download

Management in plaats van kennis en ervaring

i-003-008.jpg
Onderwijsbestuurders klinken tevreden op de zoveelste fusie die ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs. (Foto: alblasserwaard-vijfheerenlanden.nl)

Ron Verhoef

Er was een tijd dat scholen bestuurd werden door rectoren die zelf voor de klas hadden gestaan en conrectoren die naast hun taken nog deels voor de klas stonden. Die tijd ligt echt ver achter ons. Tegenwoordig worden scholen bestuurd door heuse professionele bestuurders, behorend tot het mangamentgilde. Met een beetje geluk hebben ze ervaring in het onderwijs maar dat is lang niet altijd het geval. Met deze bestuurders kwamen ook de riante vergoedingen voor de top het onderwijs binnen.

De minister heeft inmiddels bepaald dat de salarissen van bestuurders in het onderwijs mogen groeien met 7 procent op jaarbasis naar maximaal 194.000 euro per jaar. Dat ligt ruim boven de salarissen die op de werkvloer verdiend worden. De verhoging met 7 procent in een jaar is bovendien aanzienlijk meer dan de ruim 2 procent in een jaar erbij waarmee het overige personeel het moet doen.

Voor een forse salarisverhoging van bestuurders zou misschien nog iets te zeggen zijn als zij de kwaliteit van het onderwijs aanzienlijk zouden hebben verbeterd. Dat is echter niet het geval. Op de PISA-ranglijst van onderwijskwaliteit daalt ons land jaar na jaar. Inmiddels dreigen we zelfs uit de top 10 te vallen. De kwaliteit van het onderwijs hebben de onderwijsbestuurders dus niet kunnen verbeteren.

Wel bleken ze in staat te zijn om grote bedragen uit te geven aan nieuwe schoolgebouwen, vaak met ruime en luxe bestuurskantoren. Dat heeft al geleid tot het faillissement van diverse scholen (Amarantis en ROC van Leiden bijvoorbeeld) en schoolgroepen. Op de werkvloer komt het geld doorgaans niet terecht. zodat vaak nog met oude materialen gewerkt moet worden.

Waarom eigenlijk die bestuurders?

Met het neoliberalisme kwam ook het idee op dat grotere scholen efficiŽnter zouden zijn en dus minder zouden kosten. Dit leidde tot een reeks van fusies waardoor enorme scholen met vele duizenden leerlingen ontstonden. Het oude systeem van de rector met zijn conrectoren werkte toen niet meer. Om dit geheel nog te kunnen besturen moesten er mensen komen die volledig bezig waren met besturen. Uiteraard hebben deze bestuurders ook weer ondersteunend personeel nodig. Gevolg was dat er bestuursbureaus ontstonden die veraf staan van de werkvloer en zelf het nodige kosten. Even binnenlopen bij de directeur als er een probleem is, zit er niet meer in. Veel personeelsleden komen hun directeur alleen tegen bij personeelsdagen of openingen van een schooljaar. In plaats van kostenbesparing heeft deze toegenomen overhead bovendien gezorgd voor een kostenstijging.

Deze nieuwe besturen houden zich dan ook niet alleen bezig met onderwijs, ze moeten er ook voor zorgen dat de school goede contacten onderhoudt met het bedrijfsleven om daar eventueel ook nog geld vandaan te kunnen halen. Netwerken neemt zo een belangrijkere plaats in dan de lessen op de school zelf.

Waar de rectoren in het verleden nog contacten hadden met leerlingen, zien moderne bestuurders vrijwel nooit leerlingen. Disciplinaire gesprekken met leerlingen vinden lager in de organisatie plaats en veel leerlingen hebben ook geen flauw idee wie de directeur van hun eigen school nu is.

De afgelopen jaren hebben we dus gezien dat veel van het werk dat voorheen de rectoren en conrectoren deden nu bij de docenten en administratie liggen. Dat heeft de werkdruk aanzienlijk verhoogd, maar leidde de afgelopen jaren niet tot loonsverhogingen. Jarenlang waren de lonen van het personeel bevroren en hoewel nu in alle onderwijs-cao's wel salarisverhogingen zijn voorzien, zijn die absoluut niet voldoende om de opgelopen achterstand in te halen. De salarissen van de bestuurders nu verhogen is dus een totaal verkeerd signaal.

Wat het onderwijs nodig heeft is niet meer bestuurders, maar kleinere scholen waar weer oog is voor de leerlingen en waar de beleidsmakers in contact staan met die leerlingen en het personeel. Aan meer professionele bestuurders heeft niemand behoefte, wel aan bestuurders die weten wat het onderwijs is omdat ze zelf voor de klas hebben gestaan of nog beter nog gedeeltelijk voor de klas staan.

Het is toch merkwaardig dat scholen bestuurd worden door mensen die niets met het onderwijs hadden voor ze er werkten of zo snel mogelijk voor de klas weg wilden omdat ze het vak niet aankonden. Een terechte vraag zou dan ook zijn: Waar zijn de bevlogen bestuurders?