De aard van de CIA-interventie in Venezuela

Interview met Phillip Agee (*)

Jonah Gindin

Naast de recente ondoordachte anti-ChŠvez-commentaren in de Amerikaanse media en de dreigende verklaringen van een reeks belangrijke VS-regeringsfunctionarissen van zowel het ministerie van Buitenlandse Zaken als dat van Defensie onderkent Agee een meedogenlozer Amerikaanse strategie in Venezuela.

Voortbordurend op het werk van de socioloog William I. Robinson over de Amerikaanse interventie in Nicaragua in de 80er jaren en op basis van onlangs gepubliceerde documenten die een gedetailleerd beeld geven van de VS-activiteiten in Venezuela, komt Agee tot de conclusie dat de CIA-strategie van 'democratiebevordering' in Venezuela in volle gang is.

Net zoals in Nicaragua in de 80er jaren verstrekken een aantal stichtingen miljoenen dollars om de oppositiekrachten in Venezuela financieel te ondersteunen. Deze fondsen worden verdeeld door een particulier adviesbureau dat gecontracteerd is door het Amerikaans Bureau voor Ontwikkelingshulp (USAID). De onderminister voor het Westelijk Halfrond bij Buitenlandse Zaken, Roger Noriega, bevestigde onlangs de betrokkenheid van zijn ministerie bij deze acties. Op 2 maart 2005 zei hij tegen de Senaatscommissie voor Buitenlandse Betrekkingen: "We zullen de democratische elementen in Venezuela steunen, opdat zij de politieke rol waarop zij recht hebben kunnen blijven spelen." Het financieren van deze 'democratische elementen' heeft uiteindelijk als doel de vereniging van de versplinterde Venezolaanse oppositie (die voorheen losjes verbonden was in de Coordinadora DemocrŠtica) voor de eerstvolgende presidentsverkiezingen in 2006. Als de oppositie er niet in zou slagen om deze verkiezingen te winnen, waarschuwt Agee, zullen de CIA en anderen zich richten op die van 2012 en desnoods op die van 2018, omdat "de stabiliteit van het politieke systeem en de veiligheid van de politieke klasse in de VS op het spel staan."

Hoe kijkt u aan tegen de recente ontwikkelingen in Venezuela?

Toen ChŠvez voor het eerst verkozen werd en ik de gebeurtenissen begon te volgen kon ik de tekenen aan de wand al zien, net zoals in Chili in 1970 en in Nicaragua in 1979-80. Er bestond bij mij geen enkele twijfel dat de Verenigde Staten de loop van de geschiedenis zouden proberen te wijzigen, net zoals zij dat in Chili en in Nicaragua gedaan hebben en daarvoor in vele andere landen. Helaas had ik niet de tijd om de ontwikkelingen op de voet te volgen, alleen maar op afstand. Toen Eva Golinger haar website startte kwam de situatie in Venezuela meer onder mijn aandacht. Ik las de daarop gepubliceerde documenten en ontdekte dat dezelfde mechanismen die in Nicaragua aangewend werden om door te dringen in het maatschappelijk leven en het politieke- en het verkiezingsproces te beÔnvloeden ook nu weer in werking traden, hier in Venezuela.

In 1979 meen ik, vlak na de machtsovername van de Sandinisten, schreef ik een analyse over de strategie die de VS mijns inziens zouden toepassen en bijna alles wat ik schreef werd bewaarheid, omdat deze technieken van de CIA, USAID, het ministerie van Buitenlandse Zaken en sinds 1984 van de National Endowment for Democracy steeds een bepaald patroon volgen. Het programma om de Nicaraguaanse verkiezingsuitslag van 1990 te beÔnvloeden begon ongeveer anderhalf jaar voordien met de vereniging van de oppositie en het opzetten van een burgerbeweging, dingen die we nu ook in Venezuela zien. Vandaar dat mijn belangstelling voor de politiek in Venezuela gewektis en ik regelmatig publiceer over het land.

