download

Israël: democratie, apartheid en BDS

Enkele opmerkingen bij het antisemitismedebat

i-011-022.jpg
Een beeld van het dorp Abu Dis, dat in het plan van Amerikaanse president Trump de hoofdstad moet worden van de Palestijnse staat. Zichtbaar ook een deel van de muren die op de Westbank grote delen van de Palestijnen opsluit in economisch en sociaal onleefbare enclaves. (Foto: ZLV)

Norman Paech

I.

Het hoort tot de standaardlegenden over Israël om deze staat de enige democratie in het Midden-Oosten te noemen, in de woorden van Ehud Barak de 'villa in de jungle'. Dat is misschien zo voor de joodse bevolking, want officieel beschouwt Israël zich als joodse staat. Voor de Palestijnen, toch zo'n 20 procent van de totale bevolking, is democratie hoogstens een wensdroom. Dit hebben regering en parlement op 19 juli 2018 bekrachtigd met de wet 'Israël: de natiestaat van het joodse volk'.

Die begint met de woorden: "Het land Israël is het historische geboorteland van het joodse volk, waarin de staat Israël ontstond." Geen woord over het volk dat de joodse kolonisten daar aantroffen en waarvan ze het land afnamen. Zowel voor- als tegenstanders zijn het erover eens dat het gaat om een van de belangrijkste wetten die ooit door de Knesset zijn uitgevaardigd. Want vanaf nu is ook grondwettelijk vastgelegd dat de staat joods is. Het is geen staat van al zijn staatsburgers, hij verleent alle rechten alleen aan de joden. In de onafhankelijkheidsverklaring van 1949 had nog gestaan: "De staat Israël zal zich aan ontwikkeling wijden tot welzijn van al zijn bewoners."

Ook in deze constitutionele wet staan geen aanduidingen over de grenzen van de staat. Artikel 7 maakt wél duidelijk dat Israël zich niet zal houden aan de Groene Lijn, de wapenstilstandsgrens van 1949, en evenmin van zins blijft zelf het volkenrecht te respecteren: "De staat Israël ziet in de verdere ontwikkeling van de joodse nederzettingen een nationale waarde. Hij zet zich ervoor in om de stichting en consolidatie van joodse nederzettingen te stimuleren en te bespoedigen." Deze 'verdere ontwikkeling' betekent niets anders dan de annexatie van nog meer delen van de Westelijke Jordaanoever, waardoor geen grondgebied meer overblijft voor de stichting van een Palestijnse staat en het eeuwige 'engagement' van Netanyahu voor een twee-staten-oplossing als holle praat ontmaskerd wordt. (...)

Direct na de afkondiging van de wet heeft Gideon Levy in de krant Haaretz nuchter geconstateerd: "De nationale-staat-wet maakt een einde aan het vage nationalisme en het actuele zionisme in zijn huidige vorm. De wet maakt een einde aan de tot nu toe bestaande farce dat Israël 'joods en democratisch' zou zijn - een combinatie die nooit bestond en ook nooit kon bestaan. Want deze combinatie is in zich tegenstrijdig. De twee waarden zijn nooit onder één noemer te brengen, tenzij met bedrog. (...) Het is een wet vol waarheid." Slechts weinigen spreken zich zo onverbloemd over deze tegenstrijdigheid uit als de door haar fascisme-sympathieën bekend geworden minister van Justitie Aeylet Skaked: "We moeten het joodse karakter van de staat beschermen, ook als dat het opofferen van mensenrechten betekent." (...)

Het democratisch principe van gelijkheid, dat tot nu toe in geen enkele constitutionele wet kon worden verankerd, heeft ook in de nationale-staat-wet geen plek gevonden. Er is een veelheid van wetten die de Palestijnen in Israël na de stichting ervan benadelen, nu heeft de 'enige democratie' in het Midden-Oosten ook officieel en wettelijk afscheid genomen van de democratie. Het klopt dat de wet niet veel nieuws zegt, want het gaat de Israëlische politiek allang niet meer alleen om het bestaansrecht van Israël, maar om het bestaansrecht van het joodse Israël, waarin de Arabische Israëliërs slechts tweederangs burgers zijn.

