Uitstel JSF-besluit is zo gek nog niet voor de industrie

Geen besluit opvolger van F-16 heeft vele voordelen

(Foto: Boyd Noorda, Socia Media)
 

 

Door Henk Engelenburg (*)

Vanwege de mogelijke val van het kabinet is dinsdag 12 april niet gestemd over het kabinetsbesluit tot participatie in de Joint Strike Fighter (JSF). Hoe het verder moest, was op het moment van publiceren van dit bericht nog niet duidelijk en in de ministerraad onderwerp van een politiek steekspel. Het artikel kan gezien worden als een uiterste poging van de Europese lobby om de Joint Strike Fighter van de politieke agenda te krijgen. De informatie is leerzaam. Uiteraard is de NCPN tegen de aanschaf van beide soorten gevechtsvliegtuigen en voor het zoeken van vervangende werkgelegenheid in niet-militaire industriële sectoren.

Stel dat het parlement het JSF-besluit als 'controversieel' aanmerkt en het demissionaire kabinet neemt dat over, dan schuift het dossier door naar het volgende kabinet. Wat betekent uitstel van vele maanden voor industrie en politiek?

De industrie neemt onverwijld het vliegtuig naar Washington om enkele miljarden dollars aan omzet zeker te stellen die de bedrijven toch wel binnen zouden halen, ongeacht een besluit tot participatie. Vervolgens zal 26 april, de deadline van Lockheed, in stilte vervagen. Lockheed gaat gewoon door zijn JSF te ontwikkelen en verleent uitstel aan Nederland, een van de grootgebruikers van de F-16. Een Nederlandse keuze voor de JSF blijft immers een belangrijk signaal voor de andere F-16-landen. Bovendien kan Lockheed toch geen kant op, want Italië, dat net als Nederland kandidaat is voor participatie op niveau 2 (kosten $800 miljoen) meldt zich almaar niet bij de Amerikaanse producent. De Italiaanse ambassadeur heeft verklaard dat Italië haast noch geld heeft en vooral veel andere dingen aan het hoofd.

Maar al die technologieën die Nederland dan misloopt? Voor de goede orde: het gaat om Nederlandse technologieën die met geld van de belastingbetaler reeds zijn ontwikkeld en die toepassing zoeken op de Amerikaanse defensiemarkt.

En de werkgelegenheid waar Kok, Melkert, VNO en FNV zo hoog over opgeven? Negenhonderd banen voor $800 miljoen, aldus het CPB, of driehonderd als het feest niet doorgaat. Dat is $830.000 per, wel heel dure, Melkertbaan.

"Ontstaat hiermee geen verdringing van banen elders in de economie?" vroeg Harry van Bommel van de SP op 3 april in de Kamer. 'Geleuter', luidde het antwoord van Annemarie Jorritsma, minister van Economische Zaken - de minister die vorige week donderdag in de staart van het einddebat met veel misbaar meldde dat het Europese lucht- en ruimtevaartconcern Eads (dat de Eurofighter maakt) een voorstel tot participatie had gestuurd aan Melkert en niet aan haar. Navraag bij Eads leert dat dit is gebeurd, omdat de minister elk contact met Eurofighter en Dassault (Rafale) weigert. Ze erkende eerder dat ze 'eigenlijk ook niet wist' wat ze moest beginnen met dergelijke contacten.

Dat is jammer, want het niet-participeren in de JSF, is de voorwaarde van Eads om de Nederlandse industrie (lees: Stork) voor twee procent te laten participeren in de productie van de militaire versie van de superjumbo A400. Let wel: twee procent is goed voor euro 1,5 tot euro 2,5 miljard, bovenop de euro 9 miljard die Eads al had toegezegd.

Dan moet Stork zelf gaan onderhandelen met Eads. Het zal niet de eerste keer zijn dat het concern zich heel goed kan redden zonder overheidssubsidies, die Jorritsma overigens een gruwel zijn. Niet onwaarschijnlijk dat de industrie daarmee in de loop van de kabinetsformatie reeds zo'n groot deel van de participatieorders op eigen kracht verwerft, dat er weinig reden overblijft alsnog zonder enige garantie $800 miljoen belastinggeld aan Lockheed over te maken.

