download

Verklaring NCPN inzake de uitslag van het Britse referendum

Meerderheid Britten keert zich tegen lidmaatschap van de EU en kiest voor Brexit

De NCPN feliciteert de Britse arbeidersklasse en met name de CPB met de uitslag van het referendum.

Het Britse Brexit-kamp won het referendum met 52 procent. De weerzin onder de bevolking tegen het optreden van de zogenoemde 'EU-elite' en de verwachting bij een deel van de bevolking dat zij beter af zullen zijn bij een Brexit bleek groter dan gedacht in kringen van de heersende klasse. Geconfronteerd met de Britse heersende klasse zullen die verwachtingen een illusie blijken. De uitkomst van het referendum voor de bevolking in de verschillende Europese landen is op dit moment niet duidelijk. Maar het Europese grootkapitaal is er alles aan gelegen haar belangen veilig te stellen.

Het feit dat de stabiliteit van 'Fort Europa' minder groot blijkt te zijn dan vaak gedacht, is van doorslaggevend politiek belang. De Brexit kan zeer goed het begin zijn van een verdere onttakeling van het kapitalistische EU-project. Het feit dat, voor het eerst, de EU kleiner wordt - van 28 naar 27 landen - is van historisch belang. De EU wordt al van veel kanten ter discussie gesteld, de Britse beslissing zal het desintegratieproces versterken en versnellen. Ook in ons land zal het de anti-EU-beweging versterken. De komende verkiezingen zullen sterk in een Europees teken staan. Daarbij wordt zelfs gesproken van een mogelijk Nexit. De schok in financiŽle- en ondernemerskringen was groot, niet alleen in Groot-BrittanniŽ. Om de paniek te beperken wordt door de vertegenwoordigers van de heersende klasse met sussende woorden gestrooid. Maar de onderlinge kapitalistische tegenstellingen zijn per definitie groot, nemen toe en zijn steeds meer onoverbrugbaar. Met name de tegenstellingen tussen de grote en de kleine bourgeoisie nemen toe. Het is de kleine bourgeoisie die het referendum won en die overal in de westerse wereld van zich laat horen..

De grote bedrijven in de EU, verenigd in de 'European Round Table' (ERT), die aan de politieke touwtjes in Brussel en de Londense City trekken, spraken zich kortgeleden onverkort uit tegen een Brexit. Dat deed ook het Amerikaanse grootkapitaal. Een Brits vertrek uit de EU werd in deze kringen niet gewenst. Het kapitaal is nu vooral bang voor een 'vechtscheiding' met onvoorspelbare gevolgen. Alles zal nu door de heersende klasse in het werk worden gesteld om de periode van ruim twee jaar, voordat er definitief sprake is van uittreden, de neuzen van de elite in dezelfde richting te krijgen. De kapitalistische crisis maakt deze poging echter praktisch onmogelijk.

Het gist onder grote delen van de bevolkingen in Europa, met name in de middengroepen. De tegenstand tegen het kapitalistische project is nog vooral emotioneel, politiek ongericht en verdeeld en nationalistisch van aard. De kans dat de woede en onrust zich politiek vertalen in een grotere ruk naar rechts is niet denkbeeldig. Politici als Wilders en Le Pen maken zich al op om te oogsten. De kansen voor links nemen echter ook toe. Het is van belang dat de 'weerzin tegen de elite' wordt omgezet in 'verzet tegen het kapitalistische systeem'. Dat de zakkenvullers niet langer worden gezien als individuele graaiers, maar als onlosmakelijk onderdeel van het kapitalistische systeem. Dat het niet alleen gaat om een politieke, financiŽle en economische elite die niet luistert naar de meerderheid van de bevolking en alleen de eigen belangen najaagt, maar om een systeem dat in een diepe economische, financiŽle en morele crisis verkeert en moet worden vervangen door een ander systeem, een socialistisch. In alle Europese landen zal het erom gaan dat de arbeidersklasse zich oriŽnteert op een antikapitalistische agenda. De strijd voor een socialistisch Europa moet bovenaan die agenda staan. De strijdvormen hebben uiteraard een nationaal karakter.

De EU is antidemocratisch. Behalve de Raad van Ministers, zijn de machtigste instanties in de EU de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank (ECB) en het Europees Hof van Justitie (ECJ). De genoemde Commissie ontwerpt en voert de EU-wetgeving uit met inbegrip van de macht om regeringen van lidstaten boetes op te leggen. Een deel van die macht moet ze delen met de ECB, die binnen de eurozone ook de centrale banken en de rentevoeten onder haar controle heeft. De ECB kent geen enkele politieke controle en is aan niemand verantwoording schuldig en een instrument van de sterkste economische en financiŽle machten in Europa.

Het fundamenteel antidemocratisch karakter van de EU blijkt ook uit de weigering om resultaten van nationale referenda te accepteren, die voorgestelde nieuwe verdragen afwijzen: die in Denemarken (in 1992 over Verdrag van Maastricht) en Ierland (in 2001 over Verdrag van Nice en in 2008 over het Verdrag van Lissabon) werden opnieuw gehouden, om er zeker van te zijn dat er dan een pro-EU-resultaat uit zou komen. Nadat Frankrijk en Nederland (in 2005) tegen de Europese Grondwet stemden, werden in Groot-BrittanniŽ en andere lidstaten de geplande referenda afgelast; de voorstellen werden vervolgens aan het Verdrag van Lissabon toegevoegd. Nadat Ierland daar in 2008 tegenstemde, bij het enige referendum dat in de EU daarover werd gehouden, werd de Ierse bevolking omgekocht en onder druk gezet om op hun beslissing terug te komen.

