Verloedering van de democratie in het land van haar geboorte

Joke van den Boogert

i-012-021.jpg
Bijeenkomst van de KKE in de aanloop van de komende parlementsverkiezingen. (Foto: KKE)
i-012-022.jpg
NAVO-moordernaars: Ga weg! (Foto: KKE)

De verkiezingen van zondag 26 mei gaven allerminst blijk van een bevolking die van plan is iets te veranderen, laat staan radicaal te veranderen. Opnieuw besloot de kiezer vast te blijven zitten in het oude alom bekende bipolaire schema: een keus tussen de twee 'groten' Néa Dimokratía en Syriza, die ondertussen wel steeds minder groot worden in percentages uitgebrachte stemmen, terwijl het percentage onthouding gestadig stijgt.

De verkiezingen in Griekenland waren dit keer driedubbel en in sommige gevallen zelfs vierdubbel. Er werd niet alleen voor het Europees Parlement gestemd, maar ook voor burgemeesters (die in Griekenland rechtstreeks verkozen worden) en gemeenteraden, voor regio's en in vele gevallen ook voor afdelingen van gemeentes, waar een gemeente heel groot is, zoals Athene-centrum. Dat betekende dus drie en/of vier stembussen. Dat heeft bij veel kiezers verwarring gesticht en dat leidde weer tot een fors percentage ongeldige stemmen.

De lijsten van de gemeenteraads-, burgemeesters- en regionale kandidaten dragen uiteraard niet de naam van politieke partijen, wat vaak tot vergissingen en onherkenbaarheid leidde. Toch werd de algemene tendens duidelijk: flinke verliezen voor Syriza en flinke winsten voor de Néa Dimokratía, of het nu om gemeentes of om het Europees Parlement ging. Syriza gaf officiëel toe dat men dit niet in die mate verwacht had. Premier Tsipras' brallende getriomfeer veranderde van de ene dag op de andere in een bescheiden apologie. Syriza zong niet één toontje lager, maar vele tonen. Dat begon de dagen na de verkiezingen alweer te veranderen en bij een aantal kaderleden kwam de branie terug vooruitlopend op de landelijke verkiezingen van 7 juli. De 200 procent zekerheid, waarmee Tsipras elk gerucht over vervroegde verkiezingen afblies (oktober en nog eens oktober, nee, niet eerder, wij zitten de vier jaar uit) veranderde in een aankondiging van vervroegde verkiezingen.

'Grieksheid' oftewel nationalisme

Ook nu was er een veelheid aan nieuwe partijtjes, die telkens voorafgaande aan verkiezingen als drijfzand verschijnen in het politieke landschap en het vaak niet langer uithouden dan één mandaat (als ze het euro- of nationale parlement al halen), maar wel ontevreden mensen trekken, die dan niet op de enige echte oppositie stemmen: de KKE (Communistische Partij). Veertig (!!!) politieke partijen en partijtjes stonden kandidaat voor het Europees Parlement, 37 voor de regionale leiding van Attica (dit verandert uiteraard per regio), 21 voor een burgemeester van Athene centraal (in Athene hebben de wijken een eigen, aparte burgemeester met aparte lijsten met kandidaten). De papieren stembiljettenwinkel was ongelooflijk en veel mensen konden er niet meer uit wijs worden.

De KKE met zijn 100-jarige indrukwekkende geschiedenis hield stand in de stormen van verwarring en nationalistisch gepraat, maar maakte wel pas op de plaats (twee europarlementariërs, net als in 2014). De nazistische Gouden Dageraad liep een flinke deuk op, maar voorwaar, er stond een vervanger klaar. Griekse Oplossing genaamd die zich sterk Grieks nationalistisch opstelde, maar niet de smet van misdadigersorganisatie draagt en met ruim 4 procent ineens in het Europarlement belandde met één afgevaardigde (Griekenland heeft er 21). Het staat vast dat het Préspes-akkoord, dat Syriza sloot met de Republiek Noord-Macedonië, zijn politieke tol heeft opgeëist, wat allerminst de enige reden tot ontevredenheid was.

In Grieks Macedonië haalde de kandidaat (ND) voor het regionale bestuur de 70 procent! De Néa Dimokratía had tegen het beruchte akkoord gestemd, ook al is zij helemaal niet tegen toetreding tot de NAVO van voormalig Skopje (alias FYROM = Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië), waar het uiteindelijk allemaal om gaat, maar gooide het in haar kritiek op kwesties van naam en taal als afleidingsmanoeuvre voor de publieke opninie, die zich blind moet staren op bijzaken. Vooral in het Griekse district Macedonië wordt niet getolereerd dat een ander land zich Macedonië noemt en zijn taal Macedonisch. Als je de uitslag optelt van partijen die voor 'Grieksheid' stemmen, dan kom je op een flinke meerderheid.