Uitstel en mogelijk afstel van de JSF-participatie heeft nog andere voordelen. Stork en de andere bedrijven hoeven het 'wurgcontract' met de overheid (omschrijving van de industrie) niet te ondertekenen en jarenlang omzet af te dragen. Dat lijkt vooral voor Stork een zegen, aangezien de banken kritisch naar de balans van dit concern kijken.

De ruimte die ontstaat met het in de knip houden van honderden miljoenen dollars is ook te benutten door mede in de Eurofighter en de Franse Rafale te participeren. Daarmee ontstaat een prachtig breed afzetveld voor nieuwe technologieën van de Nederlandse luchtvaartindustrie.

Als de industrie ook participeert in de Rafale is dat vooral mooi voor Thales Nederland, het voormalige HSA Hengelo. Daarmee zouden de verstoorde relaties in de industrie hersteld worden die zijn ontstaan doordat Thales als dochter van het Franse defensiebedrijf buiten de boot valt bij participatie in de JSF.

Uitstel of mogelijk afstel van de kostbare variant van de participatie maakt de weg vrij om, net als de meeste andere F-16-gebruikers in Europa, op een veel goedkoper niveau in de ontwikkeling te stappen. Met het voordeel dat Defensie de handen vrijhoudt om op een later tijdstip te kiezen. Defensie kan dan de prijs drukken door de producenten tegen elkaar uit te spelen, een kans die nu niet kan worden benut.

Met een later tijdstip wordt tevens voorkomen, dat naderhand blijkt dat de F-16 inderdaad veel langer meekan, maar dat Nederland de JSF toch gaat aankopen uitsluitend op basis van het feit dat er al $800 miljoen in de ontwikkeling is gestoken en niet op basis van een actuele veiligheidspolitieke situatie.

Eigenlijk is de val van het kabinet dus zo gek nog niet voor de industrie en de belastingbetaler.

Dat de omgekeerde situatie is ontstaan, heeft alles te maken met het feit dat het militair-industriële complex aanvoelt dat Nederland vroeg of laat zal afzien van het instandhouden van een integraal leger. De krijgsmacht wordt ingekrompen aan de hand van keuzes die de politiek moet maken.

In de wetenschap dat de F-16 nog tot zeker 2020 meekan, dreigt de luchtmacht tegen die tijd, net als de dan verouderde F-16's, al te zijn 'uitgefaseerd'. De luchtmacht heeft de naakte waarheid van de toekomstige behoeftestelling slim op de achtergrond gehouden door industriële participatie in de JSF en daarmee de facto aankoop van het toestel in de tijd naar voren te halen. Zo stelt de luchtmacht over de rug van de belastingbetaler zijn eigen toekomst zeker, daarin welwillend gesteund door VVD-bewindslieden.

De industrie, de ministeries van Defensie, Economische Zaken, Financiën én een groot deel van de kamerfracties geloofden tot dinsdag heilig in een kamermeerderheid voor participatie in de JSF. Gevoed door onjuiste berichtgeving dat de PvdA om was, leek er geen vuiltje aan de lucht. De Amerikaanse onderminister voor aanschaf van defensiematerieel was, naar verluidt, dinsdag al onderweg naar Nederland om woensdagochtend met Dick Berlijn, opperbevelhebber van de luchtmacht en Henk van Hoof, staatssecretaris van Defensie, de eerste contracten te ondertekenen.

Die naïviteit illustreert een gebrek aan realiteitszin in de lobby van ambtenaren, industrie en krijgsmacht. Dat er buiten én binnen Defensie een kritische stroming is ontstaan die bereid is de vuile was buiten te hangen en ondemocratische trekjes van de Nederlandse krijgsmacht aan de kaak te stellen, dat landmachtgeneraal Van Baal de wacht is aangezegd, toont de eigen dynamiek van dit proces. En al aanstaande vrijdag volgt weer een vuurproef met de publicatie van een naar verluidt uiterst kritisch onderzoek van de Commissie-Franssen die de structuur van de Nederlandse krijgsmacht heeft doorgelicht.


(*) Henk Engelenburg is redacteur van Het Financieele Dagblad, copyright (c) 2002 Het Financieele Dagblad. Publicatiedatum: 18/4/2002