download

Twaalf stappen op de weg naar 'regime change'

i-011-023.jpg
Yankee stop aanvallen op Venezuela. (Foto PCV)
i-011-022.jpg
President Maduro spreekt demonstratie toe in Caracas op 10 augustus jl.: tegen de verscherpte sancties van de VS tegen Venezuela. (Foto: ZLV)

Wat momenteel in Venezuela gebeurt is niets bijzonders in de geschiedenis van de VS

Vijay Prashad

Op 15 september 1970 gaven president Richard Nixon en nationaal veiligheidsadviseur Henry Kissinger de Amerikaanse regering opdracht al het mogelijke te doen om de aankomende regering van de socialistische president van Chili, Salvador Allende, te ondermijnen. Volgens de aantekeningen van CIA-directeur Richard Helms wilden Nixon en Kissinger in Chili "de economie van pijn laten schreeuwen" en maakten ze zich "geen zorgen over de daaraan verbonden risico's". Ook een oorlog was voor hen acceptabel, zolang Allende's regering haar macht maar kwijtraakte. Aanvankelijk voorzien van 10 miljoen dollar begon de CIA het project FUBELT om Chili in het geheim te destabiliseren.

Amerikaanse ondernemingen, zoals de telecomgigant ITT, frisdrankproducent Pepsi en kopermonopolies Anaconda en Kennecott, oefenden druk uit op de regering van de VS toen Allende op 11 juli 1971 de kopersector nationaliseerde - de dag die de Chilenen vierden als 'de dag van de nationale waardigheid'. De CIA begon toen contact te leggen met delen van het Chileense leger, waarvan men aannam dat die tegen Allende waren. Twee jaar later, op 11 september 1973, pleegden deze militairen een staatsgreep tegen Allende, die bij deze regimewijziging omkwam. De Verenigde Staten "schiepen de voorwaarden", aldus Kissinger, en Nixon voegde eraan toe: "Zo wordt het spel hier gespeeld." Ja, zo werkt het internationale gangsterdom.

Voor Chili begon de nacht van de militaire dictatuur, waarin het land overgeleverd werd aan Amerikaanse monopolies. Uit de VS ingevlogen adviseurs gaven het kabinet van generaal Augusto Pinochet de passende ondersteuning.

Wat in 1973 in Chili gebeurde, is precies hetzelfde als wat de VS in veel andere landen van het Zuidelijk Halfrond hebben geprobeerd. Het jongste aanvalsdoel van de Amerikaanse regering - en de grote ondernemingen in het Westen - is Venezuela. Wat zich momenteel in dit land afspeelt, is niets bijzonders. Hier vindt een aanval van de VS en hun bondgenoten plaats, zoals die overbekend is van verre landen als IndonesiŽ en de Democratische Republiek Congo. Het draaiboek is inmiddels een clichť: een 12-stappenplan om het klimaat te creŽren voor een staatsgreep, die moet zorgen voor een wereld die aan de voeten ligt van het Westen en de grote westerse ondernemingen.

Stap 1.

De erfenissen van het kolonialisme. Het grootste deel van het Zuidelijk Halfrond zit gevangen in structuren die door het kolonialisme zijn gecreŽerd. Dat trok grenzen rondom gebieden die het ongeluk hadden in hoofdzaak ťťn bepaald product te produceren, zoals suiker in Cuba en aardolie in Venezuela. Omdat deze landen hun economie niet op een bredere basis konden opbouwen, kwamen hun exportinkomsten uit met name dit ene product - voor Venezuela was dat 98 procent. Zolang de prijzen daarvan hoog bleven was er niets aan de hand, maar bij dalende prijzen ontstonden problemen. Zo daalde tussen juni 2008 en januari 2019 de prijs van een vat olie van 160,72 dollar naar 51,99 dollar.

Stap 2.

