download

Zombies, actiehelden en andere nonsens ontstijgen

i-006-011.jpg
Terwijl de ene na andere film uit Hollywood voor vermaak zorgt, krijgen de beurshandelaren op 14 augustus de sensaties van dalende koersen en slechte vooruitzichten. Het kapitalistische sprookje moet en zal geloofd worden. (Foto: ZLV)

Greg Godels

Tijdens de jaarlijkse viering van de 'Vierde juli', de Amerikaanse Onafhankelijkheidsdag, was president Trumps borstkloppende militaire orgie van schijnpatriottisme niet nodig om verder te vulgariseren wat allang een knelpunt van lelijk militarisme en nationale mythe-makerij door politici en de mediaklasse was. [De recente aanslagen, El Paso en Dayton, in de VS tonen weer eens wat er kan gebeuren in zo'n schijnheilig militaristisch politiek klimaat, nvdr]. De meeste arbeiders in de VS genieten van de aangeboden vuurwerkshows, barbecues en de vrije dag, maar nemen maar schaars deel aan het officiŽle geklets.

Dit jaar waren wij echter gezegend met twee veelbetekenende stukken 'entertainment' aan het begin en eind van de vroege zomervakantie.

Op 2 juli kwam Amazon Prime uit met Mike Leighs krachtige film, Peterloo. De film was in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten al eerder in de bioscoop te zien geweest, maar nu konden Amerikaanse abonnees op Amazon Prime ook het hele, 154-minuten-durende, historische verhaal van de moordpartij op de Lancashire-arbeiders die samenkwamen in het Sint Petersveld in een buitenwijk van Manchester (de naam is een ironische verwijzing naar het militaire slagveld bij Waterloo van vier jaar eerder). In de nasleep van de bloedige, geldverslindende Napoleontische Oorlogen, een economische sleur en de protectionistische Graanwetten kwamen de Engelse arbeiders in gedwongen omstandigheden van werkloosheid en armoede terecht.

Als onderdeel van de lange geschiedenis om de macht van de heersende klasse te beteugelen (van boerenopstanden tot de Chartistische beweging), gingen de Engelse arbeiders aan de slag om bijeenkomsten te organiseren voor het stemrecht, afschaffing van de Graanwetten en andere hervormingen. Zo'n 60.000 ondertekenaars van de petitie - mannen, vrouwen en kinderen - kwamen samen op het Sint Petersveld om de welbekende orator Henry Hunt te horen spreken over hervormingen.

Gedreven door angst en de omvang van het vreedzame publiek lieten de magistraten, fabriekseigenaren en de overheid de milities en het leger los op het ongewapende publiek. Het eindigde in vele honderden doden en gewonden. Net als bij de meeste zinloze aanslagen op demonstranten reageerde de bureaucratie, vrezend voor de woede van het volk, met verdere repressie op de slachtoffers en hervormers.

Elke film is politiek, ondanks wat de kunst-omwille-kunst mensen zeggen. Sommige films zijn bewust politiek, sommigen onbewust; sommigen zijn klungelig politiek, sommigen genuanceerd. Maar elke film reflecteert de politiek van de filmmaker en context van haar tijd. In een tijd van angst en simplistisch moralisme, van zombies en actiehelden, is Peterloo een verfrissende, welbedachte lofzang aan bewuste, genuanceerde filmproductie. De film toont de omvang en vorm van de toewijding en het begrip die massa-actie ondersteunen.

Het legt de rol van verschillende politieke tendensen bloot en toont hoe die de climax en de uitkomst mee vormen. Net als Claude Berri's schitterende verfilming van Zola's Germinal, dwingt Peterloo de kijker om na te denken over de politieke alternatieven voor de onderdrukten. Het is onmogelijk om een van deze films te kijken zonder een intern debat (of nog beter, een kameraadschappelijke discussie met anderen) te houden over de grote vragen van de effectieve routes naar sociale rechtvaardigheid.

Verder worden de gevaren van misleiderschap in Peterloo niet verborgen. Terwijl hij door de massa gezien wordt als een Messias-achtige redder, wordt de zelfverzekerde, rijke, neerbuigende Henry Hunt getoond als een niet-van-het-volk persoon. Zoals Paul Foley ons in de Morning Star herinnert: "Rory Kinnears Henry Hunt is tegelijkertijd een groots spreker als neerbuigend tegenover de werkende mensen, met name het noorden van Engeland. Het is een tijdige herinnering dat, net als Hunt, liberale sociaaldemocraten altijd de arbeidersklasse zullen onderwaarderen." (Denk hierbij aan de huidige 'redders' van de Democratische Partij die nu strijden voor het presidentschap).

Het is onwaarschijnlijk dat verhalen over zombies en DC striphelden een dichter als Percy Bysshe Shelley inspireerden toen hij van Peterloo hoorde en het volgende schreef over de martelaren:

"Rise like lions after slumber
In unvanquishable number -
Shake your chains to earth like dew
Which in sleep had fallen on you -
Ye are many, they are few"
 
(Geciteerd in The Morning Star Review)

Tegen het eind van de onafhankelijkheidsviering op 6 juli, was op Turner Classic Movies de onvergelijkbare 'The Battle of Algiers' te zien als onderdeel van hun Essentials filmreeks. Begeleid door Ben Mankiewicz en de fantastische Ava Duvernay (When They See Us), bracht TCM het zelden vertoonde meesterwerk van Gillo Pontecorvo uit 1966 terug naar een nationaal publiek. Duvernays gepassioneerd enthousiasme voor de film dwong Mankiewicz ertoe om te verklaren dat het zijn favoriete film was, een stelling waarvan hij zich delicaat terugtrok.