Wat was in de tijd dat u in dienst was van de CIA de belangrijkste tactiek van de VS om de Amerikaanse "strategische belangen" in Latijns-Amerika te beschermen?

Toen ik bij de CIA werkte, vanaf het eind van de 50er tot de late 60er jaren, werden er internationale, regionale en binnenlandse operaties uitgevoerd, allemaal pogingen om de machtscentra overal ter wereld te infiltreren en te manipuleren. Hiermee hield ik mij bezig, met de infiltratie en manipulatie van politieke partijen, vakbonden, jongeren- en studentenbewegingen, intellectuele, culturele en religieuze groeperingen, de vrouwenbeweging en vooral van de media. We betaalden journalisten bijvoorbeeld om onze informatie te publiceren alsof die van henzelf afkomstig was. Deze propagandamachine draaide onafgebroken. Ook gaven we handenvol geld uit aan het benvloeden van verkiezingen om onze kandidaten te bevoordelen boven andere. De CIA had een manicheÔstisch (dualistisch) wereldbeeld, wat inhield dat er mensen aan onze kant stonden en dat er mensen tegen ons waren. Het was de taak van de CIA om de politieke krachten die ons vijandig toeschenen - alles ter linkerzijde van de sociaal-democratie - te infiltreren, te verzwakken en te verdelen. Anderzijds steunden en versterkten we de politieke krachten in alle instellingen en bewegingen die ik net noemde die de Amerikaanse belangen welgezind leken te zijn.

Een van de voortdurende problemen waarmee de CIA te maken kreeg vanaf het begin van deze operaties in 1947 was dat de personen en organisaties die geld ontvingen dit maar moeilijk konden verbergen. Als je een grote som geld ontvangt kan het lastig zijn dit geheim te houden. Vandaar dat men al vroeg begon met de oprichting van een aantal stichtingen en met het sluiten van overeenkomsten met bestaande organisaties. Soms waren deze instellingen alleen maar 'papieren stichtingen' met aan het hoofd een jurist die op de loonlijst van de CIA stond. Vanaf de vroege 50er jaren werd het internationale programma van de National Students Association (NSA), dat is de studentenvakbond die op bijna elke campus actief is, in feite gerund door de CIA; het hele internationale programma van de NSA was een grote CIA-operatie. Elke voorzitter van de NSA die in de loop der jaren benoemd werd kreeg instructies over hoe het internationale programma onder leiding van de CIA werkte.

De persoon die in 1966 voorzitter werd - dit was de tijd van de Vietnamoorlog en de protestbeweging - weigerde er echter mee akkoord te gaan en vertelde het hele verhaal aan 'Ramparts Magazine' in CaliforniŽ, een tijdschrift dat connecties had met de katholieke kerk. De publicatie door 'Ramparts' veroorzaakte een enorm schandaal en daarbij bleef het niet. Alle nieuwsmedia pikten het verhaal op en in februari 1967 publiceerde de 'Washington Post' een uitgebreide uiteenzetting over de internationale financieringen door de CIA. Er werden namen genoemd van stichtingen en van een aantal van de buitenlandse organisaties die ik net noemde, politieke partijen, vakbonden, studentenbewegingen enz. Het was een ramp voor de CIA. Tussen twee opdrachten in Ecuador en Uruguay door was ik toevallig op ons hoofdkwartier toen dit gebeurde. Het was desastreus voor de CIA.

Binnen twee maanden na de ineenstorting van dit internationale financieringssysteem pleitte een lid van het Huis van Afgevaardigden, Dante Fescall, die nauwe banden onderhield met de CIA en rechtse Cubaans-Amerikanen in Miami, in het Congres voor de oprichting van een niet-gouvernementele stichting die fondsen van het Congres zou krijgen om deze vervolgens openlijk te verdelen onder de organisaties die tot dusver onder de tafel geld kregen van de CIA. Het was echter 1967, van eensgezindheid tussen de Democraten en de Republikeinen over het buitenlands beleid was geen sprake meer en dus leidde Fascell's voorstel nergens toe.

