Referendum pensioenakkoord mislukt

Onvoldoende draagvlak onder de leden; nieuw akkoord nodig

Op 1 juli jl. werd de uitslag van het pensioen-referendum bekend gemaakt. De media berichtten - tussen de voetbaluitslagen en de start van de Tour de France door - over een royale meerderheid voor het akkoord. Peter Gortzak verwoordde de mening van de FNV-leiding: "we zijn tevreden met deze uitslag". Van de FNV-leden zou 80 procent voor het akkoord hebben gestemd. Tussen de regels door kon worden gelezen dat het ging om een gering deel van de leden van de bonden. Het officiŽle protocol van het referendum toont aan dat slechts 13,6 procent van de leden van de FNV-bonden deelnam aan het referendum. Dus 86,4 procent nam niet eens de moeite om aan het referendum deel te nemen. De verwarring was het afgelopen halfjaar ten top gevoerd. Demonstraties riepen op tot verzet, maar in de achterkamertjes onderhandelden Wientjes en Jongerius gewoon door. Voor dit akkoord kregen de leden bovendien een opgetogen positief stemadvies van de FNV-leiding en van de besturen van aangesloten bonden.

Van de 1.164.550 leden namen er maar 157.820 deel aan het referendum. Dat is uiteraard een te klein draagvlak voor een kwestie die diepe sporen trekt in de pensioenstructuur. FinanciŽle risico's worden overgeheveld naar de werknemers, de pensioengarantie staat op de tocht.

De NCPN schetste de nadelen van het akkoord in eerdere verklaringen. Hieraan kan nog worden toegevoegd dat in het akkoord en in de discussie daarover niet of nauwelijks is ingegaan op het feit dat op dit moment slechts een relatief klein deel van de werknemers werkend de 65 haalt. Dit geldt zowel voor fysiek zware beroepen als wegwerker, bouwvakker en verpleegkundige, als voor geestelijk zware beroepen als leerkracht en beleidsmedewerker. Als alle door Brussel voorgeschreven kabinetsvoornemens om regelingen voor 'vervroegde uittreding' af te schaffen en de huidige ontslagbescherming af te breken zijn doorgevoerd geldt voor deze groeiende groep 'uitvallers' alleen nog WW en WAO (WIA) als vangnet. Want werk voor ouderen is er immers niet! Voor de ondernemers is het opnieuw kassa. Hun pensioenpremiedruk neemt af!

Alle reden om niet akkoord te gaan met de interpretatie van de uitslag en het gejubel van de FNV-leiding, de ondernemersvriendelijke media en de werkgeversorganisaties.

Inmiddels heeft de bondsraad van Bondgenoten het akkoord afgewezen. Maar het hoofdbestuur van die bond legt de opvatting van de bondsraad naast zich neer. Omdat een afwijzing tot aftreden van het hoofdbestuur zou hebben geleid, ging de bondsraad toch akkoord.

Een hoofdredactioneel van het FD op 2 juli jl. wijst op de noodzaak om nu vooral de pijnpunten aan de achterban duidelijk te maken. De minpunten van de deal zijn bij veel leden nog niet duidelijk. Bovendien hebben de werkgevers haast om de resultaten van de deal te oogsten.

In de eerste vier dagen van het referendum (18 t/m 21 juni), dus vůůr de eerste informatie-avonden (vanaf 21 juni) plaatsvonden, stemden ongeveer 100.000 (van de 160.000) leden. De rest (dus 60.000 stemmers) deed dat tussen 22 en 30 juni. Zo'n 100.000 leden stemden op basis van het propagandaverhaal van de FNV. Gedurende veel informatiebijeenkomsten groeide de twijfel en werd er veel meer aandacht aan de minpunten besteed. Een Abvakabo FNV-folder waarin wel minpunten werden genoemd werd bij veel leden pas op zaterdag 26 juni (4 dagen voor de sluitingsdatum van het referendum) bezorgd.

De gevolgde werkwijze ondergraaft de vakbondsdemocratie en ondergraaft een solide draagvlak voor een akkoord over een van de belangrijkste verworvenheden van de werknemers in dit land: een gegarandeerde oudedagsvoorziening.

Dit akkoord en de wijze waarop het werd doorgedrukt door de FNV-leiding kan niet worden geaccepteerd. De NCPN roept de leden van FNV-bonden op in de eigen bond de discussie aan te gaan over de inhoud en consequenties van het akkoord en het effect van het referendum op de vakbondsdemocratie. Dit akkoord moet van tafel!

Partijbestuur NCPN, 3 juli 2010