Deel 3

Aanklacht van de internationale onderzoekscommissie o.l.v. RAMSEY CLARK

Van de redactie

Manifest plaatst - in vier delen - de aanklacht van de onafhankelijke commissie van onderzoek naar de oorlogsmisdaden van de VS en de Navo tegen het Joegoslavische volk. Vandaag deel drie. Deze aanklacht wordt ingediend om nieuwe slachtoffers van oorlog te voorkomen, schendingen van mensenrechten in de toekomst te verhinderen, internationale en nationale organisaties, regeringen en instituten te beschermen en diegenen, die schuldig bevonden worden aan de hen verweten daden, voor hun daden terecht te laten staan.

(12)
OORLOGVOERING TEGEN HET MILIEU.

De lucht- en raketaanvallen van de VS veroorzaakten met voorbedachten rade een grootschalige, aanhoudende en ernstige milieuramp in Joegoslavië. De schade voor de lucht alleen al door overvliegen versterkte de vervuiling van de lucht met een veelvoud. Duizenden tonnen aan explosieven lieten enorme hoeveelheden aan chemische stoffen achter in de lucht, veroorzaakten wolken aan stof en brokken van inslag, lieten vuurstormen ontbranden, die vaak dagenlang bleven woeden. Verwerkingsinstallaties voor chemie, petrochemie, olie en gas, en opslag- en transportvoorzieningen hiervoor, die vlakbij Belgrado, Novi Sad, Nis en andere grote steden met voorbedachten rade als doelwit geraakt werden, stelden grote delen van de bevolking bloot aan gevaarlijke stoffen voor het milieu. Verarmd uranium, dat boven Kosovo en de rest van Servië uitgestrooid werd, zal het leven van hele generaties bedreigen. (Verdrag van Den Haag, Art. 22. en 23; Aanvullend verdrag van Genève 1977, Art. 48, 51, 54, 55; Verdrag van Stockholm over het Milieu van de Mens 1972; Stellingen 1 en 2 (VN-milieuconferentie) en vele andere.

(13)
DOORZETTEN VAN VN-SANCTIES VOOR HET VERARMEN EN VERZWAKKEN VAN HET JOEGLAVISCHE VOLK, DAT MISDADIGE VOLKERENMOORD TEGEN DE MENSHEID BETEKENT.

De VS begonnen reeds vóór 1989 met hun economische aanval op Joegoslavië met als doel de politieke uitschakeling en een afgedwongen economisch verval. Zij gaven het Internationale Monetaire Fonds aanleiding de meest strenge shocktherapie toe te passen om de Joegoslavische productiviteit aan te vallen, de buitenlandse schulden van het land te verhogen en zijn vermogen aan buitenlands kapitaal toegankelijk te maken, en wel door het slechten van handelsbelemmeringen en het privatiseren van voor de eerste levensbehoeften noodzakelijke openbare industrie, handels- en dienstverleningsbedrijven en voorzieningen. In mei 1991 zette Baker, minister van Buitenlandse Zaken, iedere hulp van de VS aan de zes Joegoslavische deelrepublieken stil en legde een veto op aan toekomstige kredieten van het IMF. Zo werd er een enorme economische prikkel en een sterk politiek argument opgeroepen voor de tegen Belgrado gerichte oppositie voor de afscheiding van andere deelrepublieken van Servië. De VS zetten de VN-sancties tegen Joegoslavië door, maar zagen van deze sancties af voor die deelrepublieken, die Joegoslavië zouden afvallen. De sancties vernielden de totale economie van Joegoslavië op een schaal, waarbij een normale wijze van groeien onder voorwaarden zonder dwangmaatregelen van de VS 30 jaar nodig zou hebben, om Joegoslavië weer terug te brengen op het productieveau van 1989. De waarde van de productie voor de zes deelrepublieken van Joegoslavië bij elkaar was in 1989 per hoofd van de bevolking 6.220 dollar per jaar. Nu bedraagt deze voor Servië en Montenegro, de overgebleven deelrepublieken van Joegoslavië, 1.510 dollar. Vóór de uitschakeling werd 90 procent van de handel tussen de zes deelrepublieken onderling afgerekend. Alle voormalige deelrepublieken hebben economisch geleden, maar Joegoslavië met net aan 40 procent van de bevolking van 1990, inclusief Kosovo, onderging een zeer veel groter economisch verval als de begunstigde noordelijke deelrepublieken Slovenië en Kroatië, die tegenwoordig in nog grotere mate als vóór de afscheiding in meerderheid rooms-katholiek zijn. De sancties tegen Joegoslavië gaan door en Servië, met uitzondering van Kosovo, is van het geplande herstel en hulp voor de wederopbouw na de schade van de bombardementen en de economische vernieling uitgesloten. De sancties hebben een veel grotere nadelige invloed op leven, gezondheid, economie en kwaliteit van leven in Joegoslavië gehad dan de militaire aanval. Zij zorgden ervoor, dat het aantal doden steeg, de levensverwachting daalde, de verzorging van voeding en medicijnen achteruit ging en de productie sterk daalde. Zoals in Irak en elders zijn de sancties een misdaad, een misdaad tegen de mensheid, en volkerenmoord. (Tribunaal van Neurenberg, Stelling V c, Misdaden tegen de mensheid; Volkerenmoord-conventie; Aanvullend verdrag van Genève 1977, Art. 48, 54, 55.)

