkrachtdaling werd opgevangen door overwerk, bijbaantjes en leningen. Ouder personeel, dat zeker geprotesteerd zou hebben, werd met vervroegd pensioen gestuurd.

De winstmaximalisatie door roof werd mogelijk, door grote delen van het publieke domein in privťhanden te brengen. Pensioenfondsen, post- en telecommunicatiebedrijven, bedrijven van openbaar vervoer, zorginstellingen en andere publieke voorzieningen, zoals gemeentereinigingen, gemeentewerken, plantsoenendiensten, enz. die tot dan toe allemaal zonder winstoogmerk werden gerund, werden aan winstbejag en marktwerking onderworpen. Miljarden werden aan het kapitalistische systeem toegevoegd. Nu weten we dat beloofde verbeterde dienstverlening en lagere tarieven van deze voorzieningen niet zijn gerealiseerd, maar wel dat er honderden miljonairs bij zijn gekomen, en honderdduizenden arbeiders nu hetzelfde werk doen voor een lagere beloning en slechtere arbeidsvoorwaarden. Nu weten we dat onder onze ogen de 'kraak van de eeuw' werd gepleegd.

Val muur

Reagan was de belichaming van dit conservatisme en neoliberalisme in de VS, dat enthousiast door Thatcher naar Europa werd gehaald en sinds het akkoord van Lissabon in 2000 ook in de EU tot norm is verheven. Weliswaar was Reagan er het boegbeeld van, maar de basis voor deregulering was al gelegd door Carter. Later heeft Clinton deze neoliberale principes verder doorgevoerd om o.a. de, vooral door Reagan gemaakte, staatsschulden weg te werken. Met de verkiezing in 1989 van George H.W. Bush tot president en de benoeming van Dick Cheney als minister van Defensie breidde de aanwezigheid van neoconservatieven binnen de regering van de VS zich uit en na de val van de Berlijnse Muur werd het mogelijk de neoliberale opvattingen wereldwijd tot beleid te maken en soms zelfs letterlijk tot beleid te 'bombarderen', zoals onder meer in JoegoslaviŽ.

De val van de muur wierp het westerse kapitaal niet alleen nieuwe productiecapaciteit in de schoot. In de BRD op 'grŁndliche' wijze door het Treuhand-Institut uitgevoerd. Er werd ook een grote nieuwe afzetmarkt gerealiseerd. Het verdwijnen van een sociaalpolitiek en economisch alternatief van socialistische landen verzwakte ook de positie van de arbeidersbeweging inde VS en vooral West-Europa om verbetering van hun leefomstandigheden te eisen. De neoliberale afbraak van arbeidsvoorwaarden en verhoging van productie kon daarom met grotere voortvarendheid worden doorgevoerd. In de VS o.a. door goedkope leningen aan 'marktrentes' aan te passen: de bron van de 'kredietcrisis'.

Bij de wederopbouw van het kapitalisme in de voormalige socialistische landen is de neoliberale leer van de 'Chicago-boys' maatgevend geweest. De sociale ellende die dit in die landen heeft opgeleverd is in West-Europa nog dagelijks zichtbaar met werkzoekende Polen, Roemenen, Slowaken, en Bulgaren. Bovendien wordt in de media regelmatig melding gemaakt van vrouwenhandel uit deze landen naar de West-Europese 'sex-industrie' en drugsvangsten.

