Iran haalde vlucht 752 van de Oekraïense luchtvaart maatschappij neer, maar is dat het hele verhaal?

i-009-019.jpg
Het wrak van het neergeschoten vliegtuig in Iran op 8 februari jl. (Foto: ZLV)

Philip M. Giraldi (*)

De bewering dat generaal-majoor Qassem Soleimani op het punt had gestaan om een 'terroristische aanslag' met mogelijk honderden Amerikaanse doden te plegen, bleek al gauw een leugen. Waarom zouden we dan geloof moeten hechten aan andere zogenaamde informatie over de recente ontwikkelingen in Iran en Irak?

Vlucht 752 van de Oekraïense Internationale Luchtvaartmaatschappij is in de ochtend van 8 januari na vertrek van de Imam Khomini-luchthaven in Teheran met 176 passagiers plus bemanning neergeschoten door de Iraanse luchtverdediging: zoveel is door de regering van de Islamitische Republiek bevestigd. Maar dat wil niet zeggen dat er niet meer aan de hand is: een cyberaanval gesteund door de Amerikaanse en wellicht de Israëlische regering is niet uitgesloten.

De Iraanse luchtmacht was in verhoogde staat van paraatheid, in afwachting van een Amerikaanse aanval nadat de regering van de VS op 3 januari Soleimani had vermoord en Iran direct daarop een raketaanval op twee Amerikaanse bases in Irak had uitgevoerd. Ondanks de spanning en het gevaar op escalatie sloot de Iraanse regering het luchtruim niet: passagiersvluchten bleven komen en gaan in Teheran, wellicht door een grove vergissing van de luchthavenautoriteiten. Zelfs nadat vlucht 752 uit de lucht gehaald was, bleven vliegtuigen landen en opstijgen.

Omdat 57 van de passagiers Canadezen van Iraanse afkomst waren, wees de Canadese premier Justin Trudeau een beschuldigende vinger naar zowel de Iraanse als de Amerikaanse regering: hij betichtte de regering Trump ervan, middels een aanval nabij luchthaven Bagdad welbewust de spanning met Iran te hebben opgevoerd en daarmee de levens van passagiers en omwonenden in gevaar te hebben gebracht.

Stommiteiten en vergissingen dus: maar daarmee is lang niet alles verklaard. Naar verluidt was er bij het aansturen van de raketten die het vliegtuig neerhaalden sprake van storing, en is de zender-ontvanger van het vliegtuig enkele minuten voordat de raketten afgevuurd werden, uitgeschakeld. Ook het communicatienetwerk van het luchtafweercommando ondervond problemen.

Vanwege de onverklaarde elektronische storing is het luchtafweersysteem overgezet op handmatige bediening, zodat menselijk optreden nodig was voor een lancering. Vanwege deze menselijke factor moest er onder aanzienlijke tijdsdruk snel gehandeld worden. Doordat de zender-ontvanger van het vliegtuig was uitgevallen, was het niet mogelijk om vast te stellen dat het een passagiersvlucht betrof en lag het vermoeden van een vijandelijke aanval voor de hand. Daar komt bij dat de medewerkers op de hoogte gesteld waren van een verhoogde kans op Amerikaans optreden. Logisch dat ze op de knop drukten.

De twee raketten die op het vliegtuig afgevuurd zijn behoren tot een systeem van Russische makelij, dat bij de NAVO bekend staat als SA-15 en bij de Russen als Tor. Normaliter bestaat het uit acht raketten, opgesteld op een verrijdbaar station. Het beschikt over een radarsysteem om doelen te herkennen en te volgen én een onafhankelijk lanceringssysteem met een IFF-functie ('Identification Friend or Foe') dat op basis van gegevens uit dezender-ontvanger op kan maken of een vliegtuig al dan niet vijandig is. Wat er in Teheran gebeurd is, doet vermoeden dat er welbewust geknoeid is met zowel de Iraanse luchtafweer en de zender-ontvanger van het vliegtuig, met als mogelijk doel het veroorzaken van een aan de Iraanse regering te wijten ongeluk.

Het SA-15/Tor-systeem dat Iran gebruikt is kwetsbaar voor hackers: het kan relatief gemakkelijk overgenomen worden door indringers van buitenaf. Al eerder werd bekend dat de Amerikaanse marine en luchtmacht technieken hebben ontwikkeld om vijandelijke radarsystemen om de tuin te leiden met bedrieglijke bewegende doelen, en wat voor systemen geldt, geldt ook voor menselijke medewerkers. Ook in de Britse Guardian is verslag uitgebracht over Amerikaanse initatieven om Irans raket-arsenaal op afstand te modificeren en manipuleren.

Het is niet ondenkbaar dat deze technologie gebruikt kon worden om de zender-ontvanger van een passagiersvliegtuig zo te bewerken, dat hij bedrieglijke informatie afgeeft over zijn identiteit en locatie. Zowel Israël als Amerika beschikken naar alle waarschijnlijkheid over zulke technische middelen. In een bijdrage aan Sott.net wijst Joe Quinn op de herkomst van de in de New York Times verschenen beelden van de lancering, het getroffen vliegtuig en de overblijfselen van vliegtuig én raketten na het neerstorten. Deze beelden zijn afkomstig van een Instagrampost van 9 januari, op een account met de naam Rich Kids of Teheran. Hoe is het mogelijk, vraagt Quinn zich af, dat deze Rich Kids in een flatje nabij de luchthaven op 8 januari om 6 uur 's ochtends hun camera's precies op het goede moment op het juiste stuk luchtruim gericht hadden om het neerschieten van een Oekraïens passagiersvliegtuig vast te hebben kunnen leggen?

De suggestie van een cyberaanval én het mysterie van de Rich Kids wijst er op dat het neerhalen van het vliegtuig en de moord op Soleimani deel uitmaken van een zorgvuldig uitgedacht plan. Het effect daarvan laat niet op zich wachten. Iraniërs gingen na de vliegtuigramp massaal de straat op, onder meer met een eis die naadloos aansluit op het streven van de VS en Israël, namelijk: regime change. Bij de moord op Soleimani kreeg Iran overwegend de slachtofferrol toebedeeld. Maar met het neerhalen van vlucht 752 is het tij gekeerd: de Iraanse regering heeft weer bloed aan haar handen.

(*) Bron: Dit artikel verscheen oorspronkelijk in de American Herald Tribune. Philip M. Giraldi is een voormalig antiterrorismespecialist van de CIA en diende 19 jaar lang bij de militaire inlichtingendienst in Turkije, Italië, Duitsland en Spanje. Hij gaf leiding aan de CIA-missie tijdens de Olympische Spelen in Barcelona in 1992 en was in december 2001, als een van de eerste Amerikanen, in Afghanistan. Hij schrijft geregeld voor Global Research.

(*) Bron: Global Research, Centre for Research on Globalization, 21-01-20. Vertaling Christiaan Caspers.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019