"Wij zijn een politiek statement door er te zijn"

Voedselbank in Groningen noodzakelijk voor arme gezinnen om te overleven


Dorus Been (links), oprichter van de Voedselbank, laat zien wat er in een voedselpakket zit. Dit pakket gaat naar een gezin dat ondervoed dreigt te raken. (Foto Rob Heusdens)  

Annabelle Schouten

Het interesseert dit kabinet van de 'zelfredzaamheid' maar weinig dat de armoede in Nederland toeneemt. Voedselbanken en gaarkeukens zijn in de afgelopen jaren opgericht voor noodhulp en halen nu vaker de publiciteit. Gelukkig is niet iedereen zo onverschillig over het feit dat steeds meer mensen geld tekort komen om nog te kunnen eten.

Dorus Been, oprichter en coördinator van de Voedselbank in de stad Groningen: "De kracht van de lokale samenleving: we kunnen veel doen voor elkaar."

In het noorden van de stad, tegen de rand van een woonwijk, staat achterop een bedrijfsterrein het depot van de Voedselbank. In het magazijn bevinden zich een paar rijen dozen gevuld met verschillende producten. Achterin tegen de muur staan voedselpakketten van C1000. Die middag worden er 600 pakketten, die een ondernemer uit de buurt heeft geschonken naar aanleiding van een artikel over de Voedselbank in het huis-aan-huisblad, afgeleverd.

In het kantoor vertelt Dorus Been over het werk dat hij en talloze vrijwilligers dagelijks verrichten. Momenteel delen zij één keer in de maand pakketten uit aan ongeveer 160 gezinnen uit de stad. Op basis van de gegevens van de Maatschappelijke Juridische Dienst zouden eigenlijk 700 gezinnen in aanmerking komen voor deze basisbehoefte. De Voedselbank geeft eveneens voedsel aan een groep Roma en Inlia (kerkelijke vluchtelingenorganisatie) dat vervolgens terechtkomt bij vluchtelingen. In november 2004 kwam de Voedselbank van de grond in samenwerking met de Vrije Baptistengemeente die een soortgelijk initiatief had.

Is het geen schande dat er zoiets als Voedselbanken bestaat in zo'n rijk land? Been pakt een brief van een gezin uit Friesland, tegen de provinciegrens van Groningen, en leest hem voor. Het gezin doet, met goedkeuring van het maatschappelijk werk, een beroep op de Groningse Voedselbank. Deze mensen kunnen het financieel niet meer bolwerken en dreigen nu ondervoed te raken. Volgend jaar verwacht het gezin nog meer problemen door de invoering van het nieuwe zorgstelsel. "Schrijnend", reageert Been. "Met deze mensen neem ik persoonlijk contact op. Voor hen stellen we een grandioos pakket samen." Hij verdiept zich niet in de oorzaken van de armoede waar deze gezinnen in verkeren, of dat nu komt door schulden i.v.m. aanschaf van luxegoederen of door een te laag inkomen. "Dit zijn noodsituaties en daar wil ik wat aan doen."

In tegenstelling tot wat een krant ooit kopte over afgedankt voedsel, krijgen mensen die een beroep doen op de Voedselbank gedegen voedsel. Vaak gaat het om producten met een misprint uit de fabriek of om overschotten die supermarkten weggeven, onder andere ook aan organisaties als Van Harte Pardon. "Een goed voorbeeld van sociale betrokkenheid", meent Been. En die is wel degelijk aanwezig, zo ervaart hij aan de hand van de vele telefoontjes en aanbiedingen van particulieren om te helpen of om pakketten te maken voor de kerst bijvoorbeeld.

Het motto van de Voedselbank is: 'de kracht van de lokale samenleving'. Wat houdt dat precies in? Been legt uit dat we als samenleving van onderaf al veel voor elkaar kunnen doen en "dat is een kracht". Veel hangt ook samen met de verspilling in deze consumptiemaatschappij. Eén van de doelstellingen van de Voedselbank is dan ook deze verspilling tegengaan. Als bestuurslid van kringloopwinkel Mamamini spant hij zich eveneens in voor duurzaamheid. "De kracht van de Voedselbank is dat het stemt tot nadenken. We maken geen politiek statement, maar we zijn een politiek statement, gewoon door er te zijn." Een eerste stap is al erkenning van het feit dat er armoede is en dat die ook nog eens toeneemt. Maar ligt hier ook niet een taak voor de overheid, met name de gemeente? Been antwoordt voorzichtig: "De overheid voert beleid waarbij zulke dingen mogelijk zijn. Wat ze zou kunnen doen, wat de gemeente kan doen, is het idee propageren dat je veel voor elkaar kunt doen."

Het overheidsbeleid en daaruit voortvloeiend het gemeentebeleid wijzen nu niet bepaald die kant uit. Juist door alle bezuinigingsmaatregelen, werkloosheid en afbraak van sociale zekerheid belanden mensen in schulden en kunnen ze niet meer rondkomen. Vooralsnog liggen de heren en dames bestuurders niet wakker van de groeiende armoede, hoewel dit kabinet het volgens hem toch niet prettig kan vinden dat initiatieven als de Voedselbank momenteel zo in het nieuws komen. De gemeente Groningen vond de Voedselbank een soort "extraatje", een aanvulling op wat er al aan voorzieningen is. Been: "De gemeente zit in een spagaat. Als ze de Voedselbank zou erkennen, dan is dat het eigen falen van wettelijke maatregelen toegeven. Dat zou een hoop gedoe geven."

Veelvuldig heeft Been het over de kracht van de lokale samenleving, actie van onderop en over hulp aan elkaar als samenleving. Zijn achtergrond toont een reeds lange betrokkenheid bij de minderbedeelden in de maatschappij. Elf jaar lang was hij bestuurslid van de Vereniging voor Arbeidsongeschikten en een uitkeringsgerechtigdenorganisatie. Naast het werk voor de Voedselbank zet hij zich momenteel ook op Europees niveau in via het European Anti Poverty Network (EAPN), dat zich bezighoudt met armoedevraagstukken. "In het begin kon ik nog trots over Nederland praten. Nu schaam ik me zo langzamerhand", zegt Been. Hij vindt dat dit Europa te veel op de markt let, waarbij het sociale in de verdrukking komt. Als voorbeeld geeft hij de Lissabon-akkoorden, waarin weliswaar stond dat de Europese regeringsleiders de armoede tegen 2010 met 50 procent wilden halveren. Maar de invulling werd gaandeweg anders; nu is armoede weer grotendeels van de agenda.

Actie van onderop: heeft Been het idee dat de gezinnen die hij bij de Voedselbank helpt, zich ook politiek willen organiseren? Hij schudt nee: "Arme gezinnen zijn te druk met overleven. Enkele mensen zijn strijdbaar, maar de meesten zijn gelaten." Wat verwacht Been aan het eind van volgend jaar? "Ik denk dat we dan wel 300 mensen hebben om deze tijd. Misschien meer." In een hoek van het magazijn staan kerstpakketten in voorbereiding op stapel. Het gezin uit Friesland krijgt twee grote pakketten en een rugzak voor de dochter. De lading voedselpakketten is binnen, een deel gaat naar Vlagtwedde. Werk aan de winkel: de lokale samenleving zet de schouders eronder om ook tijdens de feestdagen mensen van eten te voorzien.