De oorlog is nog niet over

Door Wil van der Klift

De bijgaande tekst onderstreept de betekenis van de voortzetting van de solidariteit met het aangevallen land, maar ook speciaal met de in het Westen levende Serviërs. Van één Nederlandse academie is bekend (1) dat een op hol geslagen directeur een Servische student de toelating heeft geweigerd. Openlijk anti-Servisch, terwijl zijn collega's liever hadden gezien dat hij andere - niet politieke - gronden voor zijn weigering zou hebben gebruikt. Deze twee varianten van openlijke en sluikse aanvallen op in ons land levende Serviërs dragen bij aan het verzieken van het klimaat van onderlinge verdraagzaamheid en leiden tot grove stemmingmakerij tegen alles en iedereen die zich verzet tegen de dominantie van de (media)macht.

De oorlog is nog lang niet voorbij, zeker niet de ideologische oorlogsvoering. In dezelfde krant - op de voorpagina - worden de Serviërs opgeroepen om "zich te ontdoen van het kwaad". Deze bijna religieus-fundamentalistische aanval op Milosevic, de verpersoonlijking van het Servische verzet tegen de nieuwe kolonisering van de Federale Republiek Joegoslavië, toont de ware aard van 'de nieuwe wereldorde'. Het Westen wil niet alleen Kosovo direct onder haar beheer plaatsen, maar ook een gewillige volgeling aan de leiding van de Servische Republiek. Dat zijn de twee alternatieven voor alle staten waar het Westen zijn oog op heeft laten vallen: protectoraat of marionettenregering. Alleen al daarom zouden we Milosevic meer moeten steunen.

De bijgaande tekst is ontleend aan de toespraak die Klaus von Raussendorff hield bij een demonstratie vóór Joegoslavië, in Bonn, op 6 juni 1999 jl.
Terwijl op 5 juni 1999 de Joegoslavische vlag waaide boven een protestdemonstratie - vóór het Pentagon - van 30.000 mensen van Joegoslavische komaf en uit de vredesbeweging, denkt Klaus dat hij in Bonn onder de 70 deelnemers (zonder vlag) vermoedelijk de enige Duitser is geweest. Vóór het begin van de bombardementen, toen hij op een soortgelijke bijeenkomst de boodschap van solidariteit van het Duitse Verbond van Vrijdenkers mocht overbrengen, was de Münsterplatz vol met zo'n 1.000 deelnemers.
Hij had net zo'n gevoel als Laura von Wimmersperg van de vredescoördinatie Berlijn bij de vredeswake op de Berlijnse Breitscheidplatz (2): "Deze dagelijkse bijeenkomst in de avonduren, dit uur van solidariteit en ontmoeting, heeft beslist grote betekenis voor veel Joegoslaven, die zich zorgen maken om familie en vrienden, die smartelijk lijden wegens de vernietiging van hun vaderland. Vaak zie je tranen stromen. De onzekerheid is levensgroot. Ze verliezen hun vaderland, en het land, dat voor hen een tweede vaderland is geworden, is voor hen tot het land van de vijand geworden. Duitsers, die ze tot nu als vrienden zagen, verbreken het contact met hen. Vertwijfeld houden ze een stel Joegoslavische vlaggen op, woedend beginnen ze in koor te scanderen "NAVO rot op". Maar waar blijft de bijval uit de bevolking, waar blijven al die mensen, die tegen deze oorlog zijn?" Was dat niet precies de sfeer van de enige echte brede demonstratie tegen de NAVO-bommen op 10 april op de Dam? Tijdens die demonstratie werden twee zaken helder. Er was verzet tegen de oorlog, ook onder de Nederlandse bevolking, maar de onderlinge verdeeldheid en de verwarring waren te groot om stand te houden. Die verdeeldheid kwam met name voort uit het feit dat het Servische vijandbeeld al tot diep in de vredesbeweging en partijen ter linkerzijde was doorgedrongen. Op basis van haat tegen het Servische volk en haar democratisch gekozen leiders kan geen effectieve anti-imperialistische strijd worden gevoerd.

