Deel 2
Aanklacht van de internationale
onderzoekscommissie o.l.v. RAMSEY CLARK
Van
de redactie
Manifest plaatst -
in vier delen - de aanklacht van de onafhankelijke
commissie van onderzoek naar de oorlogsmisdaden van
de VS en de Navo tegen het Joegoslavische volk.
Vandaag deel twee. Deze aanklacht wordt ingediend om
nieuwe slachtoffers van oorlog te voorkomen,
schendingen van mensenrechten in de toekomst te
verhinderen, internationale en nationale
organisaties, regeringen en instituten te beschermen
en diegenen, die schuldig bevonden worden aan de hen
verweten daden, voor hun daden terecht te laten
staan.
(3)
VERHINDEREN EN AFBRAAK VAN INSPANNINGEN VOOR HET
BEHOUDEN VAN EENHEID, VREDE EN STABILITEIT IN
JOEGOSLAVIË.
Sinds het begin van
hun acties voor het doorzetten van de plannen voor de
deling en verwoesting van Joegoslavië hebben de VS
alles eraan gedaan, om iedere inmenging,
onderhandeling of ander ingrijpen door Joegoslavië
zelf of andere landen, door leidinggevenden of
individuele personen, die het uitvoeren van hun
plannen in de weg konden staan, te voorkomen. Deze
techniek bestond uit politieke, militaire en
economische bedreiging alsook de controle van in de
media sterk opgeblazen vredesonderhandelingen van de
soort als die in Dayton (Ohio), tijdens de
schermutselingen in Bosnië en in Rambouillet
(Frankrijk), die er uitzagen als serieuze
vredesonderhandelingen, maar voor Joegoslavië
slechts de keus betekenden tussen twee mogelijkheden,
namelijk de toestemming van bezetting door vreemden
of het accepteren van een vernietigende militaire
aanval. (VN-Handvest; Verklaring van non-interventie;
Resolutie over agressie; Verdrag over het uitbannen
van oorlog (Briand-Kellog-Pact) van Parijs, 1928,
Art. 1 en 2)
(4)
VERNIETIGEN VAN DE ROL VAN VREDESTICHTER VAN DE
VERENIGDE NATIES.
De VS wisten, in
strijd met het Handvest van de VN, door hun optreden
de VN bij de uitoefening conform het Handvest en in
hun taak tot voorkomen van conflicten, het
verhinderen van geweld en het behoud van de vrede in
Joegoslavië, te dwarsbomen en dwongen op die wijze
ook andere landen tot handelend optreden. Op deze
wijze bedreigden zij de levensvatbaarheid van de VN
als internationaal instituut voor veiligstellen van
vrede en voorkomen van oorlog. (VN-Handvest;
Verklaring van non-interventie; Resolutie over
agressie; Verdrag over het uitbannen van oorlog
(Briand-Kellog-Pact) van Parijs, 1928, Art. 1 en 2)
(5)
AANZETTEN VAN DE NAVO TOT MILITAIRE AGRESSIE TEGEN
NIET-VOLGZAME ARME LANDEN EN DE BEZETTING DAARVAN.
De VS waren erop uit
onder schending van het VN-Handvest en het
Navo-verdrag en dwongen andere landen er ook toe, dat
aan de Navo de volmacht tot een rechtstreekse aanval
op Joegoslavië zou worden verleend; een aanval die
vooral ondersteund werd door het wapenarsenaal en de
militaire technologie van de VS. Zij zorgden er ook
voor, dat de Navo-lidstaten het merendeel van de
strijdkrachten voor de bezetting van Kosovo leverden
en financierden. Zo gebruikten zij de welvaart en de
macht van de rijke voormalig koloniale landen van
Europa tegen het arme, weerloze volk van
Joegoslavië. (VN-Handvest; Navo-verdrag 1949, Art.
1)
(6)
DODEN EN VERWONDEN VAN WEERLOZE MENSEN IN HEEL
JOEGOSLAVIË.
Meteen op 24 maart
1999 begonnen de VS zonder oorlogsverklaring door het
congres met de steun en hulp van bepaalde
Navo-lidstaten, inclusief het Verenigd Koninkrijk,
Duitsland, Turkije, Spanje en Nederland, alsook
Hongarije, Kroatië, Italië en anderen, een in zijn
doelbepaling ongenuanceerde oorlog met raketten en
bombardementen tegen de bevolking van Joegoslavië.
Daardoor doodden en verwondden zij verraderlijk en
met voorbedachten rade duizenden Serviërs,
Kosovo-Albanezen, Roma, moslims,
christelijk-orthodoxe mensen, katholieken en
buitenlandse staatsburgers in heel Joegoslavië.
(Verdrag van Den Haag, Art. 22 en 23;Vierde Conventie
van Genève ter bescherming van burgers in
oorlogstijd, 1949, Art 19; Stellingen van het
Tribunaal te Neurenberg, Art. VI a, b en c;
VS-Grondwet Art. I, lid 8, punt 2.)
(7)
PLANNEN, BEKENDMAKEN EN UITVOEREN VAN AANVALLEN OM DE
REGERINGSTOP TE VERMOORDEN EN ANDERE LEDEN VAN DE
REGERING EN GESELECTEERDE BURGERS.
De VS maakten plannen,
kondigden ze aan en voerden ze uit voor
raketaanvallen en bombardementen met het doel, de
regeringsleider van Joegoslavië, leden van zijn
familie, andere regeringsleden en geselecteerde
burgers te vermoorden, om de aanwezige leiding uit te
schakelen en de meest intieme medewerkers tot aan
onderwerping toe te terroriseren. (VN-Handvest Art.