II.

De Knesset legt met deze wet echter niet alleen haar democratisch gewaad af. Ze kan nu ook niet langer verbergen of ontkennen dat zich in de loop der jaren in Israël een apartheidssysteem heeft ontwikkeld. Het verwijt van apartheid tegen de Israëlische politiek geldt hier in Duitsland inmiddels als duidelijk bewijs van antisemitisme. Maar sinds de rapporten van de VN-verantwoordelijken John Dugard, Richard Falk en Virginia Tilley over hun onderzoek ter plaatse kan er geen twijfel meer over bestaan dat Israël en de bezette gebieden veranderd zijn in een genadeloos systeem van apartheid.

Zo sloot John Dugard zijn rapport over de bezette Palestijnse gebieden, dat hij in januari 2007 uitbracht aan de Mensenrechtenraad van de VN, af met de volgende woorden: "De mensenrechten in Palestina hebben meer dan 60 jaar op de agenda van de Verenigde Naties gestaan en met name de laatste 40 jaar sinds de bezetting van Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook in 1967. Door de jaren heen concurreerden de bezetting van Palestina en de apartheid in Zuid-Afrika om de aandacht van de internationale gemeenschap. In 1994 kwam een einde aan de apartheid en bleef Palestina het enige ontwikkelingsland in de wereld dat onderdrukt werd door een met het Westen verbonden regime. (...) Er zijn andere regimes, vooral in de derde wereld, die de mensenrechten onderdrukken, maar er is geen ander geval van een met het Westen verbonden regime dat de mensenrechten van een ontwikkelingsvolk onderdrukt en dat al zo lang."

Het was zijn laatste rapport over de uitzichtloze situatie van de Palestijnse bevolking. Want Dugard, een joodse Zuid-Afrikaan en professor in de rechten, werd in 2009 onder druk van Israël afgelost door een Amerikaanse collega, Richard A. Falk. Dugard verklaarde in dat jaar: "Ik ben een Zuid-Afrikaan die onder de apartheid heeft geleefd. Ik aarzel niet te zeggen dat Israëls misdaden oneindig veel erger zijn dan de misdaden die Zuid-Afrika met zijn apartheidsregime heeft begaan."

Israël had ook niet veel geluk met deze volgende speciale VN-rapporteur Falk die eveneens een jood is. Ook hij werd na afloop van zijn mandaat in 2014 niet herkozen, omdat hij in de scherpte van zijn kritiek op de Israëlische politiek niet onderdeed voor John Dugard. In zijn laatste rapport aan de Mensenrechtenraad in 2014 bevestigde Falk dat de voortgaande bezetting van Palestijns grondgebied - met de feitelijke annexatie ervan door de permanente uitbreiding van de nederzettingen en de bouw van de muur alsook de ontzegging van het zelfbestemmingsrecht aan de Palestijnen - alle kenmerken van apartheid heeft. Hij adviseerde de Algemene Vergadering van de VN om bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag advies in te winnen over de rechtmatige status van deze voortgaande bezetting, waarin "het wettelijk onacceptabel karakter van 'kolonialisme', 'apartheid' en 'etnische zuivering' wordt vastgesteld."

In maart 2017 herhaalde en verruimde Falk dit verwijt in een gezamenlijk rapport met Virginia Tilley voor de Economische en Sociale Commissie voor West-Azië van de VN. Daarin komen de auteurs tot de slotsom dat "de Israëlische politiek als racistisch moet worden beoordeeld en met het doel om de Palestijnen te onderdrukken in Israël een apartheidssysteem heeft ingevoerd." (...)

III.

En daarmee kom ik aan een derde punt in mijn opmerkingen. De strijd van de Palestijnen voor een eigen staat, die hen sinds 1947 door de Algemene Vergadering van de VN wordt beloofd, heeft hen in meer dan 70 jaar noch een staat, noch de erkenning van gelijke rechten en kansen in de bezette gebieden of in Israël zelf gebracht. Ondanks diplomatieke initiatieven en 'vredes'-conferenties, zelfmoordaanslagen en raketten uit de Gazastrook heeft het landjepik door de uitbreiding van de nederzettingen de levensomstandigheden van de Palestijnen alleen maar verslechterd, de perspectieven van een eigen staat tenietgedaan en ook de hoop op erkenning van hun rechten, laat staan de gelijkberechtiging in een gemeenschappelijke staat met de joden, in de kiem gesmoord. (...)

