Het 'pensioenakkoord'

i-001-005.jpg
Actie in Nederland om een goed pensioen te eisen: op deze foto de demonstratie in Rotterdam op 28 mei jl. tijdens de landelijke staking van het ov. (Foto: FNV)
i-003-008.jpg
Om de organisatiestructuur van FNV Senioren te kunnen begrijpen is een belachelijk ingewikkeld organogram nodig. Klijnsma c.s. hebben van de FNV allesbehalve een strijdorganisatie gemaakt. (Foto: FNV)

Jan Ilsink

Op 4 juni werd bekend dat er een onderhandelingsresultaat was bereikt over de pensioenen tussen kabinet, vakbonden en werkgevers. Dit 'principeakkoord' voldeed geheel niet aan de eisen waarvoor een week daarvoor nog o.a. het openbaar vervoer in Nederland was stilgelegd. Toch meenden de vakbondsonderhandelaars en hun besturen, waaronder die van de FNV, dat dit resultaat aan de leden kon worden voorgelegd. De uitslag van het referendum dat FNV uitschreef leverde op 15 juni op dat ca. 25 procent (ca. 85.000 leden) tegen had gestemd en 75 procent voor. Ruim 60 procent van de leden had geen stem uitgebracht!

Hoe is het mogelijk dat deze driekwart met hun stem in feite de actievoerders in de kou lieten staan? Ter verdediging kan worden aangevoerd dat velen voor hun oordeel afhankelijk waren van de bondsbestuurders. En die hadden het resultaat positief beoordeeld. Maar van de kaderleden in het Ledenparlement mag worden verondersteld dat ze er wel van op de hoogte waren dat het 'akkoord' niet aan de actie-eisen voldeed. Maar kennelijk is niet doorgedrongen dat het akkoord een funeste impact heeft op de toekomst van het 'beste pensioenstelsel ter wereld'. Want in grote meerderheid stemde het LP in met het akkoord.

De verklaring hiervoor moeten we zoeken in de geschiedenis van de arbeidersbeweging in Nederland. In het kader van dit artikel is het voldoende te beginnen bij de politiek-economische verhoudingen in Nederland die in 1982 leidden tot het 'Akkoord van Wassenaar'. [zie ook Werner Seppmann elders in de krant, nvdr]

Verschuivingen in werkomgeving van de arbeidersklasse

De ontwikkeling van productiekrachten in het kapitalisme wordt aangedreven door winstmaximalisatie. Daarvoor worden enerzijds technologische en organisatorische innovaties ingezet en wordt anderzijds het onderdrukkingsapparaat verder uitgebouwd om bedreiging van winstmaximalisatie te voorkomen of in te dammen. De onderdrukking betreft politiek-economische maatregelen (sancties bijv.) en militaire interventies (in het Midden-Oosten, Afrika enz.) in landen met regeringen die winstmaximalisatie van de grote concerns bedreigen. Maar de onderdrukking omvat ook de beheersing van de publieke opinie door controle op de communicatiemiddelen. Opvattingen die macht en winstmaximalisatie van de concerns bedreigen worden in alle media bestreden en geweerd!

Dit is de wereld waarin de werkende bevolking zich de laatste decennia bevindt en die gekenmerkt wordt door:

  1. productie-, reproductie en transportsystemen, die - gedragen door de arbeidersklasse - zich met technische innovaties rationaliseren, maar waarover zij geen zeggenschap heeft;
  2. financiële en 'adviserende' bedrijven en daarmee verweven overheidsinstellingen, waarin een andere deel van de arbeidersklasse werkzaam is, maar die zij evenmin aanstuurt;
  3. commerciële instellingen (waaronder geprivatiseerde publieke dienstverlening: post en telecom, zorg, openbaar vervoer, enz.) en ermee samenhangende en begeleidende media-instituten en andere culturele instellingen (bijv. onderwijs) die via 'big data' alle menselijke levenssferen doordringen, gedreven door winstmaximalisatie en kostenbesparing, die alleen dankzij arbeidskracht kunnen functioneren, maar waaraan de belangen van de werkers ondergeschikt zijn!;
  4. uitzichtloze, van uitkeringsinstanties afhankelijke situaties als gevolg van onvoldoende op de werkende bevolking toegesneden werkgelegenheid, waartoe opnieuw een ander deel van de werkende bevolking is 'veroordeeld'.

