Dit Europa laat de meeste kiezers koud

Verklaring van het partijbestuur 8 juni 2009

De opkomst voor de Europese verkiezingen was nog lager dan de vorige keer. Bijna tweederde van de bevolking (63,5% op basis van 92% van de stemmen) stemde niet. Deels is dat het gevolg van desinteresse voor het Europese project, anderdeels omdat men voelt of begrijpt dat deze EU voor de meeste mensen niets positiefs in petto heeft. Dit Europa willen deze mensen niet. Voor dit Europa hoef je ook niet te gaan stemmen.

De uitslag van de verkiezingen in Nederland voor het Europese Parlement heeft opnieuw duidelijk gemaakt dat links er in moet slagen om de thuisblijvers te activeren om zich bewust te gaan verzetten tegen het Europa van het Kapitaal. De verdieping van de crisis en de negatieve gevolgen daarvan voor de bevolking zullen de mogelijkheden voor bewustwording doen toenemen. Ze zullen leiden tot radicalisering van de bevolking en tot grotere politieke belangstelling. Ook voor de opvattingen van links.

Dat zal ook moeten betekenen dat de SP uit haar nationale schulp kruipt en een helder en eenduidig links antwoord biedt. Op dit punt is van Wilders veel te leren, hij is helder en eenduidig: naar het Europarlement gaan om de EU te bestrijden. De slogan van links zou even duidelijk moeten zijn: aan de Europese poppenkast deelnemen om het Europa van het Kapitaal te bestrijden. Weg met de agenda van Lissabon, geen Verdrag van Europa (Europese grondwet)! Maar ook: versterk de macht van het Europese Parlement, stop de dictaten van de Europese Commissie, beperk de macht van de multinationals, voor een vreedzaam, sociaal Europa. Helder en duidelijk.

Opvallend is dat de crisis in de campagnes nauwelijks aan bod kwam. Maar voor de meeste mensen zal onzekerheid over de toekomst doorslaggevend zijn voor hun stemgedrag. Daarom zullen in Europa vooral alle partijen die op dit moment regeringsmacht hebben zich moeten 'verantwoorden'. Zeker de partijen die directe politieke verantwoordelijkheid dragen voor het financiële beleid. Het is geen toeval dat Gordon Brown (Labour) in het Verenigd Koninkrijk en Wouter Bos (PvdA) in Nederland een forse tik op hun vingers hebben gekregen. Hun zigzagkoers en medeverantwoordelijkheid voor het neoliberale beleid met de daarbij behorende privatiseringen worden door de kiezers afgestraft.

De anti-Europa-stemming wordt nu door de populistische PVV uitgebuit. Wilders voert een nationalistische politiek, gevoed door vreemdelingenangst en het zaaien van vreemdelingenhaat. Europa gebruikt hij alleen om zijn nationalistische politiek te ondersteunen. Links daarentegen kan maar één weg bewandelen: strijden tegen het Europa van het Kapitaal, strijden voor een socialistisch Europa en strijden voor eenheid van de arbeidersklasse, ongeacht ras, geloof, leeftijd of sexe! De dreiging van nieuwe oorlogen als gevolg van de zich verdiepende crisis maakt die eenheid uiterst actueel.

Links heeft het thema van verdergaande integratie in Europa overgelaten aan de gevestigde en de sociaal-liberale partijen als GroenLinks en D'66. Die partijen pleiten openlijk - en zijn daar ook voor beloond - voor voortzetting van de huidige EU, voor versterking van een kapitalistisch Europa. Zij vertegenwoordigen de beter opgeleiden en andere groepen uit de samenleving die baat menen te hebben bij de verdere ontwikkeling van een kapitalistisch Europa. Maar geen van de kandidaten van de partijen die campagne voerden voor het Europese Parlement slaagde er in het nut van dit parlement aan te tonen.

De nadruk tijdens de debatten lag op ondergeschikte, maar aansprekende eurosceptische thema's, zoals de onmacht van de Europarlementariërs een einde te maken aan het pendelen tussen Brussel en Straatsburg en het declaratiegedrag. Een volwassen debat over de macht en vooral de onmacht van het Europese Parlement kwam niet van de grond. Een diepgaande discussie over de relatieve almacht van de Europese Commissie, gevoed door lobbyisten van het bedrijfsleven, werd niet gevoerd en zal door de heersende klasse en zijn parlementaire vertegenwoordigers en spreekbuizen in de media ook niet openlijk worden gevoerd. De uitslag was overigens zeker ook een signaal voor de huidige regering. De afbraakmaatregelen en -plannen van dit kabinet leiden tot steeds groter verzet.

