Deel 1

Aanklacht van de internationale onderzoekscommissie o.l.v. RAMSEY CLARK

Van de redactie

Manifest plaatst - in vier delen - de aanklacht van de onafhankelijke commissie van onderzoek naar de oorlogsmisdaden van de VS en de Navo tegen het Joegoslavische volk. Vandaag deel één. Deze aanklacht wordt ingediend om nieuwe slachtoffers van oorlog te voorkomen, schendingen van mensenrechten in de toekomst te verhinderen, internationale en nationale organisaties, regeringen en instituten te beschermen en diegenen, die schuldig bevonden worden aan de hen verweten daden, voor hun daden terecht te laten staan.

De aanklacht gericht tegen de met name genoemde regeringen, organisaties en personen, aldus:
- wegens misdaden tegen de vrede, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en andere schendingen van de stellingen van het Tribunaal van Neurenberg, het Verdrag van Den Haag, de Conventie van Genève en andere normen van volkenrecht en nationale wetgeving;
- wegens ernstige schendingen van het Handvest der Verenigde Naties, van het NAVO-verdrag en andere internationale verdragen, van het volkenrecht, van de grondwet van de BRD en de grondwet van de VS, de grondwet van andere landen, inclusief het Verenigd Koninkrijk, de Bondsrepubliek Duitsland, Turkije, Nederland, Hongarije, Italië, Spanje en andere regeringen van NAVO-lidstaten en van de Federatieve Republiek Joegoslavië;
- wegens ernstige schendingen van de Algemene Verklaring van de Rechten van de Mens, van het Internationale Verdrag over burgerlijke en politieke rechten, het Internationale Verdrag over economische, sociale en culturele rechten, de Conventie over het voorkomen en bestraffen van volkerenmoord en andere internationale verdragen, conventies, overeenkomsten, verklaringen en de hierin aangehaalde wetten van de landen afzonderlijk.

A. Aangeklaagd worden:
1. President William J. Clinton, minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright, minister van Defensie William Cohen, de bevelvoerende generaals en admiraals, de stafleden van de VS-strijdkrachten, die direct betrokken waren bij de planning en doelbepaling, de crew en het grondpersoneel van de bommenwerpers en jagers, die direct deelgenomen hebben aan de planning, het beschikbaar stellen en inzetten van raketten tegen Joegoslavië, medewerkers van de VS-regering, die het gebruiken van geweld in Joegoslavië voor of tijdens de bezetting door de NAVO in de hand hebben gewerkt, het hebben laten gebeuren en/of het niet hebben voorkomen, alsook anderen wier namen nog bepaald moeten worden.
2. In het Verenigd Koninkrijk: Premier Tony Blair, de minister van Buitenlandse Zaken, de minister van Defensie en de bevelvoerende generaals en admiraals, de stafleden van de strijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk, die direct betrokken waren bij de planning en doelbepaling, de bemanning en het grondpersoneel van de bommenwerpers en jagers, die direct deelgenomen hebben aan de planning, het beschikbaar stellen en inzetten van raketten tegen Joegoslavië, Britse militaire medewerkers en medewerkers van de Britse regering, die het gebruiken van geweld in Joegoslavië voor of tijdens de bezetting door de NAVO in de hand hebben gewerkt, het hebben laten gebeuren en/of het niet hebben voorkomen, alsook anderen wier namen nog bepaald moeten worden.
3. In de Bondsrepubliek Duitsland: de bondskanselier Gerhard Schröder, de minister van Buitenlandse Zaken, de minister van Defensie en de bevelvoerende generaals en admiraals, de stafleden van de strijdkrachten van Duitsland, die direct betrokken waren bij de planning en doelbepaling, de bemanning en het grondpersoneel van de bommenwerpers en jagers, die direct deelgenomen hebben aan de planning, het beschikbaar stellen en inzetten van raketten tegen Joegoslavië, Duitse militaire medewerkers en medewerkers van de Duitse regering, die het gebruiken van geweld in Joegoslavië voor of tijdens de bezetting door de NAVO in de hand hebben gewerkt, het hebben laten gebeuren en/of het niet hebben voorkomen, alsook anderen wier namen nog bepaald moeten worden.
4. De regering van ieder NAVO-land, dat direct deelgenomen heeft aan de aanvallen op Joegoslavië met vliegtuigen, raketten of mensen, de bevelvoerende generaals en admiraals, de stafleden van de strijdkrachten van de NAVO, die direct betrokken waren bij de planning en doelbepaling, de bemanning en het grondpersoneel van de bommenwerpers en jagers, die direct deelgenomen hebben aan de planning, het beschikbaar stellen en inzetten van raketten tegen Joegoslavië, militaire medewerkers van de NAVO en andere medewerkers, die het gebruiken van geweld in Joegoslavië vóór of tijdens de bezetting door de NAVO in de hand hebben gewerkt, het hebben laten gebeuren en/of het niet hebben voorkomen, alsook anderen wier namen nog bepaald moeten worden.
5. De regeringen van Turkije, Hongarije, Italië en andere landen, die het gebruik van steunpunten voor luchtwapens van de VS of andere militaire vliegtuigen en raketten voor de directe aanval op Joegoslavië op hun grondgebied toestonden.
6. De NAVO: de secretaris-generaal Javier Solana en opperbevelhebber generaal Wesley K. Clark.
7. Voor de rechter wordt gedaagd: Iedere NAVO-lidstaat, die vóór gestemd heeft voor de toestemming van een militaire aanval op Joegoslavië.