2; Conventie over het verhinderen, vervolgen en
straffen van misdaden tegen personen die onder
bescherming staan van het volkenrecht, inclusief
diplomaten, 1973; US Army Field Manual 27-10; US
Presidential Executive Order 12333; Aanvullend
verdrag van Genève 1977, Art. 48, 51.)
(8)
VERWOESTEN EN BESCHADIGEN VAN ECONOMISCHE, SOCIALE,
CULTURELE, MEDISCHE, DIPLOMATIEKE EN RELIGIEUZE
MIDDELEN VAN BESTAAN, VAN VERMOGEN EN VOORZIENINGEN
IN HEEL JOEGOSLAVIË.
Meteen op 24 maart
1999 begonnen de VS met de steun en hulp van bepaalde
Navo-lidstaten, inclusief het Verenigd Koninkrijk,
Duitsland, Turkije, Spanje, Nederland en anderen,
inclusief Hongarije, Kroatië en Italië,
systematische raketaanvallen en bombardementen op
middelen van bestaan, bezittingen en economische,
culturele, medische, diplomatieke en religieuze
voorzieningen. Deze werden door hen in heel
Joegoslavië met opzet verwoest, om de productieve,
economische, sociale, culturele, diplomatieke en
religieuze levensvatbaarheid van de hele maatschappij
aan te tasten. (Verdrag van Den Haag, Art. 22 en 23;
Verdrag van Genève, Art. 19; Aanvullend verdrag van
Genève 1977, Art. 48, 51, 52, 53; VN-Handvest, Art.
2; Conventie over onder bescherming staande personen;
US Army Field Manual 27-10; Exec. Order 12333;
ICESCR.)
(9)
AANVALLEN OP ZAKEN VAN PRIMAIRE LEVENSBEHOEFTEN VOOR
DE BEVOLKING VAN JOEGOSLAVIË.
Meteen op 24 maart
1999 begonnen de VS, met de steun en hulp van anderen
en met het vooropgezette doel, de bevolking van
Joegoslavië van levensmiddelen, water, elektrische
energie, produktie van voedingsmiddelen, medicijnen,
medische verzorging en andere primaire
levensbehoeften uit te sluiten, door beschieting met
raketten en bombardementen uit de lucht, door de
systematische verwoesting en het beschadigen van
voorzieningen voor de productie van voedingsmiddelen
en de opslag ervan, van water- en irrigatiewerken
voor de landbouw, van fabrieken voor kunstmest en
beschermingsmiddelen voor gewassen, van
farmaceutische bedrijven, ziekenhuizen en
voorzieningen in de gezondheidszorg alsook andere
voor menselijk overleven noodzakelijke zaken.
(Verdrag van Den Haag 1907, Art. 22 en 23; Vierde
Conventie van Genève 1949, Art. 19; Stellingen van
Neurenberg, Art. V a, b en c; Aanvullend verdrag van
Genève 1977, Art. 48, 54.)
(10)
AANVALLEN OP GEVAARLIJKE STOFFEN EN
ENERGIEVOORZIENINGEN.
De VS pleegden
aanvallen op chemische fabrieken en
opslagvoorzieningen, raffinaderijen, voorzieningen
voor verwerking en opslag van aardolie en aardgas,
kunstmestfabrieken en andere voorzieningen en plekken
met het vooropgezette doel om giftige, radioactieve
en andere gevaarlijke stoffen en energie op grote
schaal in lucht, bodem, grondwater en voedselketen in
te laten, om het milieu te vergiftigen en de
bevolking schade toe te brengen. (Stellingen van
Neurenberg, Art. VI; Verdrag van Den Haag, Art. 22 en
23; Verdrag van Genève over het verbod op het
gebruik van verstikkende, giftige of soortgelijke
gassen alsook van bacteriologische middelen in een
oorlog, 1925; Aanvullend verdrag van Genève 1977,
Art. 48, 51, 56.)
(11)
INZETTEN VAN VERARMD URANIUM, FRAGMENTATIEBOMMEN EN
ANDERE VERBODEN WAPENS.
De VS hebben tegen de
bevolking van Joegoslavië verboden wapens ingezet,
die in staat zijn massale verwoestingen te
veroorzaken en zonder uitzondering dood en verderf te
zaaien. Ondanks het weten over hun dodelijke werking
op de lange termijn en ondanks waarschuwingen van het
U.S. Nuclear Regulatory Committee vielen de Verenigde
Staten Joegoslavie aan met raketten, bommen en
wapens, die verarmd uranium bevatten en radioactieve
stoffen in lucht, bodem, grondwater en de
voedselketen verspreiden alsook in gebouwen, die door
uraniumhoudende raketten, bommen en wapens werden
geraakt.Daardoor stelden zij de bevolking van
Joegoslavië voor hele generaties bloot aan het
gevaar van dood, genetische beschadiging, kanker,
tumoren, leukemie en andere schade voor de
gezondheid. Ook werden op grote schaal
fragmentatiebommen ingezet, die in de wijde omgeving
superscherpe metalen deeltjes wegslingeren naar
ziekenhuizen, kerken, moskeeën, scholen, huizen en
andere dichtbevolkte plekken en zodoende dood,
verderf en materiële schade veroorzaakten. Naar het
inzetten van andere verboden wapens wordt nog
onderzoek gedaan. (Verdrag van Den Haag, Art. 22 en
23; Aanvullend verdrag van Gen?ver 1977, Art. 48, 51,
54, 55; Aanklacht van POONA wegens ondermijning van
wetenschap en technologie 1978.)
Lees
Deel 3
Vertaling uit het
Duits: Toos Plug