download

MOOIE WOORDEN: Doodlopende weg

i-005-012.jpg i-005-013.jpg
TRUKE

Rinze Visser

Mijn gedachten gaan dikwijls uit naar die, zeker voor mij, bewogen jaren toen de CPN - de vroegere communistische partij - aan haar 'vernieuwing' begon. We weten hoe dat geëindigd is: met de opheffing van de Communistische Partij van Nederland. Schrijver dezes was destijds lid van het landelijk partijbestuur en ook als districtssecretaris 'vrijgesteld', partijfunctionaris dus, door de vernieuwers toen ook wel 'apparatsjik' genoemd. En dat was niet vriendelijk en zeker ook niet kameraadschappelijk bedoeld.

Naast de toen bekende vooraanstaande communisten onthoud je ook kleine dingen. Uitspraken, zoals van een partijgenote die tegen me zei: "we zijn nu pluriform." Wat toen zoiets betekende dat je als lid van de partij geen communist hoefde te zijn of, zonder het te zijn je jezelf ook communist mocht noemen. Of, toen een partijgenoot mij vroeg wat al die principiële standpunten 'ons' dan hadden opgeleverd? De laatste verkiezingsresultaten vielen vies tegen. Dat zal het geweest zijn. Nogal wat partijgenoten voelden zich ineens verdwaald in hun eigen partij. Dat waren dus van die 'kleine' dingen.

Kleine dingen zijn uitingen van grote dingen. Van grote veranderingen. Veranderingen: bedrijfsarbeiders in de bouwvak, in fabrieken, op scheepswerven, in de havens en zo en met name de communisten daar die in de strijd voor loon, arbeidsomstandigheden en behoud van werk samen voorop gingen, die eerder in de partij aanzien genoten, voelden zich gedegradeerd en niet meer belangrijk. Vernieuwers in de partij brachten het woord 'arbeideristisch' in zwang, dat zeker niet vriendelijk en ook niet kameraadschappelijk bedoeld werd. Dit alles illustreerde ook de ideologische verandering die plaatsvond en het paste ook bij een verandering die er in ons land gaande was: de omvorming van het land als industrieland tot een dienstverlenend land. Passend ook in de mondialisering van de maakindustrie. En zeker ook in een ermee samenhangende sociaaldemocratisering van meerdere communistische partijen in Europa.

Opvattingen over democratie veranderden en daarmee ook dat de overgang van kapitalisme naar socialisme een revolutionair proces is. Parlementair werk werd als één van de belangrijkste strijdfactoren in de overgang naar socialisme gezien. Van voorbeelden waar parlementaire meerderheden ontstonden, werd een groot punt gemaakt. Terwijl deze op terreinen als vredesvraagstukken, antifascisme ontstonden door strijd onder de bevolking en... jawel, door de inzet van die paar communistische Kamerleden. Het kwam er steeds meer op neer dat strijd onder de bevolking zich op het bereiken van parlementaire meerderheden in het parlement moest richten. Van de Nederlandse parlementaire traditie werd hoog opgegeven en daarvoor ging men eeuwen in de geschiedenis terug. Om daarmee aan te tonen dat een Nederlandse weg naar socialisme slechts een parlementaire weg kan zijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de verhouding tussen de Nederlandse sociaaldemocratie - de Partij van de Arbeid - en de communisten - de Communistische Partij van Nederland - normaliseerde. Gesprekken en uitwisseling van gedachten op papier kwamen los, waarin ook nog Pim Fortuin destijds een aandeel had. Van de kant van de sociaaldemocratie kwamen de betere verhoudingen min of meer neer op de oproep aan de communisten ook hun laatste ideologische veren af te schudden.

De CPN is destijds door optreden van binnen en buiten in een chaos veranderd. Een ontwerp-partijprogramma, dat later nog door een meerderheid is aangenomen, kon dat niet meer stoppen. Eerder was het zo dat dat program de chaos verergerde en de partij hielp de weg naar het einde te vinden. Communisten putten hun inspiratie uit vele bronnen, zo heette het. Waarmee bedoeld werd dat marxisme-leninisme nog naast veel andere inspiratiebronnen gedoogd werd. Wat, zoals te begrijpen is, het einde van deze partij in zou luiden.

Wat me nog helder bijstaat is dat ik als één van de delegatieleden van het district Friesland op dat NCPN-congres het als volgt verwoordde: we hadden slechts één inspiratiebron - het marxisme-leninisme - en het water spatte alle kanten op; nu hebben we veel inspiratiebronnen, maar het water spat niet meer, onze wijnkelder is ermee vol gelopen... Applaus én boe-geroep. De boe-roepers waren, zo bleek later, in de meerderheid.

Democratie. Dat is dat de macht uitgedaagd moet kunnen worden. Ook in een socialistische maatschappij. Dat was het nieuwe standpunt. Dus als de arbeidersklasse en haar bondgenoten de kapitalistenklasse met haar bondgenoten verslagen heeft, de macht veroverd heeft, dan moet alles aan de verslagenen worden toegestaan om de macht terug te veroveren. Het ging dan niet om de vraag of er in een socialistische samenleving meer partijen kunnen zijn die het socialisme als systeem aanvaarden. Nee, het ging er in feite om de klassentegenstander alle mogelijkheden te geven om de macht terug te veroveren. Want dat is pas democratie...! Geen wonder dat er toen binnen de CPN zo'n grote waarde werd gehecht aan toenadering tot de sociaaldemocratie, de Partij van de Arbeid. Om de scheuring van 1909 weer ongedaan te maken.

In de CPN - de Communistische Partij van toen - liggen van mij meer dan maar een paar voetstappen. Voor mij en voor heel wat anderen zijn die jaren in die partij een moeilijke tijd geweest. Het is verre van leuk als je ziet dat datgene waar je je als jonge man in volle bewustzijn bij hebt aangesloten, waar je in goede en slechte tijden trouw aan wilde zijn, op een dergelijke manier te gronde wordt gericht. Dat de weg die wordt gekozen in jou opvatting een doodlopende weg zal zijn. Je hoefde niet over profetische gaven te beschikken om dat toen al te kunnen zien.

De partij van de communisten van de roemruchte Februaristaking, de partij van het historisch juiste standpunt over kolonialisme en de Indonesische vrijheidsstrijd, de partij die opkwam voor het gewone volk, voor die mensen die nu gewoon genegeerd worden. Laten we trots zijn op dat verleden. Want met die trots zullen wij nu in staat zijn om in deze tijd, na de klassennederlagen, ons op te richten en door te gaan met datgene waar anderen destijds de brui aan gaven.