Het mislukken van de NIEO. In 1974 startten de landen van het Zuidelijk Halfrond een poging om de wereldeconomie een nieuwe structuur te geven. Ze riepen op tot de vorming van een Nieuwe Internationale Economische Orde, die hen in staat zou stellen een einde te maken aan hun afhankelijkheid van ťťn product en hun economie een bredere basis te geven. Voor grondstoffen zoals aardolie en bauxiet zouden in dat kader kartels opgezet moeten worden om landen een zekere controle te geven over de prijs van hun product door de onderlinge concurrentie te beperken. De in 1970 opgerichte OPEC, de Organisatie van olie-exporterende landen, was de pionier, maar andere productkartels mochten daarna niet opgezet worden. De betrokken landen bleven daardoor overgeleverd aan de genade van de machtige landen van de wereld.

Stap 3.

De dood van de landbouw in het Zuiden. In november 2001 waren er op de wereld ongeveer 3 miljard kleine boeren en landarbeiders, bijna de helft van de wereldbevolking. In diezelfde maand kwam in Doha, Qatar, de Wereldhandelsorganisatie WTO bijeen om te onderhandelen over liberalisering van de agrarische en industriŽle markten. Daar bracht ze het productiviteitsvoordeel van de Noordelijke agribusiness in stelling tegen deze miljarden boeren en landarbeiders in het Zuiden. Door mechanisatie en grootschalige, industriŽle landbouw was in Noord-Amerika en Europa de productiviteit gestegen tot 1-2 miljoen kilo graan per boer. De kleine boeren en landarbeiders in de rest van de wereld waren bij lange na niet zo productief en haalden met moeite 1.000 kilo per persoon. De besluiten van Doha waren dan ook de doodsteek voor deze kleinschalige landbouw en zorgden ervoor dat de honger op de wereld verder toenam.

Stap 4.

De plundercultuur. De dominantie van het Westen moedigt monopolistische ondernemingen aan om zich niets van wetten aan te trekken. Met valse prijscalculaties en belastingontduiking lukt het onder andere, grote mijnbouwbedrijven, regelmatig om miljarden te stelen van verarmde landen.

Stap 5.

Schulden maken als levensstijl. Wanneer de verkoopopbrengsten van hun belangrijkste exportproduct uitblijven, de landbouw kapotgemaakt is en de plundercultuur toeslaat, blijft voor de landen van het Zuidelijk Halfrond niets anders over dan bij de geldschieters aan te kloppen. In de afgelopen 10 jaar zijn de schulden van deze landen dan ook flink gegroeid, de kosten van rente en aflossing zelfs met 60 procent. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft onlangs vastgesteld dat van de 67 onderzochte verarmde landen er 30 overmatige schulden hebben, dubbel zoveel als in 2013. Bij twee van de vijf landen met lage inkomsten is sprake van een financiŽle noodtoestand.

Stap 6.

De overheidsfinanciŽn gaan naar de bliksem. Door de geringe exportinkomsten en lage belastingopbrengsten zijn ook de overheidsfinanciŽn van de landen op het Zuidelijk Halfrond in een crisis geraakt. Volgens de conferentie van de Verenigde Naties inzake handel en ontwikkeling UNCTAD "worden de overheidsfinanciŽn verder verstikt" en lukt het de getroffen landen niet meer om geld vrij te maken voor basale overheidsfuncties. Daarnaast wordt de opname van kredieten niet alleen bemoeilijkt door de eis van begrotingsevenwicht, maar ook door de hoge rentepercentages als gevolg van de kredietrisico's van deze schuldenlanden.

Stap 7.

Enorme bezuinigingen op sociale uitgaven. Als ze niet aan geld kunnen komen en overgeleverd zijn aan de grillen van de internationale financiŽle markt, zijn regeringen gedwongen diep in te grijpen in de sociale uitgaven. Onderwijs, gezondheidszorg, voedselsoevereiniteit, economische diversificatie - dat gaat allemaal verloren. Internationale organisaties als het IMF dwingen deze landen tot 'hervormingen', hetgeen gelijk staat met het opgeven van hun onafhankelijkheid. Landen die weigeren toe te geven, staan onder enorme internationale druk "op straffe van ondergang",zoals het in het Communistisch Manifest uit 1848 heet.