Daarom bleef de CIA, zelfs na de ineenstorting van het internationale financieringsmechanisme de uitvoerder van de Amerikaanse activiteiten die bekendstonden als "geheime operaties". Zo was de CIA bijvoorbeeld vanaf 1970 verantwoordelijk voor het ondermijnen van de regering Allende in Chili. In 1958 was Salvador Allende al bijna verkozen. In Chili vinden de verkiezingen elke zes jaar plaats en al een jaar voor de volgende stembusgang in 1964 begon de CIA te werken aan het voorkomen van zijn verkiezing. Het geld werd deels gebruikt om Salvador Allende, de Socialistische Partij en zijn coalitie, de Unidad Popular in diskrediet te brengen en deels om de Christen-Democratische campagne van Allende's tegenstander Eduardo Frei te ondersteunen. Frei won deze verkiezingen maar de volgende keer in 1970 werd Allende eindelijk verkozen.

Zoals aangetoond wordt door documenten probeerde de CIA de bekrachtiging van Allende's benoeming door het Congres te voorkomen door het uitlokken van een staatsgreep, maar deze mislukte. Allende kwam aan de macht en de CIA begon met het voeden van ongenoegen onder de bevolking door niet aflatende propaganda en het aanzetten tot stakingen, waarvan die van de vrachtwagenchauffeurs het ernstigste was. Ze stopten voor een aantal maanden met de aanvoer van goederen en dit was uiteindelijk de aanleiding voor de coup van Pinochet tegen Allende in september 1973.

Zijn er belangrijke veranderingen gekomen in de strategie van de CIA sinds u de dienst in 1968 verliet?

Ja, absoluut. In de 70er jaren heersten er wrede militaire dictaturen in Latijns-Amerika: Uruguay, ArgentiniŽ, Paraguay, BraziliŽ, en natuurlijk die van Pinochet in Chili. Ze werden trouwens stuk voor stuk gesteund door de CIA. In deze periode begon zich in de hogere kringen van de beleidsbepalers van de Amerikaanse buitenlandse politiek een nieuwe denkwijze te ontwikkelen. Die kwam erop neer dat deze militaire dictaturen en de daarmee gepaard gaande onderdrukkingen, verdwijningen en doodseskaders misschien niet het beste middel vormden om de Amerikaanse belangen in Latijns-Amerika en elders te beschermen.

Volgens de nieuwe denkwijze konden de Amerikaanse belangen beter beschermd worden door middel van de democratisch verkozen regeringen die gevormd zouden worden door politieke elites die zich identificeerden met de politieke klasse in de Verenigde Staten. Hiermee bedoel ik dus niet 'het volk', maar de traditionele politieke klasse in Latijns-Amerika, de zogenaamde 'oligarchen'. Zo werd een nieuw Amerikaans programma, dat bekend werd als 'Project Democratie', in het leven geroepen en het doel van het VS-beleid was om vrije, eerlijke en transparante verkiezingen te bevorderen, maar wel op zo'n manier dat de macht bij de elites en niet bij de bevolking terecht zou komen.

In 1979 werd een organisatie opgericht genaamd American Political Foundation waarin vier belangrijke organisaties, de grootste Amerikaanse vakcentrale AFL-CIO, de Amerikaanse Kamer van Koophandel, de Democratische en de Republikeinse Partij een groot aandeel hadden. Deze organisatie werd gefinancierd met regeringsgeld en uit particuliere bronnen en haar taak was te onderzoeken hoe de Verenigde Staten de nieuwe denkwijze het best konden toepassen in het bevorderen van de democratie. De oplossing werd gevonden in de National Endowment for Democracy (NED) en de vier daaraan verbonden instellingen: het International Republican Institute (IRI) van de Republikeinse Partij, het National Democratic Institute (NDI) van de Democraten,het American Center of International Labor Solidarity (ACILS) van het AFLCIO en het Center for International Private Enterprise (CIPE) van de Amerikaanse Kamer van Koophandel. Wat die instelling van het AFL-CIO betreft, men wees gewoon een organisatie aan die jarenlang nauw samengewerkt had met de CIA, het American Institute for Free Labor Development (AIFLD) en veranderde daar de naam van (2).