Nieuw millennium, grote geopolitieke verschuivingen

Het in Europa en de VS in het nieuwe millennium doorgezette neoliberale beleid op de arbeidsverhoudingen en privatisering van het publieke domein wordt steeds meer gemotiveerd door de opkomst van nieuwe, concurrerende economieŽn in de zogenaamde BRIC-landen: BraziliŽ, Rusland, India en China. Maar de economische en politieke opkomst van deze landen is niet het gevolg van een autonoom, spontaan proces. Tientallen jaren lang wordt immers productiecapaciteit van zich noemende ontwikkelde kapitalistische landen verplaatst naar zogenaamde 'lagelonenlanden'. Dit proces bereikt nu een omslagpunt. Enerzijds omdat de heersende klassen in de BRIC-landen steeds zelfbewuster worden en minder naar de pijpen van de kapitalistische centra in de 'hoogontwikkelde landen' willen dansen. Anderzijds omdat de arbeidersklasse in de BRIC-landen verbetering van arbeidsvoorwaarden afdwingt en het verschil, zeker door verslechteringen in de 'hoogontwikkelde landen', minder groot wordt en daarmee de aantrekkelijkheid om productie te verplaatsen.

Er zijn dus nu geduchte concurrenten gecreŽerd. Concurrenten die bovendien een eigen economisch en sociaal beleid ontwikkelen. In Latijns-Amerika wordt dit ook goed zichtbaar. Daar is eind jaren negentig van de vorige eeuw gebroken met het rampzalige neoliberale beleid, dat vooral door militaire junta's met Amerikaanse steun werd opgelegd. Chili met Pinochet en ArgentiniŽ met Videla zijn daarvan voorbeelden. Nu wordt op het Latijns-Amerikaanse continent een nieuwe politiek ontwikkeld waarvan vooral president ChŠvez van Venezuela en Morales van Bolivia de stuwende krachten zijn. Getracht wordt multinationale ondernemingen te nationaliseren of te onteigenen en de opbrengsten, vooral uit de energiesector, ten goede te laten komen van de bevolkingen.

Bovendien wordt er geŽxperimenteerd met nieuwe vormen van economische samenwerking en financiŽle systemen die wederzijds voordeel nastreven.

Militaire gevaren

Het kapitalisme heeft een militair apparaat nodig om haar belangen intern en extern veilig te stellen. Het militair-industriŽle militaire complex, dat voor opbouw, instandhouding en uitbreiding van dit militaire apparaat nodig is, zal in tijden van crisis voor delen van het kapitaal nog steeds winstmaximalisatie mogelijk maken.

Tegenstellingen tussen 'oude' en 'nieuw-opkomende' kapitalistische groepen worden ook zichtbaar in militaire inspanningen en conflicten tussen staten waarin deze groepen of hun belangenbehartigers en stromannen zich genesteld hebben. De NAVO is sluipend omgebouwd van een organisatie tegen de 'dreiging' van het socialisme tot een wereldomspannend militair apparaat dat de belangen van de westerse kapitaalgroepen waar ook ter wereld moet veiligstellen. Vooral de onbelemmerde aanvoer van grondstoffen en energie doorcontrole van de winplaatsen, bronnen en transportroutes ziet de NAVO nu als haar taak. De aanwezigheid van de NAVO in Afghanistan is daarvan een voorbeeld. Inzet daar zijn pijpleidingen van oliebronnen in Kazachstan en Oezbekistan naar de Indische Oceaan.

Voor controle van o.a. het Zuid-Amerikaanse continent hebben de VS de 5e Vloot weer in de vaart gebracht. De bekostiging van dit wereldomspannende militaire apparaat zal echter een steeds zwaardere last betekenen voor de westerse kapitalistische groepen, hetgeen de economische crisis zal versterken, tegenstellingen tussen kapitaalgroepen aanwakkeren en onafwendbare geopolitieke verschuivingen op de wereld doen versnellen. Militaire samenwerking op het Aziatische continent met China en Rusland als spil is hiervan een voorbeeld. Evenals de militaire samenwerking tussen Rusland en Venezuela die alle kranten heeft gehaald.

Men zal trachten de werkende bevolking, die de arbeidsvoorwaarden reeds ziet verslechteren, ook voor de kosten van deze nieuwe militaire inspanningen te laten opdraaien. Zowel in geld door verdere daling van koopkracht als in 'kanonnenvlees'. De militaire en burgerslachtoffers van de 'vredesmissie' in Afghanistan zijn hiervan een voorbeeld.

