KLASSIEK EN ACTUEEL

"(...) Waren gewoonlijk 's winters al een heleboel mensen zonder werk, deze beide winters was het heel erg en was de armoede vreselijk groot. In Jubbega gebeurde het - de kranten schreven er nogal wat over - dat een vrouw in een huishouding met kleine kinderen door gebrek aan eten verhongerde, zoals de dokter als oorzaak opgaf. En in die omgeving waren er wel meer mensen, ook op andere plaatsen, die daar niet zover vanaf waren. Er werd nogal wat ontvreemd en er waren om de haverklap tochten van arbeiders naar de gemeentehuizen. De armoede werd zo groot, ook al met dat geval van Jubbega in de krant, dat de gemeente zich er bijna mee ging bemoeien. Burgers spanden zich in en ook de kerken kwamen in aktie. Vooral 'Patrimonium' - een landelijke vereniging van gelovigen met afdelingen over het hele land, opgericht in 1877 met als doel 'het socialisme te bestrijden' - nam zijn kansen waar. In Boven-Knijpe woonde een 'afgescheiden' bakker, die grote broden bakte. Waar dat van uitging werd al snel duidelijk. De broden werden alsof het dikke turven waren op grote sleden geladen, en gingen per slee over de vaart naar de Compagnie. Bij de sluizen moesten ze worden overgeladen. Daar werden ze uitgedeeld tezamen met andere etenswaren, waarschijnlijk groene erwten, want degenen die ervan profiteerden kregen al gauw de bijnaam 'groene erwtenmannen' en de broden heetten 'Recht voor allens'. Toen wist iedereen wel wat dat te betekenen had en het typeerde ook de hele situatie. Domela Nieuwenhuis gaf een blad uit, 'Recht voor Allen', en hoewel er niet zoveel mensen waren die dat blad lazen, had hij onder de arbeiders een erg groot aantal vereerders. Vooral na de grote staking onder de veenarbeiders in dat voorjaar in Beets, waar 1500 man het werk hadden neergelegd. En waar juist Patrimonium de zaak had bedorven. Patrimonium had wel wat goed te maken en die brooduitdelingen waren dan ook bedoeld als medicijn tegen 'Recht voor Allen' van Domela Nieuwenhuis. (...)

Uit:Herinneringen van een Friese landarbeider (enkele opgetekende zaken uit het jongste verleden tot 1925), Imke Klaver.