Interview met Peter Edel, schrijver van 'De schaduw van de ster'

 

Peter Edel

Protesten in IsraŽl.

Jenin.

Door Wil van der Klift

Onlangs ontstond commotie rond het twee maanden geleden verschenen boek "De schaduw van de ster" van Peter Edel, dat de visie van een aantal antizionisten aan de Nederlandstalige lezer voorstelt. Aanleiding was een bespreking in Trouw van 29-11-'02, waarin Yoram Stein het boek antisemitisch noemde. Daarnaast wees Stein op het voorwoord, geschreven door de schrijver Karel Glastra van Loon. Dit was voor Stein voldoende reden om het boek in verband te brengen met de Socialistische Partij (SP). Op basis van het artikel in Trouw kwam 'De schaduw van de ster' dezelfde dag nog ter sprake in het tv-programma 'Barend en Van Dorp' (BVD). Frits Barend citeerde uit het artikel van Stein, waarna de Amsterdamse journalist Theodor Holman Edel uitmaakte voor een "schurk" en een "edelgermaan". De daarop volgende maandag ging "BVD" verder op het boek, met als gast SP-leider Jan Marijnissen. Hij distantieerde zich niet alleen van Edel, maar opende ook nog eens fel de aanval op hem. Edel zelf was niet voor de uitzending uitgenodigd. Hoogste tijd dus om te zien wat zijn visie is op de gebeurtenissen.

Om maar met deur in huis te vallen: ben je een antisemiet?

Peter Edel: Verre van. Er is veel kritiek op mijn boek, maar niemand heeft aan de hand van citaten hard kunnen maken dat ik mij schuldig heb gemaakt aan antisemitisme. Dat heeft ook Trouw erkend in een redactioneel schrijven van 6-12-'02. Bovendien ligt het voor de hand dat joodse organisaties via een juridische procedure zouden pogen het boek uit de handel te nemen als er antisemitisme aangetoond zou kunnen worden.

De schaduw van de ster is zonder meer een antizionistisch boek, maar met antisemitisme heeft het niets te maken. Eťn van mijn drijfveren om het boek te schrijven, was juist aan te tonen dat antizionisme absoluut niet met antisemitisme verward mag worden. Hoe zou dat kunnen als veel zionisten niet eens joods zijn. Neem de christelijke zionisten in de VS, die zijn niet gering in aantal. Antizionisme heeft ook betrekking op hen.

Omgekeerd zijn lang niet alle joden overtuigd van het zionisme. Ik meen zelfs dat de meest krachtig beargumenteerde kritiek op het zionisme uit joodse hoek komt. Het is dan ook geen toeval dat 90 procent van de bronnen in mijn boek een joodse achtergrond heeft. Zware kritiek op het zionisme is er niet alleen onder niet-religieuze joden, maar ook onder religieuze joden. Het is misschien moeilijk voorstelbaar, maar er zijn orthodoxe joden die het eigendomsrecht over het 'heilige land' het liefst zo snel mogelijk aan de autochtone bevolking terug zouden willen geven. Zij hebben mij geleerd dat het joodse geloof ook heel goed langs humanistische wegen genterpreteerd kan worden. Zo weet ik dat de wetten van het judaÔsme een vreedzame samenleving met niet-joden niet uitsluit. Daar ben ik tweemaal in mijn boek op ingegaan en dat lijkt me nogal atypisch voor een antisemiet. Ik spreek zionisten erop aan dat zij de humanistische kant van het joodse geloof niet eerbiedigen. Dat is iets totaal anders dan antisemitisme; het is antizionisme.

Kwam de beschuldiging van antisemitisme onverwacht?

Peter Edel: Zeker niet. Karel Glastra van Loon voorspelde het ook al in zijn voorwoord. Antisemitisme is het argument bij uitstek van zionisten om kritiek op IsraŽl en het zionisme te verketteren. Het gebeurde eerder dit jaar met Gretta Duisenberg en nu gebeurt het met mij. Maar het begrip antisemitisme is langzamerhand zo vaag dat het nauwelijks nog betekenis heeft. Voor mij maakt iemand zich schuldig aan antisemitisme als hij moedwillig onwaarheden verspreid over joden om de joodse gemeenschap als geheel in een kwaad daglicht te plaatsen. Maar in een zionistische context heeftdit begrip een totaal andere lading gekregen. Ik bedoel maar, als zelfs kritiek op de machtspolitiek van de VS door zionisten antisemitisme wordt genoemd, wat blijft er dan van over. Ook in IsraŽl is antisemitisme een relatief begrip. Voor de religieuze kolonisten is Likoed antisemitisch omdat deze partij naar hun zin niet hard genoeg optreedt tegen de Palestijnen. Binnen Likoed is het Netanyahu die Sharon om soortgelijke redenen van antisemitisme beschuldigt. Maar samen vatten ze de "land voor vrede"-politiek van de Arbeiderspartij onder deze noemer. Alle zionisten in IsraŽl tezamen richten tenslotte het verwijt van antisemitisme aan Europa, als daar protest de kop opsteekt over misdaden tegen de Palestijnen.