Stap 8.

Sociale nood leidt tot migratie. Het totaal aantal migranten op de wereld bedraagt momenteel tenminste 68,5 miljoen. Daarmee komt het 'land Migratie' qua inwoneraantal op de 21ste plaats, achter Thailand, nog voor Groot-BrittanniŽ. Migratie is de reactie op het ineenstorten van landen aan alle einden van de aarde. Als onderdeel van deze mondiale exodus trekken migranten uit Honduras noordwaarts naar de VS en uit West-Afrika door LibiŽ naar Europa.

Stap 9.

Wie bepaalt wat de mensen te horen krijgen? De monopolistische mediabedrijven krijgen hun orders van de elite. In medeleven met de structurele crisis waarmee regeringen van Afghanistan tot Venezuela te maken hebben, is niet voorzien. Regeringsleiders die toegeven aan de westerse druk, mogen in de media alles. Zolang ze 'hervormingen' doorvoeren, zijn ze veilig. Landen die zich tegen deze 'hervormingen' verzetten, moeten rekening houden met aanvallen. Hun leiders zijn 'dictators', hun bevolking wordt gegijzeld.

Stap 10.

Wie is de echte president? 'Regime change'-operaties beginnen ermee dat de imperialistische landen de legitimiteit van de zittende regering betwisten: met de steun van de VS wordt een niet gekozen persoon als 'nieuwe president' aangewezen en de autoriteit van de gekozen leider ondergraven. De staatsgreep bestaat er dan in dat een machtig land besluit om - zonder verkiezingen - zijn eigen gevolmachtigde te installeren. Deze persoon - in het geval van Venezuela Juan Guaidů - moet wel direct verklaren zich aan de VS te onderwerpen.

Stap 11.

De economie laten schreeuwen van de pijn. Sinds het Amerikaanse Congres in 2014 ermee instemde, heeft Venezuela te maken met harde sancties van de VS. In het jaar daarop verklaarde president Barack Obama Venezuela tot "bedreiging van de nationale veiligheid". De economie begon pijn te lijden. Recent hebben de VS en GB ijskoud miljarden gestolen van Venezuela, met sancties de enige sector die inkomsten oplevert (de aardolie), aan de ketting gelegd en vervolgens toegekeken hoe het land daardoor ging bloeden. Zo hebben de VS dat met Iran gedaan en ook met Cuba. Volgens de VN hebben de Amerikaanse sancties het kleine eiland 130 miljard dollar gekost. Venezuela heeft in het eerste jaar van de sancties die door Trump in augustus 2017 werden opgelegd, al 6 miljard dollar verloren. En dat worden er met de dag meer.

Stap 12.

Een oorlog beginnen. Nationaal veiligheidsadviseur van de VS, John Bolton, trok reeds een gele kaart met daarop 5.000 soldaten in Colombia, Amerikaanse troepen die al in Venezuela's buurland zijn gelegerd. In Florida hebben de VS hun Zuidelijk Commando paraat en ze stoken Colombia en BraziliŽ op om ook mee te doen. Terwijl het klimaat voor een staatsgreep wordt gecreŽerd, is nog maar een klein duwtje nodig. Dan zullen ze een oorlog beginnen.

Niets van dit alles is onvermijdelijk. Het was niet onvermijdelijk voor Titina SilŽ, een commandante van de PAIGC (de verzetsbeweging tegen de Portugese kolonisatie van Guinee-Bissau en KaapverdiŽ), die op 31 januari 1973 werd vermoord. Zij vocht voor de bevrijding van haar land. Het is niet onvermijdelijk voor de bevolking van Venezuela, die blijft vechten om haar revolutie te verdedigen. Het wordt tijd om NEE te zeggen tegen 'regime change'-operaties. Een tussenweg is er niet.

Bronnen: Marxistische Blštter 2-19, pag. 5-8; https://www.commondreams.org/views/2019/02/01/us-12-step-method-conduct-regime-change

Vertaling en bewerking: Louis Wilms.