Manifest plaatst hieronder het artikel van Klaus von Raussendorff, omdat het herkenbaar is voor de Nederlandse situatie. De oorlog is nog niet voorbij, niet in Joegoslavië, maar zeker ook nog niet in eigen land. Dat geldt vooral voor de vuile media-oorlog, die in gemakkelijke zwart-wit sjablonen duivels en engelen produceert. De werkelijkheid wordt op die wijze verengd tot een soapserie. Daarom steunen wij de oproep van Diana Johnstone, zoals elders in manifest is afgedrukt, volledig en zal de NCPN binnenkort met nieuwe acties naar buiten treden.

1. NRC Handelsblad, 22 juni 1999.
2. Junge Welt, 3 juni 1999.


Solidariteit met Joegoslavië

Door Klaus von Raussendorff

Voor de derde keer in deze eeuw werd Joegoslavië gedwongen zijn recht op zelfbeschikking tegen imperialistische agressors te verdedigen. Ik schaam mij ervoor, dat de Duitse regering aan deze misdadige aanvalsoorlog deelneemt. Ik ervaar het als een eer om tussen mensen van Joegoslavische komaf en vrienden van de vredesbeweging te verkeren. Met het Joegoslavische volk mee te voelen en te lijden is de ene kant. Tegen het imperialisme verzet te bieden is de andere kant. Solidariteit en anti-imperialisme zijn één.

Joegoslavië verdedigt zijn soevereiniteit. Het verdedigt de elementaire grondwettelijke basis van elk volk; zonder deze is bescherming van de mensenrechten totaal onmogelijk. Het verdedigt zich tegen de aanval van de meest angstaanjagende oorlogsalliantie van onze tijd. Deze maakte er ten onrechte aanspraak op overal te mogen ingrijpen, waar ze maar wil. De NAVO gebruikt deze oorlog als precedent voor haar nieuwe rol van wereldveldwachter. Ze gebruikt deze oorlog als proef voor het nieuwe imperialisme van de mensenrechten.

Sommigen beweren, dat de vredesbeweging zich voor het karretje van de Serviërs laat spannen. Wie er zo over denkt, vergist zich. Wij zijn verontrust, omdat Joegoslavië tegen een moorddadige overmacht moet strijden voor het elementaire recht van alle volkeren op nationale zelfbeschikking.
De media-oorlog tegen de leiding in Belgrado en de vaak onverhulde racistische hetze vergiftigen het intellectuele klimaat juist in die landen, die een regering hebben, die voor deze aanvalsoorlog verantwoordelijk is. De volkeren van Joegoslavië hebben de wereld al veel bewijzen van hun hoge cultuur getoond. Hun wil tot zelfbeschikking is bekend uit de geschiedenis. Ze hebben in het verzet tegen het Hitler-fascisme en de Joegoslavische collaborateurs bewezen, dat een volk, dat voor zijn vrijheid vecht, ook door de grootste overmacht op den duur niet kan worden onderdrukt. In onze dagen proberen de heersers van de 'nieuwe wereldorde' Joegoslavië voor de keus te stellen, zich op genade en ongenade over te geven of een orgie van verwoesting te ondergaan door massavernietigingswapens, die tegen alle volkenrechtelijke verdragen indruisen. Deze arrogantie van de macht mogen we niet toelaten.

De heren van de 'nieuwe wereldorde' tonen door deze oorlog het ware gezicht van hun belangen. Zogenaamd voeren zij hun oorlog alleen tegen de regering in Belgrado onder president Slobodan Milosevic. Maar in meer dan 70 dagen hebben ze 1.200 mensen met bommen vanuit de lucht gedood. Ze hebben bijna alles vernietigd, dat in Joegoslavië, inclusief Kosovo, ook maar enigszins noodzakelijk was om te leven. De gevolgen van hun massavernietigingswapens zullen nog ontelbaar veel mensen veroordelen tot dood en verderf. Ze tonen geen enkel gewetensbezwaar bij het offeren van het recht op leven van een geheel volk aan hun imperialistische belangen.

En terwijl ze het belangrijkste van alle mensenrechten, het recht van 10 miljoen mensen op leven en gezondheid, met voeten treden, staan ze steeds klaar om de wereld een les te leren over mensenrechten en democratie. Terwijl ze klaarblijkelijk oorlogsmisdaden begaan, voelen ze zich veilig voor strafrechtelijke vervolging van hun daden.