De oud-hoofdredactrice van het Nieuw IsraŽlitisch Weekblad, Tamara Benima, verweet je zondag tijdens een radio-uitzending van de Ikon te hebben verwezen naar artikelen van de IsraŽlische journalist IsraŽl Shamir. Naar haar mening houdt hij er antisemitische opvattingen op na. Wat vind je daarvan?

Peter Edel: Shamir is een geval apart. Zijn artikelen zijn van een extreem literair gehalte voor publicaties over het IsraŽlisch/Palestijnse conflict. Maar hij stelt zich vaak erg provocatief op, door zo nu en dan keihard uit te halen. Zo maakt hij geen onderscheid tussen joden en zionisten en dat is een gevaarlijke redenatie. Maar begrijp wel dat Shamir vanuit IsraŽlisch perspectief schrijft. En daar denkt men hoofdzakelijk in termen van joden versus Arabieren, of joden versus gojim. Shamir heeft ondertussen schoon genoeg van de wijze waarop het judaÔsme door het zionisme wordt geÔnterpreteerd. Daarom heeft hij zich recentelijk tot het christendom bekeerd. Zionisten kunnen zich naar zijn mening niet meer op uitverkorenheid beroepen en moeten daarom christenen en moslims als hun broeders en zusters accepteren. In tegenstelling tot Shamir ben ik niet religieus, maar ik kan me veel voorstellen bij zijn idee dat gelijkheid de enige basis is voor een oplossing. Shamir brengt zijn solidariteit met Palestijnen overigens in de praktijk door als levend schild tegen kogels van kolonisten te fungeren, wanneer Palestijnse boeren hun olijven oogsten.

Omdat hij zijn zware kritiek op de IsraŽlische apartheid niet verhult en daar ook nog eens religieuze thema's bij betrekt, stelt Shamir zich kwetsbaar op. Het ligt daarom voor de hand dat hem de beschuldiging van antisemitisme ten deel valt. Maar of hij een kwade intentie heeft, meen ik serieus te moeten betwijfelen. Daarvoor is zijn onvoorwaardelijke geloof in een verbroedering tussen joden, moslims en christenen, te intens. De opvattingen van Shamir zijn zeker geen gemeengoed onder antizionisten, maar tegelijk moet hij wel tot hen worden gerekend. Overigens heb ik maar een beperkt aantal keren naar hem verwezen. En waar hij naar mijn mening over de schreef gaat door aanleiding te geven tot antisemitisme, heb ik daar afstand van genomen. Tamara Benima zag dat over het hoofd.

Dat kun je allemaal wel zeggen, maar volgens Tamara Benima is Shamir zelfs door twee Palestijnen van antisemitisme beschuldigd en dat gaat wel ver.

Peter Edel: Ik ben bekend met de kritiek op Shamir van Ali Abunimah en Hussein Ibish. Maar wat Benima vergat te vertellen was dat beiden zich niet gebaseerd hebben op de woorden van Shamir zelf, maar op wat de rechtse Jerusalem Post van de ultrazionist Conrad Black aan hem heeft toegeschreven. Daar komt Shamir inderdaad naar voren als een antisemiet die geschreven heeft dat joden hun matzes in het bloed van Palestijnse kinderen dopen; een oud antisemitisch vooroordeel. Shamir ontkent dit ten stelligste geschreven te hebben. Zelf ben ik woorden van deze strekking nooit tegengekomen in zijn artikelen.