Deze nationaal-nationalistische tendens is algemener in Europa en is in wezen een defensieve reactie op maatschappelijk moeilijker wordende omstandigheden voor het gros van de bevolking tegen de achtergrond van de migrantenstromingen, die overal de vrees opwekken bij de autochtone bevolking haar 'eigenheid' te verliezen. Dus de Europese bevolkingen worden min of meer introverter met de nadruk op eigenheid als reactie in eerste instantie op een duurzame, structurele crisis van het kapitalisme. Ook dat is al eerder gebeurd: zie de periode tussen beide wereldoorlogen. Niet ongevaarlijk.

Pas als de eventueel gruwelijke resultaten van deze nationale-nationalistische introversie duidelijk worden en de mensen erachter komen dat zij op monsters hebben gestemd (wat bij veel ultrarechtse partijen - laat staan bij conventioneel rechts - nog niet altijd duidelijk is), dan pas komt er ruimte voor een echt linkse 'buiten-systemische' wending om gebruik te maken van een mode-terminologie in Griekenland, die spreekt van 'systemische' en 'buiten-systemische' partijen. Met systeem wordt dan kapitalisme bedoeld.

Sind die Mörder unter uns?

Een teken van een (weliswaar zeer trage) differentiëring bij de kiezers in Griekenland is dat van alle nieuwe splinterpartijen de meeste de drempel naar de volksvertegenwoordiging niet halen en als ze het halen, dan slechts voor één mandaat. Drie van de splinters die voor het eerst in het nationale parlement kwamen bij de vorige verkiezingen, hadden zo'n slecht resultaat bij de euroverkiezingen van 26 mei, dat ze besloten niet meer mee te doen aan de op handen zijnde landelijke verkiezingen. Nog niet zo lang geleden hielden nieuwe kleine formaties het meestal iets langer vol. Ze zijn wel gewild, die splinters, binnen de kapitalistische democratie. Met hun linkse en rechtse uitschieters hou je alle mogelijkheden open, want ze kunnen een grotere partij in het regeringszadel helpen eventueel alleen door te 'gedogen'.

Daar was Syriza een voorbeeld van vier jaar geleden, toen zelfs met de 50 zetels bonus voor de partij met het hoogste percentage uitgebrachte stemmen, Syriza niet aan een zetelmeerderheid kon komen zonder de uiterst rechtse Onafhankelijke Grieken, met wie ze het op een akkoordje gooide. Ook deze Onafhankelijke Grieken deden het zo slecht op 26 mei, dat ze besloten hebben niet mee te doen aan de landelijke verkiezingen van 7 juli a.s. Een 'interessante' kwestie doet zich voor met één van de twee Gouden Dageraders, die verkozen werden voor het Europees Parlement.

Yánis Lagós werd in 2013 gearresteerd i.v.m. zijn betrokkenheid bij de moord op de antifascistische rapper Pávlos Físas. Na zes maanden kwam hij op vrije voeten, omdat er nog steeds geen gerechtelijke uitspraak was vanwege gebrek aan vergaderzalen (!), zo luidde de smoes bij de rechtzaken die met deze moord te maken hebben. Deze zaak is nog steeds niet afgerond,ondanks alle bewijzen. Hij stond kandidaat op de lijst van de Gouden Dageraad voor het Europarlement, dat geen officiëel verkozen afgevaardigde kan weigeren. De Griekse wetgeving kon hem niet beletten mee te doen. En zo zullen de maatregelen tegen hem (hij mag het land niet uit) opgeheven moeten worden en krijgt hij recht op parlementaire onschendbaarheid. Het burgerlijke wettenstelsel maakt dit allemaal mogelijk en op Europees institutioneel niveau is al een aantal jaren de gelijkstelling fascisme-communisme gepropageerd onder het mom van anti-totalitarisme.

Op 9 mei jl. werd dit nog weer eens duidelijk gemaakt in Roemenië met een officiële verklaring van de EU-lidstaten. Uitgerekend op 9 mei, de dag van de grote anti-fascistische overwinning van WO2, die in Moskou met een parade herdacht wordt. Tegen de achtergrond van deze geschiedvervalsing is het benauwend te constateren dat in Griekenland (land met de meeste holocausts en het hoogste percentage fascisme slachtoffers van alle Europese landen tijdens WO2) de onthouding van stemming van de zeer jonge generatie enorm was. In de leeftijdsgroep van 17-24 jaar zelfs 95 procent! Onwetendheid is een belangrijke voorwaarde om de geschiedenis zich te laten herhalen. Het economische systeem dat 'het monster baarde' is nog steeds intact en door gebrek aan in formatie of historische kennis voor de meeste mensen niet herkenbaar als oorzaak.