In deze situatie van overduidelijke verlamming en onwil om Israël tot erkenning van volkenrecht en mensenrechten te dwingen, hebben verschillende maatschappelijke groepen in de bezette gebieden, in totaal 170, in 2005 de beweging 'Boycott, Desinvestment & Sanctions' (BDS) in het leven geroepen. Die heeft inmiddels wereldwijd weerklank en ondersteuning gevonden. Er is een beweging ontstaan die gedragen wordt door vakbonden, wetenschappers en hun organisaties, alsook door economische organisaties en politici die zich hebben aangesloten bij de Palestijnse eis van sancties tegen Israël. Zo heeft onlangs de Britse handelsketen COOP de import van fruit en groente uit Israël stopgezet zolang dat exportland de handelsovereenkomsten met de EU omzeilt en producten uit de nederzettingen naar Europa uitvoert. (...)

De aard van de gevraagde sancties is gevarieerd en reikt van de eis van opschorting van de Israëlische associatie met de Europese Unie, via de boycot van goederen uit de bezette gebieden tot het boycotten van Israëlische goederen, wetenschappers en kunstenaars die bijvoorbeeld ook in de nederzettingen optreden of de bezettingspolitiek van de regering ondersteunen. (...)

De BDS-beweging maakt zeer nauwkeurig onderscheid tussen joden, de staat Israël en de Israëlische regering, haar activiteiten richten zich uitsluitend tegen de politiek van de regering, niet tegen de staat en niet tegen de joden. Dit onderscheid wordt met de formule van 'elke kritiek op Israël is antisemitisme' echter bewust uitgewist, juist om de kritiek op de regering tegen te gaan. Steeds weer wordt de burgermaatschappij opgeroepen om zich met vreedzame middelen te bemoeien met de oplossing van politieke conflicten en problemen. Ze doet dat hier, waar regeringen en politieke partijen duidelijk in gebreke blijven. Als toespraken, diplomatie en resoluties niet helpen, moeten andere vreedzame wegen bewandeld worden. De intentieverklaring voor een onafhankelijk en democratisch Palestina naast een garantie voor het bestaan van Israël verlangt inmiddels meer dan het bij elke gelegenheid plichtmatig herhalen van het doel van een twee-statenoplossing.

De boycot ter bevrijding van een bezet land is daarbij gewoon een legitiem middel, dat hebben al twee jaar geleden meer dan 200 Europese juristen en in mei 2019 240 Israëlische en joodse intellectuelen in officiële verklaringen laten weten. Onlangs nog hebben Avraham Burg (voormalig woordvoerder van de Knesset) en Dani Karavan (beeldhouwer van het Walter Benjamin-monument in het Spaanse Portbou en van het monument voor de vermoorde Sinti en Roma in Berlijn) in een gezamenlijke open brief verklaard: "Maar BDS op zich heeft niets te maken met antisemitisme. Geweldloze publieke campagnes zijn een legitiem en gepast middel om staten ertoe te bewegen dat ze een einde maken aan ernstige discriminatie en grove schending van mensenrechten. Denk daarbij aan de apartheid in Zuid-Afrika." (...)

Als het werkelijk zou gaan om de bestrijding van het niet alleen in Duitsland veel voorkomend antisemitisme, dan zou het Midden-Oostenconflict in het debat meegenomen moeten worden, en met name de Israëlische bezettingspolitiek met het geweld, de discriminatie en de schending van mensenrechten. Het ontbreekt de politiek echter aan bereidheid om ook in deze permanente minachting van het volkenrecht door Israël een bron van het algemene antisemitisme te zien, zodat het vervolgens ook niet nodig is er consequenties aan te verbinden.

Bron: Marxistische Blätter 5-19, pag. 105-110.
Vertaling en bewerking: Louis Wilms.