Poolse arbeiders in de Nederlandse landbouw

De voorwaarden van het zwartwerk


Wellicht kan moraalridder Donner zich ook eens bezighouden met het verbeteren van de positie van 'gast'arbeiders. Foto Elsevier.  

Bartosz Bieszczad

Deze korte tekst schetst de situatie van Poolse landarbeiders in het zuiden van Nederland. De bedoeling ervan is vooral het geven van een beeld van hun werkomstandigheden en hun levensstandaard.

De auteur is een antropoloog die twee maanden (maart/april 2004) werkte in een bloemkwekerij. De ervaring die hij daar heeft opgedaan is zijn belangrijkste bron van informatie. Interviews en verhalen die hij voor en na zijn werk verzamelde, allemaal op dezelfde locatie, vormen zijn tweede informatiebron.

Meer dan zeventien grote bloemkwekerijen, die elk een waarde hebben van ongeveer drie miljoen euro, zijn in handen van één Nederlandse familie. De 'baas', de eigenaar van de bedrijven, heeft ongeveer 500 mensen in dienst. Het grootste deel van de werkkrachten komt uit Polen. Tijdens het hoogseizoen kunnen er 300 Poolse arbeiders worden geteld. De 'baas' huurt ook mensen uit Vietnam, Sri Lanka, Roemenië, Turkije, Oekraïne, het voormalige Joegoslavië en Nigeria in.

Poolse arbeiders

De Poolse arbeiders kunnen in twee groepen onderverdeeld worden: permanente krachten die in Nederland wonen en seizoensarbeiders, vooral studenten. De permanente krachten komen uit alle delen van Polen, vooral van het platteland. Sommigen van hen werken al meer dan acht jaar voor de 'baas', anderen pas een tot drie jaar. Er is sprake van een groot verloop van de permanente krachten. Velen keren vaak terug naar hun familie en komen dan voor het werk weer voor een korte periode naar Nederland. Alle Poolse arbeiders werken zwart.
  1. Huisvesting en vervoer De arbeiders wonen op officiële en 'wilde' kampeerplaatsen. Permanente krachten huren caravans voor 50 tot 80 euro per week, en in de zomer verblijven ze in tenten om hun kosten te drukken. Een aantal oudgedienden onder de Poolse arbeiders huurt een huis. In het hoogseizoen zijn alle campings bezet door Polen die werk zoeken, die wachten tot ze aan de slag kunnen en door hen die al werk gevonden hebben. Voor nieuwkomers is het huren van een caravan bijna onmogelijk. De sfeer op de campings wordt meestal beschreven als "slecht en vervelend". De meesten hebben geen werk en geen geld. Er wordt van elkaar gestolen en het wegkapen van werk voor elkaars neus is een geaccepteerd tijdverdrijf onder de Poolse arbeiders. Solidariteit bestaat er niet; iedereen komt vooral op voor zijn eigen belangen.

    Vroeger woonden de Poolse arbeiders massaal in de bloemkwekerijen. Nu is dat bijna onmogelijk voor een grotere groep, maar een paar jaar geleden woonden er in elke kwekerij tot wel 40 arbeiders. Ze slapen, eten en wassen zich in de kwekerij om de levenskosten laag te houden. De kwekerijen zijn bedoeld om er te werken, niet om in te leven, men is er verstoken van alle juiste voorzieningen. Tegenwoordig wordt het wonen in de kwekerijen door de 'baas' aan banden gelegd of verboden, vooral met het oog op de hoge boetes.

    De meeste arbeiders maken gebruik van auto's of fietsen om op hun werkplek te komen. De campings liggen meestal op drie tot tien kilometer afstand vande kwekerij. De arbeiders betalen de chauffeur voor de benzine en andere diensten.

  2. Het loon Het werk voor de 'baas' vormt vaak de enige bron van inkomen voor Poolse gezinnen. Het gemiddelde salaris bedraagt vier euro per uur (1). Meer ervaren Poolse arbeiders verdienen vierenhalf of vijf euro. De gemiddelde werkdag duurt 11 uur, dus kunnen ze 44 euro per dag verdienen.

    De grootste klacht is de traagheid van de betalingen. Poolse arbeiders moeten vaak een maand wachten voor ze uitbetaald worden. In de tussentijd krijgen ze ondanks het geleverde werk geen geld. Hierna vormen de huisvesting en het eten het grootste probleem. Het gebrek aan organisatie en vakbondsachtige activiteiten zorgen ervoor dat de druk onhoudbaar wordt. Ze zijn gedwongen om alle maatregelen te accepteren. Over het algemeen worden ze wel betaald maar moeten er wel op wachten, zelfs als dit wachten langer duurt dan hun verblijf in Nederland.

