download

Niet enkel de pleinen vol, maar werken aan duurzame vakbondsmacht.

De vakbond moet weer een beweging worden

i-004-009.jpg
FNV Schoonmaak in actie op 13 april jl. (zie Manifest 5/2017). Met gitaar Herrie Hoogenboom die strijdliederen begeleidt. (Foto: Manifest/wvdk)

Interview door Maarten Muis en Wil van der Klift met Herrie Hoogenboom, bestuurder FNV Schoonmaak

Manifest sprak op 17 juni jl. met vakbondsbestuurder Herrie Hoogenboom over het opbouwen van vakbondsmacht in de schoonmaak en welke lessen er getrokken kunnen worden uit de ervaringen van de laatste jaren. Manifest publiceert het gesprek met Herrie in twee delen. In de volgende krant meer over hoe de schoonmakers eigen vormen van media ontwikkelden en gebruikten, om zo zelf de regie te houden over de toon en inhoud van de berichtgeving. In dit deel een uitleg over hoe de methodiek van organizing is ingezet en hoe, op een werkvloer met grote politieke en culturele diversiteit, vakbondsmacht te organiseren.

De schoonmakers hebben door jaren van strijd de FNV goed zichtbaar gemaakt. Hoe beoordeel jij de huidige situatie in de FNV?
HH
Ik ben positief over veel wat de afgelopen jaren in gang is gezet. Ik heb veel vertrouwen in mijn collega's in het bestuur en in de sectoren. De wil is er om als organisatie het verschil te maken maar er zijn ook aanhoudende zorgen. Het ledental daalt zo goed als overal. Daar volgt verder uit dat de leeftijdsopbouw van onze actieve leden al jaren niet de goede kant op gaat. Nu hebben we gelukkig wel FNV Young & United, leuke jongens en meisjes met veel enthousiasme die een serieuze overwinning hebben behaald (jeugdloon). Dat is heel goed. Voor de rest qua kleur en samenstelling, manvrouwverhouding van actieve leden in de vereniging gaat het in de meeste sectoren al jaren niet de goede kant op. Er is een duidelijke vergrijzing van de bond. Niet alleen is FNV Senioren de grootste sector, maar ook in de andere subsectoren worden onze leden vertegenwoordigd door vooral oudere witte mannen.
Wat betekent dat?
HH
Die representativiteit is belangrijk. Leden moeten zich herkennen in de personen die hen vertegenwoordigen. Het is mooi dat we een ledenparlement vol gekozen leden hebben maar ik vraag mij wel af wat voor afwegingen leden kunnen maken bij het uitbrengen van hun stem. Ik vond het bijvoorbeeld vrij bizar dat ik, als FNV-lid vallend onder de subsector vakbonden, kon stemmen op kandidaten voor het ledenparlement van andere subsectoren die onder de sector Diensten vallen (financiŽle dienstverlening/uitzendbranche/beveiliging/schoonmaak). Toegegeven Diensten is een wat samengeraapt zooitje. Maar vakbondsdemocratie behelst meer dan verkiezingen voor het ledenparlement op basis van een foto via internet en vijf regels tekst over hoe mensen zichzelf presenteren. Dat je op basis van die gegevens een keuze kan maken wie goed zou zijn om in het ledenparlement de algemene koers van de bond te gaan medebepalen, dat vind ik niet heel sterk.
Hoe zou het dan moeten?
HH
Zeggenschap moet volgen op betrokkenheid. De basis moet zijn dat de mensen die vanaf de vloer zijn georganiseerd en ervaren hebben wat vakbondsmacht is en hoe je die met elkaar vormgeeft, beslissen wat er moet gebeuren. Het zijn de actieve ervaren leden binnen FNV Schoonmaak die de dienst uitmaken. De kaderleden zijn de leiders en activisten in de panden en objecten. De leden worden direct betrokken in hun pand en in grote OC's in de steden. De leiders zijn actief in kerngroepen waar zij scholing krijgen en de opbouw van vakbondsmacht bediscussiŽren en elkaars 'issuefights' ondersteunen. Vanuit de kerngroepen worden afgevaardigden gekozen richting het Schoonmakersparlement, alle schoonmakers die lid zijn kunnen zich verkiesbaar stellen en stemmen als zij dat willen, maar als je nog niets hebt opgebouwd, geen ervaring hebt met acties en 'issuefights' zul je niet snel veel stemmen binnenhalen. Het Schoonmakersparlement kiest vervolgens uit zijn midden de (vakbonds)regering en een president en vicepresident. Onze president, Khadija Tahiri is ook gekozen als de afgevaardigde van FNV Schoonmaak naar het FNV-ledenparlement. De vicepresident, Tim Edwards, is gekozen als plaatsvervanger.
Voor jou is Organizing nog altijd het leidende principe?
HH
Ja, ik zie organizing nog steeds als de belangrijkste vernieuwing om te komen tot vakbondsmacht op plekken waar die er nog niet is. Ik ben overigens niet kritiekloos. Zeker niet over de manier waarop het organizingmodel binnen onze vakbond wordt ingezet. Organizen is in mijn visie bedoeld om mensen aan het roer te zetten in hun eigen organisatie. Door mensen, om te beginnen, de mogelijkheid te bieden om zich in te zetten voor issues die zijzelf direct aan den lijve in hun eigen omgeving ervaren. Daarop zijn mensen aanspreekbaar, te motiveren en in beweging te krijgen. Als mensen vervolgens ervaren dat je samen met collega's kan terugvechten tegen een baas die zich niet netjes gedraagt en zo'n gevecht kan winnen, ontstaat een nieuw zelfbewustzijn als werker en vakbondslid. Een begin van een klassenbewustzijn. Vanaf daar willen mensen meer, worden zij groter en de wereld om hen heen ook. Dan kan er ook echt een discussie beginnen over waar wij met elkaar als vakbond voor staan.
Het activeren en scholen van mensen dus.
HH
Ja en niet enkel door mensen hesjes aan te trekken en heel hard 'actie actie actie!' te laten roepen. Niet enkel alleen pleintjes vullen.
Heb je voorbeelden hoe dit activeren succesvol is gedaan bij FNV Schoonmaak?
HH
Informele leiders op de werkvloer in de schoonmaak hebben nieuwe ervaringen met de vakbond opgedaan. Primair dat zijzelf de vakbond zijn. Dat je kunt winnen als je dingen samendoet. En vervolgens bieden we mensen de mogelijkheid om zich te ontwikkelen. Om ook positie te blijven innemen. We hebben leiders die ruimschoots ervaring hebben opgedaan met issues bevechten en winnen op hun eigen werkplek. Vervolgens waren zij het die het voortouw namen in de landelijke acties en landelijke stakingen. Wij hebben leden die bij elkaar langer dan een halfjaar gestaakt hebben sinds 2010.

