Recensie: Is China kapitalistisch?

Deel 1, zie deel 2
i-006-014.jpg
Boekomslag van 'Is China kapitalistisch'? (Foto: MarcvdPitte)

Marc Vandepitte

China kapitalistisch? Als je doorgaat op wat erover gezegd of geschreven wordt, zowel bij rechts als bij links, dan is het doek gevallen voor China. Het land zou gecapituleerd hebben en is kapitalistisch geworden, wat de Chinese leiding daar zelf ook over moge beweren. Het is deze quasi unanieme opvatting die de economisten Rémy Herrera en Zhiming Long in hun boek 'La Chine est-elle capitaliste?' met verve bestrijden.

Voor 'links' is de kwestie van het allergrootste belang. Het gaat immers over bijna een kwart van de wereldbevolking en over een van de weinig overgebleven landen die zijn voortgekomen uit een socialistische revolutie. De richting die China uitgaat zal medebepalend zijn voor de toekomst van deze planeet.

Daarnaast is de inzet ook heel belangrijk voor het publieke debat bij ons. De sociaaleconomische ontwikkeling van China is een indrukwekkend succesverhaal. Op het moment dat het kapitalisme onmiskenbare tekenen van verval vertoont heeft het er alle belang bij om het Chinese succesverhaal als 'kapitalistisch' te claimen. Zo kan het nog een veer op zijn eigen hoed steken en kan het ook de tegenkrachten ontmoedigen. Door middel van het neoliberale eenheidsdenken doet men er alles aan om de mensen ervan te overtuigen dat het socialisme geen toekomst heeft. Een 'socialistisch China' past niet in die framing.

't Is maar hoe je het bekijkt

Zeker, er is een aantal in het oog springende fenomenen die pleiten voor een beoordeling van China als een voorbeeld van kapitalisme: het toenemend aantal miljardairs, consumentisme bij grote lagen van de bevolking, de introductie van heel wat marktmechanismen na 1978, de inplanting van zowat alle grote westerse bedrijven die van het land een grote kapitalistische werkplek proberen te maken op basis van lage lonen, de presentie van de grootste kapitalistische banken op Chinese bodem en de alomtegenwoordige aanwezigheid van Chinese privéondernemingen op de internationale markten.

Maar, zo stellen Herrera en Long, als Frankrijk of een ander westers land alle landbouwgrond en mijnbouw zou collectiviseren; de infrastructuur van het land zou nationaliseren; de sleutelindustrieën in handen van de overheid zou geven; een rigoureuze centrale planning zou instellen; de regering een strikte controle zou uitoefenen op de munt, op alle grote banken en op alle financiële instellingen; de regering ook nauwlettend toezicht zou houden op het gedrag van alle binnenlandse en buitenlandse ondernemingen; en als dat nog niet voldoende was, als er aan de top van de politieke piramide een communistische partij zou staan die het geheel superviseert, zouden we in die omstandigheden, zonder belachelijk over te komen, nog spreken van een 'kapitalistisch' land? Ongetwijfeld niet. We zouden het wellicht bestempelen als socialistisch of communistisch. Toch is het eigenaardig dat men die labels hardnekkig weigert te gebruiken voor het politiek-economisch systeem dat van kracht is in China.

Om het Chinese systeem goed te begrijpen en niet te blijven steken in oppervlakkige waarnemingen moet je volgens de auteurs rekening houden met een aantal buitengewone factoren die het land kenmerken. Vooreerst is er de enorm grote hoeveelheid mensen waarover het gaat en de uitgestrektheid en diversiteit van het territorium. Ook moet je het bekijken vanuit een perspectief van eeuwenlange tijdvakken waarin de natie en de cultuur vorm hebben gekregen. Zo heeft de staat zich gedurende tweeduizend jaar de meerwaarde van de boeren toegeëigend, het privé-initiatief sterk aan banden gelegd en de grote productie-eenheden in staatsmonopolies omgevormd. Gedurende al die eeuwen was er geen sprake van kapitalisme.

Tenslotte moet je de koloniale vernederingen vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw en de bijzonder woelige eerste helft van de twintigste eeuw, met drie revoluties en evenveel burgeroorlogen, ook in rekening brengen. Zo heeft de communistische partij tijdens dertig jaar burgeroorlog in 'bevrijd gebied' talrijke experimenten gedaan waarin de privésector op serieuze schaal intact werd gelaten om hem te laten concurreren met de nieuwe collectieve productievormen.