In deze vier werkelijkheden, die alle 'aangedreven' worden door winstmaximalisatie en kostenbesparing moet de arbeidersklasse 'opereren' en 'overleven'. Vanuit deze werkelijkheid zullen het bewustzijn van de werkende bevolking, de ontwikkeling daarvan en haar handelen moeten worden begrepen. Vraagstukken waar de arbeidersklasse mee worstelt, haar zorgen over haar positie en vooruitzichten, de toekomst van haar kinderen enz., moeten in deze context worden geplaatst.

De Lissabon-agenda en de 'race naar beneden'

De nietsontziende concurrentieslag waarin bedrijven en instellingen steeds meer zijn verwikkeld leidden tot een onafgebroken druk op arbeidsvoorwaarden, -omstandigheden en sociale voorzieningen van de werkende bevolking. Vanaf de jaren '80 leidde de parasitaire druk daarop van financiële instellingen ('financialisering') tot gecoördineerde aanvallen, die vaak 'neoliberaal' worden genoemd. Het is echter een symptoom van het huidige hyperstadium van samensmelting van industrieel en financierskapitaal dat 'gewoon' de wetten van winstmaximalisatie van het kapitalisme volgt.

In de jaren '90 wordt winstmaximalisatie in Europa politiek ingebed. In de 'Lissabonagenda', vastgesteld op de EU-top in Lissabon in 2000, worden doelstellingen en maatregelen geformuleerd hoe de winsten in de afzonderlijke Europese lidstaten te vergroten. Hiermee zou de EU de concurrentie met de VS aan kunnen gaan. De lidstaten moeten jaarlijks rapporteren over de voortgang in privatiseringen van collectieve voorzieningen en afbraak van arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden zoals de 'zorg'.

De gevolgen van deze onophoudelijke aanval wordt in de FNV de 'race naar beneden' genoemd. Op het FNV-congres van 2017, dat sinds de fusie in 2015 raadgevend is, wordt hiertegen een 'offensief' aangekondigd. Maar tot op heden is van uitvoering van dit besluit niets terechtgekomen. Pas onder druk van bezorgde kaderleden over aanvallen op het 'beste pensioenstelsel ter wereld' startte FNV een campagne met drie eisen (1. indexatie, 2. AOW 66 jaar + eerder stoppen, 3. zzp-ers en flex in een pensioenfonds met als basisvoorwaarde 'wij accepteren geen verslechteringen!'. Het is tot op heden de enige uitwerking en uitvoering van het 'offensief'! Maar het 'pensioen-akkoord', resultaat van deze campagne, beantwoordt niet aan de gestelde eisen en heeft 'de race naar beneden niet gestopt, laat staan gekeerd!

Akkoord van Wassenaar

Om verzet te voorkomen tegen de aanvallen op de arbeidersklasse, haar inkomen en voorzieningen, werden die tactisch ingebed. Net als in andere landen werd het taalgebruik ontdaan van klasseninhoud: kapitalistische ondernemers waren geen vertegenwoordigers meer van Het Kapitaal, maar werkgevers: als 'sociale partners' van de werknemers, zoals de arbeidersklasse werd genoemd. Het 'Akkoord van Wassenaar' bezegelde deze 'klassenvrede'. Het werd gesloten op 24 november 1982, zo'n drie weken na het aantreden van het kabinet-Lubbers I (1982-1986) en betekende de geboorte van het 'poldermodel': overleg op alle niveaus (overheid, werkgevers, werknemers) tot een compromis is bereikt. Loonmatiging in ruil voor arbeidstijdverkorting was het eerste 'wapenfeit' waarmee de economie zich kon 'herstellen' van de crisis, die was aangewakkerd door de 'oliecrisis' in 1973.

De sociaaldemocratie speelde een doorslaggevende rol in het 'Akkoord van Wassenaar' in Nederland en later in de 'Lissabon-agenda' van de EU. Zij had na de oorlog veel krediet opgebouwd bij de werkers met de opbouw van de 'verzorgingsstaat'. Door samenwerking tussen sociaaldemocraten in regering en parlement en in leidende vakbondsposities was zij er [onder de paraplu van het bestaan van sterke socialistische staten, nvdr] in geslaagd de bevolking te laten profiteren van de naoorlogse economische groei. De sociaaldemocratie was dus nodig om winstmaximalisatie ten koste van de naoorlogse verworvenheden geaccepteerd te krijgen.