Begrijp goed dat de tegenstanders van Shamir alles gebruiken om hem onderuit te halen. Ik zal een voorbeeld noemen. Laatst vond ik op een discussiesite een opmerking met de naam van Shamir eronder. Hoewel Shamir normaal gesproken geen gelegenheid voorbij laat gaan om zijn respect voor Palestijnen uit te spreken, distantieerde hij zich hier scherp van hen. Plotseling kwam hij over als een ultrazionist en ik moet zeggen dat de verwarring toen bij mij toesloeg. Een paar weken later ontving ik een bericht waarin hij schreef dat er in zijn computer was ingebroken en dat er links en rechts tegenstrijdige uitspraken van hem op internet waren verschenen. Sindsdien ga ik er alleen nog vanuit dat teksten van Shamir afkomstig zijn als ze op zijn website staan.

Heb je in de afgelopen weken iets soortgelijks ondervonden bij de reacties op je boek?

Peter Edel: Zeker, want wat Yoram Stein in Trouw aan mijn boek toeschreef, is daar niet in terug te vinden. Stein schreef: "Edel stelt in zijn boek dat 'zionisten' de nazi's actief gesteund hebben. 'Zionisten' - door hem ook wel de 'joodse elite genoemd - zijn niet alleen (mede)verantwoordelijk voor de massamoord op miljoenen joden, maar ze profiteerden daarvan door het door hen gecreerde antisemitisme te misbruiken als excuus voor het stichten van de staat IsraŽl. Daarnaast hebben ze ook nog eens grote sommen geld durven eisen als schadevergoeding."

Nergens heb ik geschreven dat zionisten (mede)verantwoordelijk voor de holocaust zijn, of dat zij antisemitisme hebben gecreŽerd om IsraŽl te kunnen stichten. Wat betreft de joodse tegoeden uit de Tweede Wereldoorlog heb ik mijn verbazing beschreven dat zionistische organisaties deze kwestie niet veel eerder aanhangig hebben gemaakt. Verder heb ik erop gewezen dat zionistische organisaties in de VS eenzijdig te werk gingen, door zich alleen op Europese banken te richten en geen aandacht te schenken aan de joodse tegoeden die zich bij Amerikaanse en IsraŽlische banken bevinden. De laster van Stein gaat zwaar aan de inhoud van mijn boek voorbij en is duidelijk politiek geladen. Het ergste is dat zo'n citaat snel een eigen bestaan gaat leiden. Andere media namen het citaat van Stein klakkeloos over en schreven het direct aan mijn boek toe. Zo citeerde Henk van Dorp tijdens BVD zogenaamd uit mijn boek, terwijl het in werkelijkheid om de woorden van Stein ging.

Naast de beschuldiging dat "De schaduw van de ster" antisemitisch zou zijn, is er ook andere kritiek. Hoewel aan de historische correctheid niet of nauwelijks wordt getwijfeld, zou je boek teveel overhoop halen. Ook binnen de pro-Palestijnse beweging zijn deze geluiden hoorbaar.

Peter Edel: Het is van belang hier op te merken dat de pro-Palestijnse beweging uit tal van geledingen bestaat. Samen met o.a. de Vlaamse publicist Lucas Catherine vorm ik daarbij zo'n beetje de meest radicale vleugel in het Nederlandse taalgebied. Anderen willen aanmerkelijk minder ver gaan. Er bestaat een groot verschil tussen pro-Palestijns en antizionistisch activisme. Iedere antizionist is uit de aard van de zaak pro-Palestijns, maar het omgekeerde is zeker niet altijd het geval. Integendeel, want binnen de pro-Palestijnse beweging gaan velen uit van een oplossing van het IsraŽlisch/Palestijnse conflict binnen het kader van het zionisme. Het tweestaten-concept, dat binnen links veel aanhang kent, is daar in principe op gebaseerd. De aanhangers van dit idee trachten tot een oplossing te komen zonder daarbij het zionisme ter discussie te stellen. Zij zullen daarbij de beste bedoelingen hebben, maar op die basis kan een Palestijnse staat alleen een Palestijns getto worden. Dat is geen oplossing.