Hoe verloopt de samenwerking van de NED met de CIA precies?

Het mechanisme komt erop neer dat het Congres miljoenen dollars geeft aan de National Endowment for Democracy. Die geeft het geld vervolgens door aan wat zij noemen de "basisorganisaties", te weten de vier aangesloten instellingen, die de fondsen op hun beurt weer overdragen aan begunstigden in het buitenland. Dit alles begon in 1984 en een van de eerste ontvangers van het NED-geld was de Cuban American National Foundation (CANF), destijds het centrum in de VS van de meest extremistische personen en organisaties die gekant waren tegen Castro.

De echte test voor dit nieuwe systeem volgde in Nicaragua. Sinds 1979-80 voerde de CIA in Nicaragua een programma uit dat bestond uit de organisatie van contrarevolutionaire militaire krachten en paramilitaire groeperingen die samen bekend werden als de "Contra's". De logistieke steun en de bevoorrading vond plaats vanuit Honduras en uiteindelijk infiltreerde men zowat vijftienduizend guerrillastrijders in het land, die echter verslagen werden door het Sandinistische leger. Rond 1987 terroriseerden de Contra's het platteland, ze hadden de dood van meer dan drieduizend mensen op hun geweten en vele anderen waren voor de rest van hun leven verminkt. Hun operaties op het platteland waren puur terroristisch. Maar zelfs het kleinste gehucht konden ze in al die jaren niet veroveren en behouden. Tenslotte werden ze militair definitief verslagen.

Tegen 1987 was Centraal-Amerika - El Salvador, Guatemala, Nicaragua - oorlogsmoe. Er vond een ontmoeting plaats tussen de presidenten van deze drie landen in de Guatemalaanse stad Esquipulas en ze werkten zelf - de Verenigde Staten waren niet van de partij - een reeks overeenkomsten uit, onder meer over de ontwapening van de Contra's en een staakt-het-vuren in de verschillende landen. In Nicaragua kwam het dus tot een wapenstilstand. Maar de CIA wilde de Contra's niet ontwapenen omdat ze wist dat er in 1990 verkiezingen zouden volgen en wilde daarom de Contra's als dreiging achter de hand houden. Hoewel de Contra's in 1987 militair verslagen waren hadden zij enorme economische problemen teweeggebracht en de Nicaraguaanse bevolking had veel te lijden onder de verwoestingen.

Na de akkoorden van Esquipulas veranderde het Amerikaanse beleid. Er werd meer nadruk gelegd op de doordringing van het maatschappelijk leven en de versterking van de oppositie tegen het Sandinistisch Bevrijdingsfront (FSLN). Eťn van de strategieŽn was de steun aan de Coordinadora Democratica Nicaraguense, die was samengesteld uit belangrijke zakenmensen uit de privťsector, bepaalde anti-Sandinistische vakbonden, anti-Sandinistische politieke partijen en anti-Sandinistische burgerorganisaties. Een particulier adviesbureau, Delphi International Group, werd ingehuurd om leiding te geven aan de operaties om de verkiezingen in 1990 te beÔnvloeden.

Delphi kreeg het meeste geld van iedereen en speelde een sleutelrol in de aanloop naar de verkiezingen van 1990. De NED was al vanaf 1984 actief in Nicaragua en samen met de vier aangesloten instellingen verhoogde ook deze organisatie in 1988-90 haar activiteiten met als doel de beÔnvloeding van het politieke proces in Nicaragua. Om toezicht te houden op de verkiezingen, een anti-Sandinistisch front te vormen en zodoende tot een anti-Sandinistische uitslag te komen riepen de CIA en de NED een burgerfront, Via Civica, in het leven, met als zogenaamd doel politieke scholing en activisme, maatschappelijke ontwikkeling en niet-partijgebonden burgerlijke activiteiten. In werkelijkheid echter waren alle activiteiten opgezet om de anti-Sandinisten te versterken. Eerst was er dus de Coordinadora, vervolgens de Via Civica en tenslotte de vereniging van de oppositie. Deze werd pas in augustus 1989 in het leven geroepen, ongeveer zes maanden voor de verkiezingen, wat nogal laat was. Men had er echter lang aan gewerkt en van de twintig oppositiepartijen werden er veertien - vaak met behulp van omkoping - aaneengesmeed tot de Verenigde Nicaraguaanse Oppositie (UNO). De UNO schoof voor verschillende posities een gezamenlijke kandidaat naar voren en de Verenigde Staten wezen Violeta Chamoro aan als presidentskandidaat.

