![]()
| NAVO-Joegoslavië |
NAVO richting Oost-Europa (2)
Van de sociaal-economische redactie
In januari 1996 werd door de Nino Pasti International Foundation, samen met twee communistische partijen in Praag een conferentie belegd tegen de voorgenomen uitbreiding van de NAVO in de richting van Oost-Europa en de Middellandse Zee. De "vredesoperaties" in het voormalige Joegoslavië en het "Partnerschap voor de Vrede" zag men daar als de eerste concrete stappen naar een dergelijke uitbreiding. Nu ruim drie jaar later is volledig zichtbaar, wat men toen al kon vermoeden, de NAVO wil geen defensieve taak, maar moet de imperialistische expansie militair begeleiden. Hieronder een enigszins ingekorte versie (in twee delen, vandaag het slot) van de artikelen die we in 1996 (Manifest 13 en 14) eerder plaatsten, omdat de inhoud actueler is dan ooit. De Nederlandse vredesbeweging zou zich eens achter de oren moeten gaan krabben. Zij is geheel ten onder gegaan in de 'morele val' die de kapitalistische propagandamachine heeft opgezet. De werkelijke problemen op de Balkan hebben vooral een politiek-economische oorzaak.
Verder oostwaarts
De Golfoorlog ging om (de prijs van) olie. En volgens Sean Gervasi is het ook niet te platvloers om de redenen voor de uitbreiding van de NAVO en de EU op dat niveau te zoeken. Het centrum van de "nieuwe wereldorde" hebben we hierboven al voorgesteld. De periferie is dan schier oneindig: de rest van 's werelds rijkdommen. Arbeidskrachten en natuurlijke rijkdommen, inclusief de olievelden van het Midden-Oosten én, 'nieuw in de aanbieding', die van de regio tussen de Zwarte Zee en de Kaspische Zee.

Gervasi wees op de parallelle ontwikkelingen van de NAVO-betrokkenheid op de Balkan en de commerciële exploitatie van de Kaspische Zeeregio. Op 22 mei 1992 kwam de NAVO met een opmerkelijke verklaring over de gevechten op dat moment in de Transkaukasus. Een zinsnede: "Wij (de NAVO) kunnen niet accepteren dat de erkende status van Nagorno-Karabach of Nakhichevan unilateraal met geweld gewijzigd wordt."
Vanwaar deze drang tot 'peacekeeping', terwijl er op dat moment nog geen enkel precedent bestond voor een dergelijke 'out of area' missie van de NAVO, vroeg Gervasi zich af. Omdat, antwoordde hij zelf, de Amerikaanse oliemaatschappij Chevron, na twee jaar onderhandelen, op 20 mei 1992 op het punt stond een overeenkomst te tekenen met de regering van Kazakstan, voor de exploitatie van de olievelden in het westen van Kazakstan (goed voor 700.000 vaten per dag), en dus geen "instabiliteit in de regio" kon gebruiken.Gervasi: Met de NAVO-betrokkenheid op de Balkan vanaf 1992 zien we dat de NAVO nu wel het "out of area"-precedent heeft geschapen. En daarbij is ook fysiek de Kaspische Zee een stuk dichterbij en daarmee de mogelijkheid om daar ook daadwerkelijk hun dreigementen kracht bij te kunnen zetten.