De lage opkomst was daarom vooral teleurstellend voor de gevestigde politieke partijen die een (democratisch) draagvlak zoeken voor de afbraakmaatregelen van het ondemocratische en rechtse bestuur van Europa, de Europese Commissie en voor het regeringsbeleid in Nederland. Eén van hun vertegenwoordigers verzekerde overigens onmiddellijk dat een lage opkomst niet moet worden gezien als een veeg teken. "Want kijk eens naar de VS", merkte Frits Bolkestein meteen op, "daar is de opkomst al jaren laag en toch...". Dit cynisme zal echter op de langere termijn niet kunnen standhouden. De wortels van de burgerlijke democratie worden steeds rotter.

Het wordt de hoogste tijd dat socialistisch Nederland zich in heldere en eenduidige termen tot de bevolking wendt. Het kapitalisme is aan het einde gekomen van zijn levenscyclus. Het systeem bracht de mensheid naast veel ellende ook veel goeds, maar is een rem geworden op de verdere ontwikkeling van de mensheid. De huidige kapitalistische crisis maakt de discussie over de volgende fase van de mensheid uiterst actueel. De vermaatschappelijking van de productie komt steeds meer in conflict met de private eigendom van de productiemiddelen. Deze tegenstelling wordt steeds onhoudbaarder en dwingt tot radicale veranderingen. De noodzaak van planning en een socialistische inrichting van de maatschappij dringt zich op.

Europese samenwerking is nodig en onvermijdelijk. Die samenwerking zal alleen onder socialistische voorwaarden een stap vooruit zijn voor de Europese bevolking. De strijd moet niet worden gericht tegen Europa, of voor minder Brussel, maar tegen het Europa van het Kapitaal en voor een democratisch en socialistisch Europa.

Het opvallende succes van de PVV die 15 procent van de stemmen haalde, de stilstand van de SP, maar ook de afstraffing die de PvdA kreeg, maken de noodzaak van een hecht links front alleen nog maar urgenter. De bases van de progressieve partijen, samen met die van de vakbeweging en andere progressieve bewegingen dienen zich snel te verenigen om een halt toe te roepen aan de verdere verrechtsing in Nederland. De verkiezingsuitslag toont in elk geval dat de PVV weer een nieuw succes heeft geboekt in de opbouw van de beweging die Wilders voor ogen staat. Alleen mobilisatie van progressief Nederland kan leiden tot het vinden van de juiste antwoorden.

De populistische PVV profiteert verreweg het meest van de eurokritische golf onder de kiezers en de weerzin van veel mensen tegen de politiek van de regering Balkenende. De verkiezingen uitleggen als pro of contra Europa is onvoldoende. Evenals het tegenovergestelde, zoals Wilders vooral probeert, een poging deze verkiezingen een louter nationaal gezicht te geven.

Voor een deel van de kleine groep die wel is gaan stemmen stonden Europese thema's op de voorgrond. Daarvan profiteerden D66 en GroenLinks, die zich als pro-Europees hebben geafficheerd. De kiezers die positief staan tegenover Europese samenwerking, zijn over het algemeen hoogopgeleid. Zij voelden zich het beste thuis bij D66 en GroenLinks.

De NCPN steunt de (overigens veel te voorzichtige) pogingen van de SP om Wilders te ontmaskeren als een populist die achter een façade van eisen gericht tegen medelandgenoten en gelardeerd met een enkele goede eis, in feite een ultrarechts nationalistisch sociaal programma voert. De geschiedenis heeft al eerder zulke programma's en leiders gekend. Als de economische omstandigheden verder verslechteren werkt zo'n politieke aanpak fascisme in de hand.

De modieuze campagne van de SP 'Nederland wil minder Brussel' werd genadeloos afgestraft. De tijd van mooie, slimme leuzen is voorbij. De mensen willen hom of kuit. De rechtse populist Wilders heeft dat begrepen, nu links nog. De SP behoort tot de grote verliezers, omdat de meeste Nederlanders niet minder Brussel willen, maar een ander Brussel: een Europa waar de mensen centraal staan en niet de winsten.