Bij de vaststelling van de Lissabon-agenda waren de belangrijkste regeringsleiders van sociaaldemocratische huize! Het Akkoord van Wassenaar werd ondertekend door toenmalig voorzitter van FNV, Wim Kok, later vice-premier in het kabinet Lubbers III (1989 - 1994) en daarna premier.

Conflict en fusie

In lijn met het Akkoord van Wassenaar werden naderhand verscheidene sociale akkoorden gesloten. Deze akkoorden kwamen tot stand na langdurig onderhandelen waarbij de vakbeweging steeds meer ging leunen op de 'professionaliteit' van de werkorganisatie, de bezoldigden en steeds minder op de (kader)leden: de onbezoldigden. De kloof tussen werkorganisatie, waarin de reformistische sociaaldemocraten domineerden, en de vereniging werd hierdoor steeds groter. Op aanbeveling van 'wijze mannen' (PvdA burgemeester Han Nooten en oud RABO- en Wereldbank directeur Herman Wijffels) en een 'kwartiermaker' (PvdA-wethouder en later staatssecretaris Jetta Klijnsma) werd professionalisering van FNV voltooid.

Zij waren aangesteld om het conflict in 2011 op te lossen tussen de besturen van aangesloten bonden en voorzitter Agnes Jongerius van FNV. De democratische basis van FNV werd gebureaucratiseerd met complexe en vertragende besluitvormingsprocedures. Het FNV-congres werd slechts raadgevend en de structuur werd 'parlementair' ingericht met op alle niveaus twee gekozen 'kapiteins' met ieder een eigen mandaat: FNV-bestuur en Ledenparlement, sector-bestuur en sectorraad, enz. De 'werkorganisatie' beschouwt zichzelf na de fusie steeds meer als 'de bond' met kaderleden als vrijwilligers en leden de 'klanten' van deze ANWB voor 'bedrijfsongevallen'.

In de praktijk van strijd

In de praktijk van de strijd om het pensioenstelsel is gebleken hoe deze 'ongedeelde FNV' in actie functioneert. Ondubbelzinnig bleek dat de werkorganisatie feitelijk de leiding heeft in FNV. Het gekozen bestuur en het Ledenparlement lopen achter de beleidsmakers van de werkorganisatie aan. Het in juni gesloten 'pensioenakkoord' is een voortzetting van de pensioenonderhandelingen in 2015 -2016. De toen circulerende voorstellen werden gepresenteerd in vele bijeenkomsten door het pensioenteam, de professionals van de werkorganisatie die ook zitting hebben in pensioenfondsbesturen. In die voorstellen werd afscheid genomen van de 'doorsneepremie' (een hoeksteen in het solidaire en collectieve stelsel) en van de 'uitkeringsovereenkomst' (toezegging over de hoogte van het pensioen). Die bijeenkomsten in het land leidden uiteindelijk tot de Pensioennota 'Samen delen, een sterke keuze'. Een nota waar alle elementen van het recente Pensioenakkoord vermeld staan, maar waarin ook tegenstanders van het Akkoord steun vinden!!! Een 'tombola' dus: voor elk wat wils.

In de besluitvorming over het 'pensioenakkoord' heeft de 'geprofessionaliseerde FNV' duidelijk de doorslag gegeven. De nieuwsvoorziening in de 10 dagen tussen bekend worden van het akkoord en afsluiting van het referendum was vanuit FNV uitsluitend positief. Nu bleek er wel geld voor een paginagrote advertentie in de dagbladen, terwijl dat tijdens de acties voor devier eisen 'ontbrak'! Een kritische beoordeling van Actiecomités werd van lokale websites gehaald. Rond het referendum werden informatiebijeenkomsten georganiseerd die werden gepresenteerd door de medewerkers van de werkorganisatie en niet door gekozen bestuurders of kaderleden. Daar werd de inhoud van het akkoord afgezet tegen plannen van het kabinet in de 'race naar beneden' en niet tegen eisen van de campagne om de race te keren. Eisen waarvoor tienduizenden de straat op waren gegaan en eind mei een zeer succesvolle landelijke staking van het ov was georganiseerd. In deze professionele en massieve campagne om het pensioenakkoord door de vereniging geaccepteerd te krijgen is de uitslag van het referendum niet verwonderlijk!