Crisis en waardeschepping

De recente kapitalistische crisis zal de sluipende geopolitieke verschuivingen in de wereld bevestigen en manifest maken. Nieuwe kapitaalgroepen zullen van de verzwakking van andere profiteren. De kredietcrisis heeft niet alleen de instabiliteit van het kapitalisme als economisch en politiek systeem bevestigd, maar ook nieuwe parasitaire aspecten ervan blootgelegd. Kwam de 'traditionele kapitalistische crisis' voort uit door concurrentie uitgelokte overproductie, nu blijkt een wereldomspannende handel in schuldbewijzen het financiŽle verkeer vrijwel tot stilstand te brengen en daarmee ook de kapitalistische productie belangrijk te gaan frustreren.

De irrationaliteit van het kapitalisme als maatschappelijke organisatie en productiesysteem blijkt opnieuw zonneklaar. Door daling beurskoersen 'verdampen' kapitalen, en om het vertrouwen in het financiŽle systeem te herstellen worden miljarden door overheden 'uit het niets' getoverd om in het systeem te worden gepompt. De mythe als zou geld geld kunnen voortbrengen wordt versterkt door het sprookje dat geld ook zou kunnen 'verdampen'. De relatie tussen kapitaal en waarde en waardeschepping is volledig zoek.

De werkende bevolking, die bezorgd is over de eigen spaarcenten, kan niet anders dan uit de crisis de conclusie trekken dat alleen zij met door haar verrichte arbeid in staat is waarde te scheppen. Zij zal opnieuw moeten vaststellen dat de wereld, haar wereld, in verkeerde handen is. Als het fout dreigt te gaan staan de belangen van het grote kapitaal voorop. Plotseling worden miljarden 'gevonden' om het instabiele en roofzuchtige systeem te redden. Als de crisis 'over' is zal de rekening toch weer bij degene worden gelegd die als enige in staat is waarde te scheppen: de werkende bevolking. Het kapitalistische systeem gaat vervolgens op weg naar de volgende crisis. Om aan deze onheilsspiraal een eind te maken is een maatschappij nodig die arbeid en waardeschepping planmatig organiseert, het socialisme.

Rol van de staat

Uit de recente crisis blijkt opnieuw dat de staat geen 'neutrale', boven belangen staand instituut is. Zij is onderdeel van het sociaaleconomische, politieke systeem. De staat spant zich in om het systeem te redden, niet om het te democratiseren en meer in overeenstemming met de belangen van dewerkende bevolking te brengen. De 'redding' van Fortis en ABN-AMRO heeft niet tot doel een 'volksbank', voor en gecontroleerd door de werkende bevolking, te creŽren. De miljarden die ermee gemoeid zijn en waarvan de kosten uiteindelijk door de belastingbetaler worden opgebracht, worden besteed aan herstel van een commerciŽle bank. De sociaaldemocratische minister Bos heeft uitdrukkelijk gezegd dat die bank na enige tijd weer geprivatiseerd wordt en aan het kapitalistische systeem teruggegeven. En deze positie van de staat is niet typisch voor Nederland. In heel de kapitalistische wereld zien we hetzelfde optreden. Binnen de EU en ook in de VS en Japan.

Systeemvolgers en -critici

Opvallend is de oorverdovende stilte over de crisis onder economen. Afgezien van enkele onverbeterlijke hooggeleerde 'deskundigen', die niets anders kunnen debiteren dan "het waait wel over", "geen paniek!", "het economische systeem herstelt zich wel", enz. Maar een serieuze discussie over hoe deze zeepbel is kunnen ontstaan, hoe de zeepbel, de handel in divers verpakte schuldbewijzen, zich verhoudt tot echte waardeschepping, het verrichten van arbeid in productie of dienstverlening, wordt totaal niet aan de orde gesteld.