In september 1989 werd er een merkwaardige overeenkomst gesloten tussen de Amerikaanse regering en de Sandinisten die erop neerkwam dat de Sandinisten de VS zouden toestaan om 9 miljoen dollar te doneren aan de oppositie als zij beloofden verder geen geld te investeren tegen de Sandinisten. Vreemd genoeg gingen de Sandinisten hiermee akkoord en het eerste dat gebeurde was natuurlijk dat de CIA miljoenen dollars meer meebracht. De wetenschapper Bill Robinson die in de 80er jaren lange tijd in Nicaragua woonde heeft een boek geschreven over het land en de verkiezingen in 1990 getiteld 'A Faustian Bargain'. Het is een uitstekend, goed geschreven en gedocumenteerd boek. Hij schat dat de Verenigde Staten voor de verkiezingen in 1990 een buitensporige 20 miljoen dollar uitgaven. Zoals iedereen weet verloren de Sandinisten. De UNO-coalitie behaalde ongeveer 56 procent van de stemmen, de Sandinisten 40 procent. De operaties die opgezet waren om een Sandinistische verkiezingsnederlaag in 1990 te verzekeren werden voortgezet om te voorkomen dat zij bij de volgende verkiezingen niet alsnog aan de macht kwamen en deze opzet slaagde.

Hoe wordt dit model toegepast op Venezuela?

In Venezuela gebeurt er iets gelijkaardigs. Ook hier is er een Coordinadora Democratica die bestaat uit gelijkaardige groepen en organisaties als in Nicaragua, hoewel het verbond nu min of meer ineengestort is zoals ik begrepen heb. Ze zullen het echter nieuw leven inblazen, daar ben ik zeker van. Er is hier een organisatie, S.mate, die zogenaamd niet-partijgebonden is en tot doel heeft de mensen naar de stembus te krijgen en te verzekeren dat de verkiezingen eerlijk zullen verlopen. Ook is er een particulier Amerikaans adviesbureau aan het werk, Development Alternatives Incorporated, dat dezelfde rol vervult als Delphi International in Nicaragua en zowel het International Republican Institute als het National Democratic Institute hebben kantoren in CarŠcas. Zo zijn er alweer drie instellingen die tientallen miljoenen dollars uitgeven, instellingen die feitelijk onder controle staan van de Amerikaanse ambassade, van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington en van het Agency for International Development (3). Het eerste contract dat Development Alternatives kreeg was afkomstig van het AID. Het programma van de National Endowment for Democracy werd voortgezet met ongeveer 1 miljoen dollar per jaar (4).

Na de mislukte staatsgreep in 2002 besloot Washington hetzelfde te doen als in Nicaragua, namelijk een particuliere firma in te huren die als stroman voor het AID nog meer geld zou moeten spenderen dan de NED. Het eerste contract werd ondertekend op 30 augustus 2002 en voorzag in meer dan 10 miljoen dollar in de komende twee jaar voor politieke activiteiten in Venezuela. In augustus 2002 werd het kantoor geopend en er kwamen vijf mensen uit Washington, aangewezen door het AID. Let wel: ze huren een adviesbureau in maar benoemen zelf het personeel. De aanstelling van elke Venezolaan diebij Development Alternatives gaat werken moet door Washington worden goedgekeurd. Deze drie kantoren hier kunnen dus alleen maar gezien worden als werktuigen van de Amerikaanse ambassade en we moeten onder ogen zien dat de CIA achter de schermen van deze organisaties aan de touwtjes trekt. Het handige van deze instellingen en het adviesbureau is dat het zo voor de CIA veel gemakkelijker wordt om via hen veel meer geld aan organisaties te schenken.