Noodzaak van een sterke communistische partij

De strijd voor behoud en verbetering van het collectieve en solidaire pensioenstelsel laat zien dat die gecompliceerder is dan alleen tegen vertegenwoordigers van het Kapitaal. De ondernemers en speculanten die winsten willen maximaliseren, willen af van de hoge pensioenpremies (zoals de grootste werkgever: het RIJK) en azen op de miljarden in de pensioenfondsen. Maar de strijd strekt zich ook uit tegen bureaucratisering en voor democratisering van de vakbeweging! Maar dat is niets nieuws. De arbeidersbeweging heeft in haar geschiedenis voortdurend met deze tweekoppige strijd te maken gehad. Daarom is voor de arbeidersklasse en vakbeweging kennis van hun geschiedenis van doorslaggevend belang. Maar dat gaat niet lukken met een Kaderacademie in FNV waarin 'onderhandelen', 'sociaal partnerschap' en 'persoonlijkheidsvorming' centraal staan.

Daarom is het bestaan en de versterking van een Communistische Partij [in Nederland dus de NCPN, nvdr] noodzakelijk. Als hoeder en ontwikkelaar van het erfgoed van de arbeidersbeweging is zij in staat samen met de werkende bevolking een succesvolle weg te zoeken in het keren van het tij. Hoe de race naar beneden om te draaien? Hoe de arbeidersbeweging en vakbeweging sterker te maken? Met als uiteindelijk doel: het verslaan van degenen die met hun winstmaximalisatie de kloof tussen arm en rijk steeds meer vergroten. Winstmaximalisatie brengt de wereld bovendien op de rand van de afgrond door uitputting van de aarde en vernietiging van soevereine staten die 'in de weg zitten'!

Voorbeelden van de 'Race naar beneden': de afbraak van verworvenheden van de arbeidersklasse:

1989:
Privatisering van de PTT.
1990:
Verlaging hoogste belastingschijf van 72% naar 60%.
1991:
Ontmanteling WAO.
1993:
Begin privatisering sociale zekerheid.
1994:
Volledige privatisering arbodiensten.
1994:
Begin liberalisering huurmarkt.
1994:
Opsplitsing Nationale Spoorwegen.
1996:
Privatisering Ziektewet.
1996:
Invoering prestatiebeurs.
1996:
Privatisering Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds.
1997:
Einde zelfbestuur voor universiteiten.
1998:
Invoering wet flexibiliteit en zekerheid.
1998:
Liberalisering energiemarkt grootverbruikers.
2001:
Verlaging hoogste belastingschijf van 60% naar 52%.
2003:
Invoering Wet werk en bijstand.
2007:
Verlaging vennootschapsbelasting van 29,6% naar 25,5%.
2009:
Invoering collegegelddifferentiatie voor de tweede studie.
2009:
Beperking AOW-toeslag voor partners.
2011:
Pensioenakkoord: AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar.
2012:
Verhoging laagste belastingschijf van 33,1% naar 37%.
2012:
Besluit tot het invoeren van een 'sociaal' leenstelsel voor studenten, met steun van D66 en GroenLinks.
2012:
Verhoging eigen risico in de zorg naar 350 euro.
2013:
Steun aan 6 miljard extra bezuinigingen.
2013:
Aanschaf van 37 JSF toestellen, kosten 4,5 miljard.
2014:
Sluiting van 60.000 sociale werkplaatsen.
2015:
Verhoging eigen risico in de zorg naar 385 euro, met steun van GroenLinks.
2016:
Akkoord met het neoliberale handelsverdrag CETA; uitsluiting van rechten voor burgers ten opzichte van multinationals.
2016:
Wet Werk en Zekerheid (wijziging Werkloosheidswet: duur maximaal 24 maanden, hoogte 10 jaar 1 jaar arbeidsverleden 1 maand WW, daarna 1/2 maand WW, na 1/2 jaar elk werk passend!)
2018:
Sleepwet; iedereen mag overal gevolgd en afgeluisterd worden.
2018:
Donorwet; de overheid bemoeit zich ermee of je donor bent of niet.
2019:
Verhoging btw op voedsel.
2019:
Wet Arbeidsmarkt in Balans (vereenvoudiging ontslag)
2019:
Pensioenakkoord: afschaffing 'doorsneepremie': afbraak collectieve en solidaire stelsel, verhoging pensioenleeftijd, bevestiging géén zeggenschap pensioendeelnemers over hun eigen pensioenvermogen.