
| NAVO-Joegoslavië |
Welke prijs valt er te halen in Kosovo?
Van de redactie*
In de berichtgeving wordt Kosovo meestal afgeschilderd als het armste gebied van Joegoslavië. Bergachtig, weinig middelen van bestaan, een arme bevolking, veelal boeren. Dit beeld moet het 'humanitaire' karakter van de NAVO-agressie onderstrepen: voor zo'n arm land is het bondgenootschap van imperialistische machten bereid miljarden te besteden voor de oorlogsvoering. Een onjuist beeld, de bevolking in Kosovo is in het algemeen zeker niet rijk, tot welke bevolkingsgroep ze ook behoort, de provincie zelf echter herbergt grote rijkdommen.
De reeks artikelen van Chris Hedges in The New York Times vorig jaar zijn in het algemeen een voorbeeld van dit onjuiste beeld van Kosovo, al gaf zijn artikel van 8 juli vorig jaar, waarin hij verslag deed van zijn bezoek aan het mijncomplex Kosovoùthe Stari Trg, aan dat er meer op het spel staat bij deze oorlog. Hij beschrijft de rijke lood-, zink-, cadmium-, goud- en zilveraders in Stari Trg. Hedges noemt "het uitgebreide in staatsbezit zijnde Trepca mijncomplex, het meest waardevolle stuk onroerend goed op de Balkan, het is minstens 5 miljard dollar waard." Volgens mijndirecteur Novak Bjelic "gaat de oorlog in Kosovo om de mijnen, en niets anders." Bjelic beschreef het complex als het Koeweit van Servië. Het Trepca-complex bevat de rijkste lood- en zinkmijnen van Europa. De bruinkoolreserves in Kosovo zijn volgens experts voldoende voor de volgende 13 eeuwen. De capaciteit van de lood- en zinkraffinaderijen staat op de derde plaats in de wereld. Naast deze rijkdommen bezit Kosovo nog 17 miljard ton aan kolenreserves.
De hele wereld weet en kon zien tijdens de oorlog tegen Irak hoe ver het Pentagon bereid was te gaan om zich van de controle over de olierijkdommen van Koeweit te verzekeren. De minerale rijkdommen van Kosovo worden echter nooit openlijk genoemd door Richard Holbrooke, president Clinton of de Pentagon-generaals. Zij spreken alleen over het 'zelfbeschikkingsrecht' van de Albanese bevolking in Kosovo om de oorlog te verkopen. Dat die 'zelfbeschikking' de kolonisatie onder de dekmantel van 'bevrijding' betekent, zoals honderd jaar geleden de VS deden in Puerto Rico, Cuba en de Filippijnen, vertellen ze er niet bij.
Behalve in metallurgische vaktijdschriften wordt er zelden melding gemaakt van de rijkdommen in Kosovo. Het artikel van Hedges, evenals een klein berichtje in de Wall Street Journal (22-6-98), vormen hierop een uitzondering. Echter, Kosovo beschrijven zonder de minerale rijkdommen te noemen, is hetzelfde als over Koeweit en andere Golfstaatjes praten als kale zandwoestijnen zonder de olierijkdommen te noemen.Rijkdommen opgebouwd door alle Joegoslavische arbeiders
De rijkdom van Kosovo is groter dan de rijke ertslagen. Hedges: "De Stari Trg-mijn, met haar opslagplaatsen, wordt omringd door hoogovens, 17 metaalbewerkingsfabrieken, overslagplaatsen, spoorlijnen, een energiecentrale en de grootste accufabriek van het land." Met de arbeid van miljoenen arbeiders uit het hele socialistische Joegoslavië is het mijncomplex ooit opgebouwd. Het waren de vruchten van hun werk die werden geïnvesteerd in het ontwikkelen van het complex. Het complex is niet alleen van de inwoners van Kosovo, maar van alle arbeiders van geheel Joegoslavië.