Voormalig Joegoslavië
Nadat Joegoslavië ontmanteld was en in chaos geworpen, werd het mogelijk dit centrale deel van de Balkan te reorganiseren. Kroatië, Slovenië en Bosnië-Herzegovina kwamen onder Duitse invloed te staan. Duitsland verlangde toegang tot de Adriatische Zee. Bovendien bestond het streven toegang te krijgen tot de hele Rijn-Donau vaarroute, nu nog gedeeltelijk onder Servisch beheer. Een route die, voor schepen met een laadvermogen van 3000 ton, dwars door Europa, de Zwarte Zee met de Noordzee zou verbinden.Terwijl Duitsland zich meer op de noordelijke Balkan richt, zag Sean Gervasi de VS zijn strategieën meer op het zuidelijke deel van de Balkan (en de Middellandse Zee) richten. Deze strategie behelst een "groene corridor" van VS-welgezinde moslimstaten van Bosnië, via Turkije, tot aan de Perzische Golf. Centraal in het "Balkanplan" van de VS staat Macedonië ("Fyrom"), welke de enige noord-zuid en oost-west doorgang door de bergen biedt. Bovendien spreken sommige planners uit de VS van een "Groot-Albanië", inclusief Sanjak en Kosovo, met daarmee eveneens toegang tot de Adriatische Zee.
Nederlandse vredesbeweging
Uitgaande van deze geopolitieke benadering, zoals die tijdens de conferentie in Praag werd gehanteerd, lijkt Nederland, samen met Duitsland via de EU en de WEU, de 'noordelijke route' door Europa te kiezen.Het genoemde Rijn-Donaukanaal zou de Zwarte Zee met Rotterdam verbinden. Vandaar de eenzijdige obsessie van minister Voorhoeve om de Serviërs als enige schuldige aan te wijzen in het Joegoslavische drama? Vandaar de lovende woorden van minister Van Mierlo voor de WEU voor "de succesvolle douanemissie op de Donau"? Deze ondersteuning van de oeverstaten bij de uitvoering van de handelssancties tegen Servië en Montenegro, ziet hij als voorbeeld voor de rol die de WEU in de "nieuwe versterkte Europese Unie" kan spelen. (Terwijl, zoals onlangs erkend werd, tegelijkertijd de wapenhandel naar Kroatië en Bosnië, door de vingers werd gezien door de NAVO-partners.)
Vandaar het verlangen van de Rotterdamse politie om hun Hongaarse collega's te gaan scholen in de aanpak van de georganiseerde misdaad in Oost-Europa?
Vandaar de uitspraak van minister Van Mierlo, tijdens het bezoek van Beatrix aan Hongarije, met in haar kielzog een delegatie van veertig ondernemers, dat Hongarije als eerste Oost-Europees land tot de EU zou moeten toetreden?
Vandaar de moeilijkheden van minister Jorritsma met haar Belgische collega, die van Nederland een grotere bijdrage wenst dan de toegezegde 700 miljoen (in ruil voor de Nederlandse voorkeur voor de HSL-route door België) voor de "IJzeren Rijn", de Antwerpense concurrent van de Betuwelijn?Enkele vragen die een duidelijker licht kunnen werpen op de Nederlandse betrokkenheid bij de uitbreiding van de NAVO, WEU en EU. De voorlichting van de Nederlandse regering zelf is nogal eens verwarrend, wanneer de ene keer weer het 'welbegrepen eigenbelang' vooropgesteld wordt, en het de andere keer weer doet voorkomen uit louter liefdadigheid de Oost-Europese bevolking uit de misère te willen redden, en bovendien nog eens 'knullig' met fotorolletjes omgesprongen wordt.
Voor de Nederlandse vredesbeweging biedt deze geopolitieke invalshoek het voordeel dat men zich, naast het blijvende streven naar ontwapening, ook kan richten op de Nederlandse positie in de Europese Unie. De vredesbeweging moet tevens aansluiting zoeken bij de vakbeweging en de milieubeweging.
Met de hierboven beschreven ontwikkeling, waarbij slechts enkelen in het Europese centrum garen zullen spinnen en welke ten koste zal gaan van het overgrote deel van de bevolking in West- en Oost-Europa, wordt de noodzaak duidelijker dan ooit om deze oppositionele krachten te bundelen in het voorkomen van een hernieuwde oost-westtegenstelling, met alle gevaren voor een (kern)oorlog.
Bewerking van artikel van Sean Gervasi en artikel uit Vredesinfo, nummer 2, 1996 (ook gebaseerd op Praagse conferentie).
| top | NAVO-Joegoslavië |