    De gemiddelde Poolse arbeider die zwart werkt ontvangt vier euro per uur. Anderen krijgen veel meer voor hetzelfde werk. Dit betekent een flagrante schending van punt 2 van artikel 23 van de Universele Verklaring van de Mensenrechten (2). De arbeiders beklagen zich hier echter niet over; iedereen kent en accepteert de voorwaarden. Men zegt dat de verantwoordelijkheid ligt bij de Poolse regering die hen indirect dwingt om in het buitenland werk te gaan zoeken.

  3. De werkdag De werkdag begint elke dag om zes uur 's ochtends. De Poolse arbeiders worden belast met het zwaarste werk in de kwekerij of op het veld. Er wordt van hen geëist dat ze harder werken dan de anderen, vooral dan de Nederlanders. Als de 'baas' in de buurt is moeten ze tweemaal sneller en efficiënter werken. Deze situatie noemt men 'Chaka'. Om 10.00, 12.00 en 15.00 uur hebben ze een half uur pauze. Koffie en thee zijn gratis. Het einde van de werkdag is meestal om zes uur, maar als het werk niet af is moet er langer doorgegaan worden. Op zondag wordt er eerder opgehouden. Vrije dagen zijn er niet, zelfs niet met Pasen. Nadat de arbeiders op hun camping zijn teruggekeerd kijken ze nog twee of drie uur televisie en gaan dan slapen. Elke dag behalve de zaterdag verloopt hetzelfde. Men is meestal te moe om nog activiteiten te ondernemen. De meesten hebben nog nooit een andere stad in Nederland gezien.

    De ongewenste omgangsvormen vormen ook een groot probleem. De 'baas' staat bekend om zijn gebrek aan respect voor buitenlandse vrouwen. Seksuele intimidatie is aan de orde van de dag. Alleenstaande vrouwen kunnen in de problemen komen door het afslaan van seksuele toenaderingen. Ze zijn bang hun werk te verliezen en staan de 'baas' veel toe omdat ze afhankelijk van hem zijn. De gebruikelijkste vorm van de ongewenste omgangsvormen bestaat uit aanrakingen in het openbaar en openlijke toenaderingspogingen.

  4. Sociale organisatie Er bestaat geen sociale organisatie onder de Poolse arbeiders, geen vakbond en geen solidariteit. Gewoonlijk wordt de sociale eenheid gevormd door een 'groep'. De 'groep' bestaat uit mensen die elkaar kennen en meestal uit dezelfde streek komen. Het is geen regel dat de hele 'groep' aan werk geholpen wordt, dus iedereen moet voor zichzelf opkomen. Vietnamese arbeiders die goed georganiseerd zijn en die elkaar steunen noemen de Polen 'dwazen' vanwege hun gebrek aan organisatie. De Vietnamezen hebben als groep dan ook geen problemen met de 'baas' als het gaat om regelmatige betalingen.

    De enige positieve vorm van organisatie bestaat uit het vervoer. Eigenarenvan auto's bieden vaak de helpende hand. Er is ook een privé-bus die regelmatig tussen Polen en Nederland pendelt. Een enkele reis kost 80 euro. Deze bus maakt het ook mogelijk om tegen lage kosten geld naar Polen te brengen. De buschauffeur verleent deze dienst; hij biedt een vertrouwde en goedkope manier om geld naar huis te sturen.

Conclusies

Poolse arbeidsimmigranten doken in 1989 op, het was een van de eerste gevolgen van de omwenteling. De situatie in hun thuisland wordt gekenmerkt door massawerkloosheid en armoede. Vooral op het platteland zien de mensen zich gedwongen om naar werk te zoeken in andere landen zoals Nederland. De meesten van hen slagen daar niet in en keren terug. Zij die achterblijven worden gedwongen onmenselijke voorwaarden te accepteren. Het werk betekent alles voor de Poolse arbeiders, die dagen maken van 11 of 12 uur. De meesten van hen zijn ondanks de arbeidsvoorwaarden toch redelijk tevreden. Van een illegale baan in het buitenland profiteert een heel gezin mee. Het geld dat met deze slavenarbeid in de bloemkwekerijen verdiend wordt, komt thuis goed van pas voor de eerste levensbehoeften zoals voedsel, onderwijs en kinderopvang. We mogen dan ook niet verwachten dat het uitroeien van dit soort arbeid zal leiden tot de oplossing van de echte problemen.
  1. Het minimumloon in Nederland bedraagt ongeveer zes euro per uur. Als de 'baas' mensen 'wit' zou aannemen zou hij (inclusief verzekeringen en belastingen) ongeveer 16 euro per persoon per uur kwijt zijn. Dan zou hij snel failliet gaan.
  2. Eenieder, zonder enige achterstelling, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.

De schrijver is lid van de Communistische Partij van Polen, 19 juli 2004, vertaling Frans Willems.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019