Ze worden toch al min of meer openlijk gefinancierd en de extra donaties kunnen zo in het verborgene blijven. Het AID-geld voor Development Alternatives bedroeg ongeveer 5 miljoen dollar, waarvan drieŽnhalf bestemd was voor de Venezolaanse organisaties. Samen met de 1 miljoen van de NED kom je op 6 ŗ 7 miljoen aan openlijke donaties. Al deze informatie is trouwens afkomstig van documentatie die Eva Golinger verzameld heeft, zij heeft schitterend werk afgeleverd. De CIA kan aan deze 6 ŗ 7 miljoen nog een aanzienlijk bedrag toevoegen en de documentatie bewijst dat dit gedaan is om de staking in de olie-industrie te steunen, evenals de nationale staking van december 2002 tot 2003 en de referendumcampagne voor het afzetten van ChŠvez. Al deze acties mislukten en nu richten ze zich op de verkiezingen van 2006.

Venezuela is zeker niet het enige land waar operaties plaatsvinden om zogenaamd de maatschappelijke structuur te versterken, de democratie te bevorderen en de bevolking te scholen in het verkiezingsproces, maar die niets meer dan een dekmantel zijn. Venezuela is niet het enige land waar het echte doel neerkomt op het bevoordelen van de ene politieke kracht boven de andere. Er is behoefte aan onderzoek op dit gebied want als je hun website bezoekt zie je dat Development Alternatives overal ter wereld actief is. Niet al hun programma's worden gefinancierd door de VS, ook door de Wereldbank en ik weet niet hoeveel andere geldschieters. Je kunt hun activiteiten bekijken en zien welke lijken op wat er in Venezuela plaatsvindt.

Hetzelfde geldt voor het National Democratic Institute en de drie andere aan de NED verbonden instellingen, men kan zo nagaan waar zij hun politieke activiteiten, in samenwerking met de CIA natuurlijk, op richten. Naar mijn mening is het noodzakelijk om deze werkwijze aan het licht te brengen en bij de juiste naam te noemen: het zogenaamd bevorderen van de democratie terwijl er in werkelijkheid machtswisselingen nagestreefd worden door het omverwerpen van regeringen terwijl gunstig gezinde regeringen versterkt worden is een leugen.

De vroegere CIA-agent Felix Rodrigues zei laatst op de televisie in Miami dat de VS een machtswisseling in Venezuela voor ogen hebben die mogelijk teweeggebracht wordt door geweld. Als voorbeeld noemde hij de moordpoging van de regering Reagan op de Libische leider Mohammar Khadaffi. Is een dergelijk scenario denkbaar voor een Amerikaanse interventie in Venezuela?

Bedenk wel dat wat Khadaffi betreft de Verenigde Staten hem ervan verdachten achter de bomaanslag op een Berlijnse discotheek te zitten en dat de aanval op Tripoli een vergelding daarvoor was. ChŠvez heeft de VS nog nooit zo geprovoceerd dus ik kan niet geloven dat de VS het punt bereikt hebben waarop ze hem of de president van een ander land zo schaamteloos uit de weg zouden ruimen. De Verenigde Staten zijn er slecht aan toe, slechter dan ik ooit meegemaakt heb, maar zo diep zijn we volgens mij nog niet gezonken.

Belangrijk voor ChŠvez en zijn Bolivariaanse beweging is dat zij altijd in het achterhoofd moeten houden dat de VS hun pogingen om de klok terug tedraaien nooit zullen opgeven. De onbelemmerde toegang tot de buitenlandse natuurlijke rijkdommen, arbeid en markten maakt deel uit van de Amerikaanse opvatting over het veiligstellen van de Amerikaanse belangen.