(14)
INSTELLEN VAN EEN ILLEGAAL STRAFTRIBUNAAL AD HOC OM DE SERVISCHE LEIDING TE VERNIETIGEN EN TOT DUIVEL TE VERKLAREN.

De VS, vertegenwoordigd door de aangeklaagde Madeleine Albright, dwongen de VN-Veiligheidsraad, onder schending van het VN-Handvest, een straftribunaal ad hoc voor Joegoslavië en Ruanda in te stellen, om de voor hen vijandige leiding in deze twee landen te verslaan en tot duivel te verklaren en een dreigend signaal af te geven aan leiders elders. Het Handvest van de Verenigde Naties geeft geen volmacht voor het instellen van een straftribunaal. De VS hebben zich met veel nadruk verzet tegen het verdrag over het instellen van een Internationaal Hof van Justitie, dat in juli 1998 in Rome door 120 staten werd aangenomen en nu in het stadium van ratificatie is in de landen die ondertekend hebben; want ze zijn niet van plan, hun leiders of hun militair personeel aan de jurisdictie van een onafhankelijk Internationaal Hof van Justitie en de geldigheid van internationaal recht te onderwerpen. Door het doelgericht werken met tribunalen ad hoc en de aanklacht wegens volkerenmoord tegen afzonderlijke tegenstanders, bereiken zij, dat deze in een internationaal isolement raken en de eigen landen druk uitoefenen om ze de macht te ontnemen; ze brengen de justitie in diskrediet en maken deze afhankelijk van de politiek; ze gebruiken de schijn van een neutraal internationaal recht om tegenstanders als oorlogsmisdadigers te veroordelen en te straffen en zelf de rol van voorvechters van het recht te spelen. (Handvest van de Verenigde Naties; Statuten van het Internationale Hof van Justitie; UDHR; ICCPR.)

(15)
GEBRUIKEN VAN ONDER CONTROLE STAANDE INTERNATIONALE MEDIA VOOR HET OPZETTEN EN IN STAND HOUDEN VAN STEUN VOOR WILLEKEURIGE AANSLAGEN DOOR DE VS EN HET TOT DUIVEL VERKLAREN VAN JOEGOSLAVIË, DE SLAVEN, SERVIERS EN MOSLIMS WEGENS VOLKERENMOORD.

De mensen die in de VS aangeklaagd worden hebben de berichtgeving in de geschreven pers en andere media over Joegoslavië alsook over de aanvallen van de VS tegen dat land systematisch onder controle gesteld, ze geïnstrueerd, gemanipuleerd, van valse informatie voorzien en aan beperkingen onderworpen, om openbare steun te verkrijgen voor de massale bombardementen op het weerloze Joegoslavië, inclusief Kosovo, zoals ook al bij Libië, Irak, Afghanistan, Soedan en andere landen. De internationale media hebben de politieke doelen van een verder uiteenvallen van Joegoslavië en andere regio's gesteund en met veel elan gepropageerd; elk gebied hebben ze hierbij vanuit het standpunt van interne verdeling behandeld en diverse vertegenwoordigers van regeringen, sommige politieke leiders, generaals, officieren en soldaten beschuldigd van duivelse volkerenmoord. Zo oefenen ze druk uit op andere naties door dreiging met openbaar gesanctioneerde raketaanvallen en bombardementen en vernietigende economische sancties; ze verkrijgen zo van de openbare mening in de VS aanvaarding en steun voor toekomstige acties tegen andere landen en het verhogen van de militaire uitgaven, om wereldwijd steun te verkrijgen voor een expansieve rol van de militaire aanwezigheid van en controle door de VS.

(16)
INSTELLEN VAN EEN LANGDURIGE MILITAIRE BEZETTING DOOR NAVO-STRIJDKRACHTEN IN STRATEGISCHE GEBIEDEN VAN JOEGOSLAVIË.

De VS hebben, als reeds eerder in Bosnië, de aangeklaagde NAVO-lidstaten en andere landen ertoe gedwongen om militaire bezettingstroepen voor het bezetten van Kosovo ter beschikking te stellen en ze te ondersteunen, om zo belangrijke delen van Joegoslavië daadwerkelijk te kunnen controleren en een gestage afscheiding en interne verdeling van staten en volken te bewerkstelligen, de bevolking meer schade toe te brengen, tegen immigratie uit Klein-Azië, de Arabische staten van het Midden-Oosten en Noord-Afrika en de voormalige republieken van de Sovjet-Unie en van elders dammen op te werpen; ze zijn van plan zo ook een bufferzone tussen Europa en genoemde regio's te verkrijgen, door controle uit te oefenen op de gebieden van afgescheiden, innerlijk verdeelde en ellendige bevolkingsgroepen bestaande uit Slaven, Serviërs, christelijk-orthodoxen, Kosovo-Albanezen en anderen. Tenslotte willen ze zodoende de NAVO-lidstaten voorbereiden op en overhalen tot verdere deelname aan acties tegen andere naties. (Handvest van de Verenigde Naties; Navo-Verdrag, Art. 1, Verklaring van non-interventie.)

Lees deel 4 (Laatste deel)

Vertaling uit het Duits: Toos Plug