De IsraŽlische vredesactivist Uri Avneri heeft zich jarenlang aldus opgesteld, al is hij de laatste tijd wat bijgedraaid en is hij in gaan zien dathet zionisme aan de basis van de problemen ligt. Maar in Nederland streven de 'Coalitie voor vrede' en in zekere mate ook bij het 'Steuncomitť Isralische Vredesgroepen en Mensenrechtenorganisaties (SIVMO)' nog steeds naar een oplossing binnen het zionisme. Het SIVMO publiceert De Brug. Ooit heeft de redactie van dit tijdschrift overwogen ťťn van mijn artikelen te publiceren, maar dat ging om onduidelijke redenen niet door. Later trof ik in de Brug een advertentie aan waarin een medewerker werd gevraagd. Daarbij was een joodse achtergrond gewenst. Ik vind zoiets typerend. Kun je je voorstellen wat er gebeurt als het Nederlands Palestina Komitť (NPK) een advertentie plaatst waarin een medewerker wordt gevraagd, waarbij een joodse achtergrond niet gewenst is? In het NPK streven niet-joden overigens samen met joden naar een rechtvaardige vrede in IsraŽl/Palestina.

Toch heb ik waardering voor deze tak van het pro-Palestijns activisme, zeker wat betreft het SIVMO. Want men zet zich in voor de belangen van de Palestijnen en dat is hoe dan ook hard nodig. Maar een oplossing binnen het zionisme is in mijn ogen niet realistisch. Voor mij staat deze benadering gelijk aan dweilen met de kraan open. De grondleggers van het zionisme baseerden zich op denkbeelden uit de negentiende eeuw, zoals raszuiverheid en eugenetica. Ondertussen is veel veranderd, maar dat neemt niet weg dat de essentie van het oorspronkelijke zionisme nog altijd goed herkenbaar is in IsraŽl. En dat verdraagt zich niet met een humanistische oplossing van de problematiek. Zionisten ontkennen dergelijke aspecten van het zionisme, of blijven volhouden dat deze niet meer van toepassing zijn in IsraŽl. Maar zij kunnen niet uitleggen waarom joden in IsraŽl vandaag de dag nog altijd niet met niet-joden mogen trouwen. In het zionisme zijn verder nog goed de trekken van het sociaal-darwinisme uit de negentiende eeuw herkenbaar. Deze antieke leer stelt dat zwakkere bevolkingsgroepen moeten wijken voor sterkere. De verdrijving van Palestijnen uit hun leefgebied door zionisten is wat dit betreft illustratief. Zolang er geen verandering in deze vorm van apartheid komt, is een oplossing naar mijn mening uitgesloten. Daarom is een grondige analyse van het zionisme voor alles noodzakelijk.

Hebben harde en zachte zionisten elkaar gevonden in de kritiek op je boek?

Peter Edel: Dat gaat te ver, daarvoor zijn de reacties te verschillend. Maar ik ga er wel vanuit dat de meer gematigde hoek niet blij is met mijn boek. Daar ziet men sowieso liever dat niet-joden zwijgen over de misdaden van het zionisme. Volgens anderen was het beter geweest als ik voor een meer geleidelijke aanpak had gekozen. Liever had men gezien dat ik via allerlei omtrekkende bewegingen de harde waarheid wat had verzacht. Bijvoorbeeld door gevoelige informatie over drie boeken te spreiden. Men meent dat De schaduw van de ster in deze vorm te confronterend is. Ook neemt men mij kwalijk dat ik er op voorhand vanuit ben gegaan dat het zionisme niet deugt. Dat ik in mijn conclusie alsnog heb overwogen of er positieve kwalificaties aan het zionisme kunnen worden verbonden, is kennelijk niet voldoende. Gezien de zionistische misdaden die dagelijks via de tv mijn woonkamer binnenkomen, kan ik weinig begrip voor dit argument opbrengen. Laat ik een vergelijking met een overeenkomstige situatie maken. Als ik een boek had geschreven over de racistische misdaden onder de apartheid in Zuid-Afrika, had ik dan ook niet bij voorbaat mogen stellen dat apartheid verderfelijk is? Had ik dan eerste de goede kanten van de apartheid moeten noemen? Die zijn er niet en hetzelfde geldt voor het zionisme, dat zich in tal van opzichten met de apartheid in Zuid-Afrika laat vergelijken. Dit is het zoveelste signaal dat er aparte regels in Nederland gelden als het over IsraŽl gaat en dat is nu precies ťťn van de zaken die ik met mijn boek wil aantonen.

Had je met een geleidelijke aanpak niet meer mensen met je boek bereikt?