Een aantal van die mensen wordt opgeleid tot consulent om hun collega's bij te staan. We zijn ook bezig met een tussenvorm als een soort vraagbaak. Dan ben je niet helemaal opgeleid tot consulent, maar weet je wel wat er in je eigen cao staat en kun je collega's de goede kant aanwijzen.

Welke thema's agendeert de Schoonmakersregering? We zien hoe de automatisering in de schoonkmaakindustrie aan het groeien is met robots. Wat zijn dan daar de antwoorden op? De robotisering en de automatisering in de schoonmaak nemen enorm toe, er worden nu al grote oppervlaktes door robots gedaan.
HH
Het is nu al wel zo dat je grote oppervlaktes door robots kan laten doen, maar kijk om je heen, hoe zou je hier in dit partijkantoor een robot het werk kunnen laten doen? Het is een belangrijk thema voor schoonmakers met kansen en risico's. Het is voor de huidige cao-periode ook nadrukkelijk op de kaart gezet.
Wat ons betreft kunnen robots helpen het werk minder zwaar en minder belastend te maken, dat is goed. Schoonmakers werken zich veelvuldig 'stuk' onder te hoge werkdruk, repeterende bewegingen en ruimschoots voor hun pensioen. Die robots moeten bediend worden, daar zouden mensen ook een baan aan kunnen hebben. Collega Niek Stam had een belangrijk verhaal in de vorige krant, je moet natuurlijk vanuit je eigen kracht bekijken wat robotisering voor onze leden betekent. Maar er zitten wel stringente grenzen aan die benadering. Het is zeker belangrijk dat wij vanuit de (sub)sectoren een visie ontwikkelen, dat kunnen we vanuit de schoonmaak, dat zullen we zeker ook doen. Maar zolang we daar blijven: 'wat betekent het voor ons?', komen we niet tot het verhaal wat de impact is van robotisering in het algemeen, sectoroverstijgend voor onze economie en samenleving als geheel.
HH
De enige manier waarop we uiteindelijk deze technologische revolutie in goede banen kunnen leiden is door een duidelijke claim te leggen vanuit het algemeen belang dat robotisering moet leiden tot maatschappelijke welvaart voor iedereen. En dat de opbrengsten van robotisering dus op een maatschappelijke manier verdeeld moeten worden. Dat opent ook een fundamentele discussie over de betekenis van arbeid, over verdeling van arbeid naast die van de verdeling van welvaart.
Precies, het debat over de kapitalistische bezitsverhouding zou je moeten voeren.
HH
Ik zie de noodzaak van dit debat, maar ik vrees dat de oplossingen nog een eind weg zijn. Ik vraag me af of we de ruimte en tijd vinden om op tijd een sterke algemene eis te formuleren waar de mensen zich hard voor willen maken. Ik vind dat de vakbond zich vooralsnog onvoldoende laat zien en horen. Het maatschappelijk debat lijkt momenteel ook lamgeslagen en gegijzeld door identiteitsthema's, daardoor hebben de machthebbers vrij spel om hun eigenbelang goed weg te zetten en ons allen straks met voldongen feiten om de oren te slaan. Zover mag het niet komen.