De EU en haar voorgangers zijn na de Tweede Wereldoorlog opgericht om de grote kapitalistische concerns in West-Europa opnieuw op te bouwen achter opgetrokken muren van importheffingen en zonder interne beperkingen voor handel en bedrijfsovernames. Het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (Verdrag van Rome-VWEU) bepaalt dat er ťťn interne markt met 'vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal' moet zijn (artikel 26). Dit vormt de hoeksteen van het oorspronkelijke Verdrag van Rome (1957) dat de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap betekende. De EU is een club van grote ondernemers. De Europese Unie geeft de toon aan bij de Wereld Handels Organisatie (WTO) voor wat betreft het beleid om de grenzen van andere landen open te stellen voor investeringen door het Europees monopoliekapitaal. De EU heeft de grote ondernemers veel voordelen gebracht. In de afgelopen zestig jaar hebben met name de multinationals gefloreerd. De EU is wereldwijd goed voor zestien procent van de totale invoer en uitvoer en heeft handelsovereenkomsten met een groot aantal landen.

De EU is antisocialistisch. De vrijemarktpolitiek van de EU verbiedt nationale regeringen om zelfstandig economische ontwikkelingen te plannen door het verkeer van kapitaal, goederen, diensten en arbeid te reguleren over de grenzen heen, en zelfs binnen de eigen landsgrenzen. Planmatig economisch beleid gericht op de belangen van de werkende klasse is feitelijk bij wet onmogelijk gemaakt door artikel 3 (voor een 'volledig concurrerende markteconomie' van het Verdrag van de Europese Unie en door art. 119, 120 en 127 van het Verdrag omtrent de werking van de Europese Unie. Daarin staat de eis centraal dat alle EU-lidstaten zich moeten houden aan 'een open-markteconomie met vrije concurrentie'. Het Pact voor Stabiliteit en Groei van de EU stelt limieten aan het begrotingstekort in de publieke sector (3 % van het bruto nationaal product) en aan de nationale schuldenlast (60 % van het bnp) en schrijft de regeringen van de lidstaten voor om sluitende of positief uitkomende begrotingen op te stellen.

De regering van elke lidstaat moet jaarlijks een Plan van Aanpak voorleggen toegespitst op de praktische uitwerking van de strategie om het begrotingstekort weg te werken. Het is ook uitdrukkelijk verboden volgens artikel 123 van de TFEU, om de eigen centrale bank te gebruiken om staatsobligaties op te kopen. Overheidssteun of elke andere vorm van bevoordeling of bescherming van specifieke bedrijven of strategische industrieŽn - zowel in de private als de publieke sector - is verboden.

Een ideologie die de zogenaamde voordelen van 'marktwerking' en 'liberalisatie' verkondigt, heeft de weg vrijgemaakt voor de aanval op genationaliseerde (nuts)bedrijven en openbare diensten en de privatisering van elektriciteit, spoorwegen en postdiensten mogelijk gemaakt. Er vonden zogenaamde 'reddingsoperaties' plaats met de fondsen van de Europese Unie waarbij radicale privatiseringen werden geŽist, als voorwaarde voor leningen aan lidstaten die grote schulden hebben aan Duitse, Franse en Britse banken. De grote bedrijven, verenigd in de ERT lobbyen onophoudelijk bij de Europese Commissie en het Europees Parlement om Europese politici te beÔnvloeden op velerlei onderwerpen. Daarbij wordt niet geschuwd zelf wetteksten aan te leveren.

De illusie van de mogelijkheid van een 'Sociaal Europa', door het kapitaal gecreŽerd om de oppositie van de arbeidersbeweging tegen 'ťťn Europese markt' af te zwakken, wordt steeds meer door de realiteit onderuitgehaald. Vanaf 1992 zijn de meeste sociale programma's van de Europese Unie juist geschrapt. De verschillende bezuinigingsprogramma's hebben geleid tot aanzienlijke toename van werkloosheid, belastingverhogingen, privatiseringen op grote schaal en kortingen op de pensioenen en voorzieningen van de bevolking in veel Europese landen. Ondernemers hebben het 'vrije verkeer van arbeidskrachten' gebruikt om de door de vakbonden afgedwongen arbeidsvoorwaarden, zoals arbeidstijden en lonen, te ontduiken. De ervaringen met dit beleid van de EU - meestal uitgevoerd door reactionaire regeringen - hebben grote delen van de arbeidersbeweging en linkse partijen over heel Europa ertoe gebracht om veel kritischer te staan tegenover de eurozone en de EU in het geheel.

Het is voor de arbeidersbeweging van belang de interne kapitalistische markt af te breken en inhoud te geven aan de nationale democratische ontwikkelingen om in de verschillende Europese landen te kunnen werken aan een sociaal beleid dat het levenspeil van de bevolkingen dient en niet de winstaccumulatie voor enkelen. Daarbij moet ook de pas worden afgesneden aan pogingen als die van extreem-rechtse partijen als de PVV van Wilders om de groeiende onrust onder grote delen van bevolking voor eigen politieke doelen in te zetten.

De EU als imperialistisch project moet worden vervangen door samenwerkende democratische staten, waar bevolkingen invloed hebben op het beleid en waar sociale doelstellingen centraal staan. In die landen moet de discussie onbelemmerd kunnen worden gevoerd over de noodzaak van een socialistische toekomst. Weg met de kapitalistische EU, op naar een socialistisch Europa.

NCPN, 26 juni 2016