B. Punten van de aanklacht:

(1) PLANNING EN UITVOERING VAN DELING, ETNISCHE SPLITSING EN VERARMEN VAN JOEGOSLAVIË.
De VS, Duitsland, de NAVO en andere aangeklaagden waren al sinds 1981 erop uit de Federatieve Republiek Joegoslavië in meerdere delen te splitsen, diverse etnische, religieuze en andere groepen van elkaar te scheiden, opnieuw tussen hen 'echte' Balkan-grenzen te bouwen en de Slavische, Servische, moslim en andere bevolkingsgroepen te verzwakken. Daardoor hebben zij intern geweld veroorzaakt en voortdurend aangewakkerd, alsook directe aanvallen door de Verenigde Staten en bepaalde NAVO-lidstaten bevorderd. Het resultaat daarvan is, dat Joegoslavië, dat voorheen 25 miljoen mensen in een geïntegreerde maatschappij en economie verenigde, intussen uit veel kleine naties bestaat, waarvan Servië de grootste is. De aangeklaagden zijn van plan Joegoslavië zo ver op te delen, dat elk deel van Joegoslavië minder dan 5 miljoen mensen zal hebben, dat in elk deel merendeels een enkele etnische en religieuze groep zal wonen met een sterk onderdrukte economie, die verregaand door buitenlandse belangen zal worden beheerst. In deze delen hebben twee groepen, de christelijk-orthodoxe Serviërs en de moslims, het meest te lijden onder het verlies aan mensenlevens, schade aan hun bezit en een enorme afname aan productiviteit, die inmiddels tot driekwart is gereduceerd, alsook de verpaupering van een gehele generatie. (VN-Handvest: Verklaring over het verbod op ingrijpen in binnenlandse aangelegenheden van staten en het beschermen van hun onafhankelijkheid en soevereiniteit; Verklaring van non-interventie, 1965, Resolutie van de VN-Veiligheidsraad nummer 2131)

(2) TOEBRENGEN, AANWAKKEREN EN BEVORDEREN VAN GEWELD TUSSEN MOSLIMS EN SLAVEN ALSOOK BINNEN DEZE GROEPEN.
De VS en andere aangeklaagden waren al sinds 1981 erop uit, moslims en christelijk-orthodoxe Slaven in geweld met broedermoord en uitputtingsoorlogen onder te dompelen, net als in Afghanistan en Tsjetsjenië tussen moslims en Russische Slaven. Dit leidde in Bosnië, Kosovo en elders tot dood, verwoesting en tweedracht tussen de groepen en in andere regio's tot gevaarlijke spanningen en vijandschap tussen de twee voornaamste tegenstanders van de VS, tussen de Slavische volkeren en de moslims, waardoor ze allebei verzwakt werden. De tactiek hierin was, kleine moslimgroepen per incident te voorzien van wapens voor de aanval op anderen of in Bosnië voor voldoende zelfverdediging, of ook de levering juist te stagneren, het UCK tot de aanval op Servische politie en Joegoslavische militairen over te halen, ze op te leiden en uit te rusten, om in Kosovo tijdens de bezetting van de NAVO de controle over te nemen en Serviërs en anderen aan te vallen, ingrijpen van buiten ter voorkoming en controle van het geweld te verhinderen, gewelddaden tegen mensen, die door de bombardementen van de VS en de NAVO, door het UCK en de Joegoslavische politie alsook door militaire grondacties verdreven werden, uit te oefenen, op te roepen en toe te staan, gevechten tussen Joegoslavische militairen, politie en burgers aan de ene kant en het UCK, para-militairen van Albanese-Kosovo signatuur en burgers aan de andere kant uit te lokken en te bevorderen, aanvallen op ontheemden, repatriërenden, alsook mensen, die in Kosovo gebleven waren, vóór en na de bezetting van Kosovo door de NAVO en de VS zonder meer te aanvaarden en niet te verhinderen. In 1999 veroorzaakten de VS de meeste dodelijke slachtoffers, schendingen en verwoestingen door aanvallen met luchtwapens en raketten tegen alle delen van de bevolking en hun verzorgingssysteem. (VN-Handvest, Art. 2: Verklaring van non-interventie; Resolutie over de definitie van agressie, 1997; Resolutie van de VN-Veiligheidsraad nummer 3314.)

Lees Deel 2

Vertaling uit het Duits: Toos Plug