Ik heb heel positieve voorbeelden van schoonmakers die, door zich te organiseren, hun positie in de hun omringende wereld hebben gewijzigd. Schoonmakers die eerst onderdrukt en geÔntimideerd waren, zich letterlijk fysiek vastklampend aan een bezem, zich hebben ontwikkeld tot trotse en krachtige vakbondsleden met een overtuiging van 'niemand maakt me wat' en 'ik ben van de vakbond van schoonmakers!' Sommigen hebben daardoor ook een persoonlijke bredere politieke visie ontwikkeld.

Maar je ziet ook dat veel mensen op vakbondsthema's wel een gezamenlijk standpunt bereiken, maar dat er allerlei mechanismen spelen die mensen nog heel erg op zichzelf en op de eigen groep gericht houden. Herkomst, religieuze en culturele identiteiten blijven heel vaak bepalend bij de beoordeling van maatschappelijke thema's. We hebben actieve leden die zichzelf bijvoorbeeld primair zien als Erdogan-aanhangers en anderen die sympathiseren met de PVV. Ik ben er van overtuigd dat die politieke, nationale, raciale, religieuze, seksuele en culturele identiteiten niet voor altijd het laatste woord hebben. Net zoals uitbuiting, tergende armoede en ongelijkheid geen eeuwigdurende wetten vertegenwoordigen. Daarom ben ik communist.

Hoe zie jij als communist dan de vakbond?
HH
Allereerst als een laagdrempelige organisatie van werkers zelf. Een vakbond moet er voor waken dat je (potentiŽle) leden niet wegjaagt, door stellingen te betrekken die de gezamenlijke organisatie tegenwerken. Het speelde al in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog, daarvoor ook al. Het gaat erom dat de vakbond de werkers in staat stelt om vanuit 'welbegrepen eigenbelang' de handen ineen te slaan om gezamenlijke doelen te bereiken. Ik heb wel duidelijke politieke overtuigingen, die steek ik ook niet onder stoelen of banken, maar ik heb het niet constant over 'Venezuela' of zo als ik in gesprek ben met leden en leiders. Het concrete, directe en persoonlijke is leidend.Ik zal er niet om liegen overigens. Desgevraagd wil ik best uitleggen hoe ik het zie.
Het is een moeilijke kwestie, hoe je laagdrempelige collectieve belangenbehartiging verbindt met andere vraagstukken. Want iedereen gaat het over de formatie hebben, iedereen heeft over van alles en nog wat een mening.
HH
Ik ben arrogant genoeg om te beweren dat ik niet geÔnteresseerd ben in 'meningen'. Meningen doen niks. Wij formuleren eisen en zijn bereid om daarvoor te knokken als het moet. Er zijn ook krachten in de bond die het over een brede vakbeweging willen hebben. Die het als FNV over andere belangrijke maatschappelijke thema's willen hebben naast werk en inkomen, over het milieu, over (on)gelijkheid, discriminatie. Ik denk dat het belangrijk is dat we die thema's relevant maken in ons vakbondswerk door het debat te starten onder de leden en met hen eisen te formuleren richting de bazen en de overheid. Ik denk dat een zuiver economistische benadering de vakbond op de lange duur nekt.

(Wordt vervolg)