Voorbij de clichés

Vooraleer H&L de kenmerken van het systeem zelf analyseren, rekenen ze af met twee hardnekkige clichés over het succesverhaal van China. Een eerste ruim verspreide cliché is dat de snelle economische groei er pas gekomen is na en dankzij de hervormingen van Deng Xiaoping vanaf 1978. Dat is volstrekt onjuist. In de tien jaren voorafgaand aan die periode kende de economie al een meer dan behoorlijke groei van 6,8 procent, of het dubbele van de VS in die periode. Als je kijkt naar de investeringen in productiemiddelen (kapitaalstock) en knowhow (onderwijsmiddelen) dan zie je dat de groei in beide periodes ongeveer gelijk is. In de eerste periode was er zelfs een hogere groei op het vlak van Research& Development.

Een essentieel element om het Chinese succes te verklaren is het landbouwbeleid. China is een van de weinige landen ter wereld dat de toegang tot landbouwgrond verzekerd heeft voor zijn boerenbevolking. Na de revolutie kwamen de landbouwgronden in overheidshanden en kreeg elke boer een stuk land toegewezen. Die maatregel geldt tot op de dag van vandaag. De landbouwkwestie in China is zo prangend omdat het land bijna 20 procent van de wereldbevolking moet voeden met slechts 7 procent van de vruchtbare landbouwgrond. Om een idee te geven wat dit betekent: in China is er een kwart hectare landbouwgrond per inwoner, in India is dat het dubbele en in de VS 100 maal zoveel.

China is er vrij snel in geslaagd, ondanks de flaters van de Grote Sprong Voorwaarts, om zijn bevolking te voeden. Bovendien werd de gecreëerde meerwaarde van de landbouw ingezet in de industrie en werd op die manier de basis gelegd van een snelle industriële ontwikkeling. De spectaculaire groei van 9,9 procent in de periode na de hervormingen is slechts mogelijk geweest op basis van de inspanningen en realisaties tijdens de eerste dertig jaar van de revolutie. Al met al kende het land onder Mao al een indrukwekkende ontwikkeling. Onder zijn leiding verdrievoudigde het inkomen per inwoner terwijl de bevolking bijna verdubbelde. De auteurs stippen ook nog aan dat de Chinese economie in de beginfase geen 'autarkie' (volstrekt economisch onafhankelijke staat, nvdr) was, of een doelbewust gesloten staatshuishouding, maar dat het land gebukt ging onder een embargo van het Westen.

Een tweede veel gehoorde cliché stelt dat de spectaculaire groei het natuurlijk en logisch resultaat zou zijn van het opengooien van de economie en van de integratie in de kapitalistische wereldmarkt, meer bepaald vanaf de toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 2001. Ook die opvatting is niet houdbaar. Lang voor die toetreding kende China al een sterke economische groei: tussen 1961 en 2001 was er een jaarlijkse groei van gemiddeld 8 procent. En zeker, die opening heeft de economie geen windeieren gelegd, maar de groeitoename was allesbehalve spectaculair. In de eerste vijftien jaar na de toetreding was de economische groei slechts iets meer dan 2 procent hoger.

Het openstellen van de economie t.a.v. het buitenland - handel, investeringen en financiële kapitaalstromen - heeft in veel derdewereldlanden desastreuze gevolgen gehad. In China heeft deze opening succes gekend omdat het onderworpen was aan de binnenlandse behoeften en doelstellingen en omdat het volledig geïntegreerd was in een solide ontwikkelingsstrategie. Volgens Rémy Herrera en Zhiming Long heeft de Chinese ontwikkelingsstrategie een coherentie die zijn gelijke niet kent in de landen van het Zuiden.

Communisme noch kapitalisme

Wat gaat er schuil achter het 'socialisme met Chinese karakteristieken'?

Rémy Herrera & Zhiming Long, La Chine est-elle capitaliste?
Parijs: Éditions Critiques, 2019
208 pp, 16 euro

Rémy Herrera is econoom, onderzoeker bij Le Centre national de la recherche scientifique en de Sorbonne, Parijs.

Zhiming Long is econoom, docent bij de school voor marxisme aan de Tsinghua Universiteit, Peking.

Externe bijdrage, 11 november 2019.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019