Peter Edel: Een geleidelijke aanpak is een luxe waar momenteel geen ruimte voor bestaat. Het radicaal openbreken van de huidige consensus over het zionisme is nodig omdat voor alles de tijd dringt. Het koloniseringsproces van de bezette gebieden heeft ondertussen zulke vormen aangenomen dat een Palestijnse staat met de dag minder haalbaar wordt. Het zal daardoor niet lang meer duren voordat een tweestaten-oplossing per definitie uitgesloten is. Daarmee dreigen slechts twee opties over te blijven. De eerste is 'transfer' van Palestijnen uit de bezette gebieden naar andere landen, zoals JordaniŽ. Het behoeft geen betoog dat dit concept vooral binnen rechts-zionistische kringen populair is. Een dergelijk scenario is immers volledig in lijn met de zionistische ideologie. Maar tegelijkertijd zou het voor de Palestijnen een humanitaire ramp van ongekende omvang teweegbrengen.

De andere mogelijkheid is het ideaal waar ik met veel van de in mijn boek genoemde antizionisten naar streef: de vestiging van een seculiere democratie met volledige rechten voor alle inwoners, dus ook voor Palestijnen. Het voornaamste bezwaar voor zionisten is dat IsraŽl aldus zijn joodse karakter kwijt zou raken. Dat is onzin, want een joods karakter valt sowieso niet uit IsraŽl weg te denken. Maar tegelijkertijd kent dit bijzondere land een islamitisch en christelijk karakter. Dat hoeft geen probleem te zijn, want een seculiere democratie kan het karakter van meerdere religies uitstralen. Zo is Nederland van huis uit zowel protestants als katholiek van karakter. Maar tegelijkertijd is het een seculiere democratie waar ook andere religies gelijke rechten hebben. In IsraŽl is het probleem dat het joodse karakter het bestuur van het land bepaalt en niet-joden daardoor van veel rechten uitsluit. Dat moet veranderen, niet het joodse karakter op zich.

Ik kan me voorstellen dat velen de optie van een seculiere democratie in IsraŽl onder de huidige omstandigheden onrealistisch noemen. Maar wie in plaats daarvan een tweestaten-concept als oplossing beschouwt, loopt achter de feiten aan. Het Palestijnse Gezag gelooft nauwelijks meer dat er een Palestijnse staat zal komen. Uit politieke overwegingen geeft men daar niet veel ruchtbaarheid aan, omdat er vrees bestaat voor een conflict met de vredesactivisten in Europa waar de tweestaten-oplossing door een gebrek aan inzicht nog hoog in het vaandel staat.

Ondertussen kan ik me de angst onder de Palestijnen goed voorstellen, want terwijl Europa zich fixeert op een langzamerhand onmogelijk traject, neemt de dreiging van transfer met de dag toe. Zeker in het licht van de op handen zijnde aanval van de VS op Irak. Want alom bestaat de vrees dat Sharon van de gelegenheid gebruik zal maken om de Palestijnen massaal te verdrijven. Aan de consequenties daarvan wil ik niet denken. Niet wat betreft de Palestijnen, maar ook niet wat betreft de wereldvrede. In dat kader is een geleidelijke benadering uitgesloten en blijft er geen andere weg over dan de Nederlandstalige lezer zo radicaal mogelijk met de essentie van het zionisme te confronteren.

Hoe kijk je terug op het optreden van Jan Marijnissen bij "Barend en Van Dorp"?

Peter Edel: Dat was natuurlijk geen verheffende vertoning. Van Barend en Van Dorp verwachtte ik niet anders, ik had mijn werk niet goed gedaan als ik van hen een positieve reactie had gekregen. Maar de manier waarop Marijnissen de belangen van zijn partij beschermde door Karel Glastra van Loon en mij zonder enige gelegenheid tot verdediging te laten vallen, is zonder meer beschamend. Maar laat ik daar niet bij stil staan. Belangrijker is dat een debat ontstaat over de haalbaarheid van een Palestijnse staat, zodat vervolgens overwogen kan worden of er nog alternatieven zijn om aan hetschrikbeeld van transfer te ontkomen. Ik hoop dat mijn boek er ondanks alles toe bijdraagt dat dit thema bespreekbaar wordt in de Nederlandse politiek en dat er een open en eerlijk debat zal ontstaan. Met de verkiezingen voor de deur ziet dat er voorlopig niet naar uit. Zo laat de opstelling van Jan Marijnissen zien dat IsraŽl onder deze omstandigheden taboe is voor de politiek. Misschien kan het na de verkiezingen wel. Hopelijk is het dan niet te laat. Want tijd is, met een Amerikaanse aanval op Irak in het verschiet, momenteel de belangrijkste factor.