Landen zoals die in Latijns-Amerika staan garant voor de welvaart in de VS. Hoe meer regeringen met een nationalistisch element aan de macht komen die een eigen agenda voeren en hoe meer zij zich verzetten tegen het Amerikaanse neoliberale beleid, des te meer worden zij door Washington als een bedreiging gezien. Wat op het spel staat is namelijk de stabiliteit van het Amerikaanse politieke systeem en de bescherming van de politieke klasse in de VS. De Venezolaanse bevolking zal dus moeten vechten voor haar overleving, net zoals de Cubanen dat al vijfenveertig jaar doen. Als de Verenigde Staten op de ingeslagen weg doorgaan zullen ze over vijfenveertig jaar nog steeds proberen het politieke proces in Venezuela te ontwrichten, net zoals zij maar blijven proberen de Cubaanse revolutie te vernietigen.

Presidenten zullen komen en gaan, er zijn nu negen presidenten die Fidel overleefd heeft, dus het is van belang te onderkennen dat de Amerikaanse bemoeienis van permanente aard is. De Amerikaanse verdeel-en-heerspolitiek kan alleen maar falen dankzij voortdurende waakzaamheid, organisatie en eensgezindheid.

(*) Philip Agee is een voormalig CIA-agent die de inlichtingendienst in 1967 verliet nadat hij gedesillusioneerd was geraakt omdat de CIA handhaving van de heersende situatie in de regio voorstond. Agee: "Ik ging me realiseren dat de werkzaamheden van mijn collega's en mij in Latijns-Amerika neerkwamen op hetzelfde als wat daar al bijna vijfhonderd jaar plaatsvond: uitbuiting, volkerenmoord, enz. Toen ontstond het idee in mij, wat tot dan toe ondenkbaar was geweest, om een boek te schrijven over hoe alles in zijn werk gaat." Het boek, 'Inside the Company: CIA Diary' was direct een bestseller en werd uiteindelijk in meer dan dertig talen vertaald (1). In 1978, drie jaar na de verschijning van het 'CIA Diary' begon Agee met een groepje gelijkgestemde journalisten met de uitgave van het 'Covert Operations Information Bulletin' (tegenwoordig 'Covert Action Quarterly'), als onderdeel van een "guerrilla-journalistiek" die gericht is op het onthullen van CIA-operaties en op de destabilisatie van deze inlichtingendienst. Het is niet verwonderlijk dat Agee's werk nogal agressieve reacties van de Amerikaanse regering en van de CIA in het bijzonder opriep, daarom verblijft hij sinds de 70er jaren buiten de VS, beurtelings in Duitsland en op Cuba. Momenteel vertegenwoordigt hij een Canadees chemiebedrijf in Latijns-Amerika. Noten:

  1. Philip Agee, 'CIA. Werkwijze, organisatie en machtsbereik van de Amerikaanse Geheime Dienst.' Vert: Nico Kuipers. Amsterdam Boek, Amsterdam, 1976, nvdv.
  2. In 1997 ontbond de voorzitter van AFL-CIO het AIFLD, dat vervangen werd door het ACILS, beter bekend als het "Solidarity Center".
  3. Ook het Center for International Private Enterprise (CIPE) van de Amerikaanse Kamer van Koophandel is actief in Venezuela, zie http://www.cipe.org/regional/lac/index.htm In augustus hielpen het CIPE en het CEDICE (Center for the Disseminiation of Economic Information) mee aan het opstellen van het politieke programma van het anti-ChŠvez verbond Coordinadora Democratica zie http://www.rethinkvenezuela.com/downloads/cedice.htm en http://venezuelanalysis.com/news.php?newsno=1308
  4. Voor de originele documenten die beschikbaar zijn dankzij de Wet op de Informatievrijheid en waarin details staan over de financiŽle steun van de NED en de AID aan de Venezolaanse oppositie zie www.venezuelafoia.info

Bron: Znet, 31-3-2005, vertaling Frans Willems.