De mijnwerkers werken dag en nacht in ploegendiensten van 6 uur. "De laatste drie jaar hebben we 2.538.124 ton ruw lood- en zinkerts gedolven, 286.502 ton lood en zink geproduceerd en 139.789 ton zuiver lood, zink, cadmium, zilver en goud." Al tweeduizend jaar vormen de mijnen een belangrijke prijs die telkens naar nieuwe veroveraars overging. De Grieken waren in de oudheid al bekend met de mijnen en haalden er metalen vandaan. Zij werden opgevolgd door de Romeinen. De mijnen vormden de belangrijkste buit voor de nazi's bij hun bezetting van Joegoslavië. Ze hebben een grote industriële en militaire waarde. De nazi's gebruikten de hier geproduceerde accu's voor hun U-boten. Accu's voor onderzeeërs worden nog altijd in Kosovo geproduceerd. De winsten van de mijnen zijn een belangrijke inkomstenbron voor de Joegoslavische federatie.
De sancties van de VS en VN tegen Joegoslavië hebben een enorme tol geëist. Zonder kredieten voor investeringen en leningen om de industrie te financieren en de import en export, is de economie lamgelegd. Inflatie verzwakte de Joegoslavische munt. De mijnen, ooit de grootste werkgever in de provincie, werden ook getroffen door de sancties en economische neergang.Staatsbezit
Een cruciale term in Hedges' artikel is het woord "staatsbezit". Terwijl de kapitalistische markt de voormalige socialistische landen van Oost-Europa en de Sovjet-Unie overspoelde, trachtte het socialistische Joegoslavië de privatisering van haar industrie en natuurlijke hulpbronnen tegen te houden. Om dit verzet te breken, speelden de westerse machten een belangrijke rol bij het uiteen breken van het socialistische Joegoslavië.
Het rijke en omvangrijke complex van mijnen, hoogovens, krachtcentrales en transportmiddelen in Kosovo is een van de grootste rijkdommen die nog niet in handen is van de grote kapitalisten in de VS of Europa. In de vroegere sovjet-republieken en socialistische landen van Oost-Europa en de voormalige deelrepublieken van Joegoslavië werden in een rap tempo de belangrijkste industrieën en mijnen geprivatiseerd, waarbij de grootste westerse concerns het merendeel inpikten. IMF en Wereldbank eisen bij hun kredietverstrekking dat de staatsindustrieën worden geprivatiseerd.De beslissing van wie de mijnen en fabrieken van het Trepca-complex zal bezitten of controleren zal worden bepaald door de strijd in Kosovo. Een NAVO-bezetting zou de VS-concerns een stevig uitgangspunt verlenen. De nationalistische strijd van het UCK verstevigt hun positie. Het is niet voor niets dat de VS de positie van Duitsland betwisten als belangrijkste steunpilaar voor de UCK.
Ofschoon het huidige Joegoslavië ook gedwongen is tot privatiseringen om te kunnen overleven, probeert de regering dit proces te beheersen en in de richting te duwen van een regionale ontwikkeling van de Balkan. Volgens de Wall Street Journal van 22 juni was de Joegoslavische Federatie in onderhandeling om aandelen van het Trepca-complex te verkopen. Gedwongen door de economische crisis sprak men met het Griekse Mytilineos Holdings SA over een deelbelang in het complex. De voormalige manager van de mijnen, Byrhan Kavaja, die verbonden is met de oppositie tegen de Joegoslavische regering, had echter alle ondernemingen die handelen met zachte metalen aangeschreven om ze te vertellen geen overeenkomsten met de Joegoslavische regering te sluiten. Die overeenkomsten zouden van geen waarde zijn als de oppositie aan de macht kwam. De oppositie zou dan 'nieuwe overeenkomsten' sluiten. Wie zouden van die nieuwe overeenkomsten profiteren?
Wie betaalt, wie profiteert?
De miljarden die besteed worden aan de NAVO-agressie tegen Joegoslavië en de eventuele bezetting van Kosovo zijn niet in het belang van de volkeren op de Balkan, noch van de werkende klasse in de NAVO-landen. De oorlog vernietigt alles wat onder het socialisme is opgebouwd door de arbeidersklasse op de Balkan. Voor de bevolking in Nederland en de andere NAVO-landen betekent de oorlog hogere belastingen en bezuinigingen op de sociale uitgaven. En de winsten? Die gaan naar de selecte groep van aandeelhouders in de VS en West-Europa.* Dit artikel is een vertaling en bewerking van het artikel "Mines - The prize".
| top | NAVO-Joegoslavië |