Terwijl het leger van Joegoslavië, dat voortkwam uit de Joegoslavische partizanenstrijd om de bevrijding van het fascisme, ervoor vecht, om zich niet zoals andere voormalige socialistische landen bij het agressieve NAVO-pact te laten inlijven, presenteren de agressors zich in het huichelachtige aureool van anti-fascisten. Terwijl de NAVO-macht met deze overval op Joegoslavië in de voetstappen treedt van het Hitler-fascisme, noemen ze Milosevic een Hitler. Deze strijders voor de mensenrechten vechten om vrijheid van meningsuiting, terwijl ze Joegoslavische tv- en radiozenders platgooien met bommen, journalisten vanuit de lucht aan stukken rijten en de berichtgeving over schade door de oorlog censureren.
Terwijl ze in heel Oost-Europa voormalig zelfverzorgende socialistische volkseconomieën tot armenhuizen voor de meerderheid van de betrokken mensen hebben gemaakt, terwijl ze nu ook nog via militairen een schade van miljarden in de regio veroorzaken, denken ze de armgemaakte mensen met hun leugenachtige beloftes van hulp in de toekomst te kunnen zoethouden.

Kennelijk staan wij nu voor nog een ommekeer in deze oorlog. Wat ze zal betekenen, weten we niet tot in de finesses. Duidelijk is echter, dat de politieke bijval voor de politiek van militair geweld in de NAVO-landen, na zo'n 31.000 luchtaanvallen, is verdwenen. De oorlogsalliantie vertoont scheuren. De agressors moeten nu moeite doen om zich een nieuw aanzien van legitimiteit te verschaffen. Vandaar hun moeite om Rusland 'binnen te halen'. Vandaar hun moeite om toestemming van China voor een resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Miljoenen mensen zijn over de gehele wereld de straat opgegaan om tegen deze oorlog te protesteren. De NAVO kan zo niet doorgaan. Maar ondanks de opluchting over het feit, dat nu tenminste de terreur van de NAVO-bommen voorlopig is opgehouden, blijven de vragen over aan de verantwoordelijken voor deze aanvalsoorlog: Waarom hebben jullie dit allemaal gedaan? Wat willen jullie ermee bereiken? Wat hebben jullie bereikt? Wat zijn jullie verder van plan?
Ieder enigszins eerlijk pogen, op deze vragen een antwoord te krijgen, zal het volgende resultaat te zien geven: het kleine Joegoslavië moet voorlopig eerst buigen voor de overmacht. Maar de morele verliezers van deze barbaarse aanvalsoorlog zijn de 67 vooraanstaande leiders van de NAVO, tegen wie een groep van internationale juristen een klacht heeft ingediend bij het Internationale Hof van Justitie, bij het Joegoslavië-Tribunaal, wegens zware oorlogsmisdaden. De imperialistische belangen, waarvoor zij deze achterbakse oorlog met hun hightech-wapens hebben gevoerd, zijn in diskrediet gebracht.

Een commentator van de Frankfurter Allgemeine Zeitung heeft op 5 juni in het algemene koor van sussende vredesuitspraken openlijk gedreigd: "Als de oorlog om Kosovo historische waarde moet hebben, moet hij een ommekeer in ons tijdperk aangeven voor Europa, voor Rusland, maar vooral ook voor Servië. Na de nederlaag in de Kosovo-oorlog moet in Servië de nog sinds 1989 te voeren revolutie voor democratie en markteconomie plaatshebben. Of dit op vreedzame wijze, door vrije verkiezingen mogelijk zal zijn, waag ik te betwijfelen." (Franfurter Allgemeine Zeitung, 5 juni 1999 jl., pagina 1). Duidelijker is onmogelijk. Het programma van het Duitse imperialisme is: 'democratie' en markteconomie, desnoods met geweld en zonder vrije verkiezingen.

De 'oorlog om Kosovo' is voor de machthebbers in ons land slechts een korte episode in het steeds gevaarlijker wordende spel van de grote machten om het invoeren van hun 'nieuwe wereldorde' en de herindeling van de imperialistische invloedssferen.

Laten we op onze hoede zijn. Laten we de band van solidariteit en politieke samenwerking tussen alle progressieve krachten in Duitsland versterken en die met het voor zelfbeschikking vechtende volk van Joegoslavië. De volkeren van de Balkan zijn heel goed in staat, hun problemen zonder buitenlandse inmenging op te lossen.

(*) Vz. Anti-imperialistische Forum Duitsland.