De enige kritische systeemvraag die naar voren wordt gebracht is dat de controle op het kapitalistische systeem moet worden verscherpt. Omdat deze controle was verslapt, kon dit gebeuren. Hier wreekt zich een aspect van de neoliberale politiek in Nederland, die ook elders op de wereld is uitgevoerd. Het 'uitroeien van maatschappijkritische wetenschapsbeoefening'.

Waren er door de sociale beweging in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw maatschappijkritische leerstoelen aan de universiteiten en hogescholen gecreŽerd. Vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw zijn die allemaal weer uit de wetenschappelijke instellingen verwijderd. Resultaat zijn economen en maatschappij-ideologen die niet verder kunnen kijken dan hun burgerlijke kapitalistische neus lang is. Allen leiden dus aan 'tunnelvisie'. In navolging van Fukuyama menen zij dat het kapitalisme het einde van de geschiedenis is. Wij zeggen echter met Marx dat het kapitalisme het laatste stadium van de barbarij betekent. Met het socialisme zal de mens voor het eerst in de geschiedenis het lot in eigen hand nemen en de bronnen van welvaart planmatig gaan beheren en ontwikkelen. Dat dit niet eenvoudig zal zijn leren ons ervaringen met de opkomst en ondergang van sommige socialistische staten. Maar eeuwen liggen voor ons om ervaringen te verwerken en nieuwe, verbeterde concepten te ontwikkelen.

Ontwikkeling crisis en eisen werkende bevolking

De aanvankelijk als 'kredietcrisis' begonnen kapitalistische crisis grijpt om zich heen en beÔnvloedt nu al de reŽle economie en de productie. Bedrijven zien financieringen van nieuwe en geplande investeringen in gevaar komen. Het herstel van de winsten van de banken zal gepaard gaan met renteverhogingen hetgeen de inflatie opdrijft en de koopkracht doet dalen. Het publiek, dat spaarcenten is kwijtgeraakt of dreigt kwijt te raken, geeft minder uit. Afzet van producten stagneert, nieuwe investeringen worden door banken geblokkeerd. De auto-industrie is een graadmeter voor de toestand van de kapitalistische economie. General Motors heeft laten weten de productie te verminderen door o.a. de krimpende Amerikaanse automarkt. In Spanje worden 600 banen geschrapt en in Antwerpen wordt de nachtploeg ingekrompen. Ook Ford heeft aangekondigd de productie te beperken. Ontslag van arbeiders staat dus op de agenda. De gevreesde crisisspiraal van het kapitalisme, die door de economische professoren van de universiteiten reeds lang was 'bezworen', steekt de kop op. Wat te doen?

Een belangrijke eis voor het bestrijden van de crisis is stoppen met het neoliberale beleid. Er moet worden geŽist dat de arbeidsvoorwaarden worden verbeterd, de koopkracht van de bevolking wordt verbeterd, dat de privatisering van het publieke domein wordt gestopt en teruggedraaid en dat reeds geprivatiseerde delen ervan opnieuw worden gesocialiseerd: de energiesector, het openbaar vervoer, zorginstellingen, enz. Nodig is ook het beŽindigen van deelname aan imperialistische militaire missies, verlaging defensiebegroting, enz. Het geld dat Wouter Bos 'tevoorschijn kan toveren' moet ingezet worden voor het ontwikkelen van maatschappelijk nuttige en noodzakelijke werkgelegenheidsprogramma's met goede arbeidsomstandigheden en lonen. En voor investeringen in ontwikkeling en productie van zon-en windenergie, isolatietechnieken voor woningen en andere gebouwen. De nationalisering van Fortis en ABN-AMRO mag niet worden teruggedraaid en zal het begin moeten zijn van het socialiseren van de hele banksector. (zie ook elders in Manifest en op onze website www.ncpn.nl)

Partijbestuur NCPN
Opgesteld tussen 11 en 17 oktober 2008