The Battle of Algiers vertelt het verhaal van de Algerijnse nationale bevrijding, gefocust op de stad Algiers tussen 1954 en 1957. De film toont de intense verzetsbeweging van het Algerijnse volk tegen haar Franse koloniale overheersers in een bijtende, zwart-wit documentaire stijl. Iedereen die in beeld komt, met ťťn uitzondering, is geen acteur en een paar waren zelfs daadwerkelijk deelnemers in het nationale bevrijdingsfront, de FLN.

De film behandelt het revolutionaire geweld op zowel sprekende als eerlijke wijze. Een fictieve leider, Ben M'Hidi, wordt gevangengenomen en tentoongesteld aan de Franse pers die hem aan de tand voelen over het geweld tegen Franse burgerlijke kolonialisten. Nadat hij uitlegt dat het geweld van de FLN een reactie is op het koloniale geweld gaat M'Hidi verder en toont de asymmetrie van een onderdrukt volk dat vecht tegen een modern leger: "Geef ons jullie bommenwerpers en wij geven jullie de manden van onze vrouwen [waarin de FLN-bommen zijn verstopt]." Er is geen beter antwoord gegeven op de alomtegenwoordige beschuldiging van 'terrorisme' die de wrede, cynische imperialistische heersers ten gehore brengen. Dit geldt voor het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime, de IsraŽlische IDF, of de expeditietroepen van de VS.

Pontecorvo behandelt ook de kwestie van historische immuniteit, door velen vandaag de dag gekoppeld aan de nalatenschap van de jodenvervolging door de nazi's. De kolonel van de parachutetroepen, Mathieu, die de verschrikkelijkste draconische tactieken gebruikt tegen de FLN was zelf een verzetsheld tegen de nazi's. Ondanks zijn ervaring met de onmenselijkheid van de nazi's is hij zelf volledig in staat zijn eigen onmenselijkheid los te laten op een ander volk; hij is tot wreedheid in staat, net zoals nakomelingen van vernietigingskampen vandaag in staat zijn tot gruweldaden tegen de Palestijnen.

Pontecorvo laat op gedurfde wijze zien dat de 'geciviliseerde' Fransen bereid waren de gruwelijkste folteringen toe te passen, inclusief waterboarding, elektroshocks en geforceerde lichaamsverdraaiingen. Net als ieder 'geciviliseerd' imperialistisch land voerde Frankrijk een beleid van officiŽle ontkenning en verbood de film tot 1971 (Frankrijk kende ook een verbod op Henri Allegs autobiografisch verslag van zijn marteling door de paratroepen, La Question). Het is onmogelijk om de parallellen te negeren tussen de nationale ontkenning van marteling door de VS in Vietnam en Irak of door IsraŽl in Palestina.

'The Battle of Algiers'- een fictief stuk - onderstreept weer een les die imperialisten steeds weer opnieuw moeten leren: een onderdrukt volk kan niet onbegrensd gedomineerd blijven. Het lijkt erop dat de Fransen de FLN weten te verwoesten, maar de film eindigt met een andere, effectievere, populairdere volksopstand die de Fransen weet te verdrijven uit Algerije. Het is een les die de VS nog niet hebben geleerd door hun aanhoudende agressieoorlogen.

Net als zoveel andere militant linkse politieke films is 'The Battle of Algiers' gedegradeerd tot de filmhuizen. Het fundamentele en diepgaande bewustzijn dat de film heeft van volksopstand is echter niet genegeerd door de afgevaardigden van de contrarevolutie. In augustus 2003, tijdens de bezetting van Irak, liet het Pentagon de film zien. Op hun flyer stond het volgende:

Hoe win je een strijd tegen het terrorisme, maar verlies je de ideologische oorlog? Kinderen schieten soldaten ťťn voor ťťn neer. Vrouwen plaatsen bommen in cafť's. Al snel barst de gehele Arabische bevolking uit in een aanzwellende geestdrift. Klinkt bekend? De Fransen hebben een plan. Op tactisch gebied is het plan geslaagd, op strategisch gebied faalt het. Ga naar de zeldzame vertoning van deze film om te begrijpen waarom.

Dankzij Turner Classic Movies (en Ava Duvernay) kan een breder publiek nu begrijpen hoe een volk dat zo arm was en zo lang heeft moeten lijden een veel grootsere, vastberaden mogendheid heeft kunnen verslaan.

Te midden van weer een zomer met een extreem klimaat die niet meer biedt dan oppervlakkig politiek theater, gecorrumpeerde journalistiek, constante beangstigende ontmoetingen met zombies en de moraliserende avonturen van superhelden, is het een waar genot om deze twee belangrijke, hoogstaande en voldoening schenkende films te mogen zien!

Vertaling Alex van Eijk.