Deel I

IN KOSOVO HEEFT DE NAVO EEN HEERSCHAPPIJ VAN TERREUR GEVESTIGD.

Door Michel Chossudovsky (*)

Dit artikel werd op 31 juli 1999 aan de onafhankelijke commissie voor het onderzoek naar VS- c.q. NAVO-oorlogsmisdaden tegen het Joegoslavische volk, in het International Action Center te New York, voorgelegd. Manifest plaatst het in delen. Het is in z'n geheel op de NCPN/Manifest website te vinden: www.ncpn.nl.

Deel I: Moordpartijen op burgers in Kosovo
Deel II: Van Krajina naar Kosovo: Perspectief / Lijnen voor de toekomst
Deel III: Na het beëindigen van het conflict -- De dagorder van de NAVO voor Kosovo

(Voetnoten steeds op het einde van ieder deel)

DEEL I: MOORDPARTIJEN OP BURGERS IN KOSOVO

Terwijl de aandacht van de hele wereld is gevestigd op troepenbewegingen en oorlogsmisdaden, werden de moordpartijen op burgers, die op het einde van de bombardementen volgden, terloops als "legitieme wraakactie" afgedaan. In het bezette Kosovo wordt met "twee maten" gemeten, als het erom gaat, oorlogsmisdaden in te schatten. De moordpartijen, waarvan Serviërs, Roma en andere etnische groepen het slachtoffer zijn geworden, waren op bevel van het militaire oppercommando van het Kosovo-'bevrijdingsleger', het UCK, uitgevoerd.

De NAVO ontkent elke participatie van het UCK. Deze zogenaamde "zinloze daden van geweld en wraak " worden niet als "oorlogsmisdaden" opgevat en vallen zodoende niet onder de verantwoordelijkheid van de talrijke rechercheurs van FBI en Interpol, die onder auspiciën van het Internationale Tribunaal voor Oorlogsmisdaden in Den Haag naar Kosovo werden gestuurd. Alsof dat nog niet genoeg was, gaan de commandanten van het UCK, die verantwoordelijk zijn voor de moordpartijen, onder de bescherming van KFOR, die eigenlijk de internationale veiligheidstroepen in Kosovo moeten zijn, gewoon door, terwijl de NAVO stilzwijgend de zelfbenoemde voorlopige regering van het UCK ondersteunt. Door deze handelwijze zijn de vertegenwoordigers van de NAVO en de VN medeschuldig aan de moordpartijen op burgers. Op zeer grove wijze is de publieke opinie op een dwaalspoor gebracht. Heel terloops hebben de media in het Westen bij het beschrijven van de moordpartijen de rol van het Kosovo-'bevrijdingsleger' gewoon over het hoofd gezien. En over het doordringen van het UCK in de georganiseerde misdaad werd al helemaal niets gezegd. Volgens Samuel Berger, de adviseur van de VS-president inzake nationale veiligheid, komen "de mensen [de Kosovo-Albanezen] met gebroken harten terug en sommige harten zijn vervuld van toorn."(1). Terwijl de moordpartijen zelden worden weergegeven als het resultaat "van bewuste besluiten" van het militaire oppercommando van het UCK, zijn er genoeg bewijzen, dat de gruwelen een deel zijn van een politiek (van het UCK) "van etnische zuivering", die voornamelijk is gericht tegen de Servische bevolking, maar ook tegen Roma, Montenegrijnen, Gorani en Turken. Dit wordt ook bevestigd door de geschiedenis van het UCK.

"Huizen en winkels van Serviërs zijn geconfisceerd, geplunderd of in brand gestoken. De Serviërs zijn in elkaar geslagen, verkracht en gedood. Een zeer ingrijpende gebeurtenis was, toen troepen van het UCK een klooster vernielden, de priester en een groep nonnen met machinegeweren onder schot hielden en zeker één van de nonnen hebben verkracht. Het onvermogen van de NAVO - of is het gebrek aan goede wil - om het UCK krachtdadig te ontwapenen, heeft ook voor de troepen van de NAVO een zeer ernstige situatie teweeggebracht...(2)

De Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) bevestigde: "In de zeven weken, sinds de KFOR-troepen onder leiding van de NAVO in Kosovo hun intocht hielden, hebben meer dan 164.000 Serviërs de provincie verlaten. ...Er volgde een golf van brandstichting en plundering van huizen van Serviërs en Roma, dwars door Kosovo".

De Serviërs en Roma, die in Kosovo bleven, werden steeds weer slachtoffer van molest, intimidatie en bruut geweld. Het ergste is de reeks moorden en ontvoeringen, sinds half juni, gericht tegen de Serviërs, inclusief de moordpartij op Servische boeren eind juli.

POLITIEKE MOORDEN
De zelfbenoemde voorlopige regering van Kosovo (PRK) beval ook de moord op haar politieke concurrenten, inclusief de "loyale" Kosovo-Albanezen (degenen, die loyaal gebleven waren ten opzichte van de Joegoslavische regering in Belgrado, vert.) en de aanhangers van de Democratische Liga van Kosovo (DLK) van Rugova. Deze moorden werden in een sfeer gepleegd, waarin niemand ook maar probeerde deze daden te verhinderen. In plaats van gearresteerd te worden wegens oorlogsmisdaden, staan de leiders van het UCK onder de bescherming van KFOR.

Nog tijdens het (NAVO)bombardement publiceerde het Instituut voor Buitenlandse Zaken van de VS een rapport, waaruit bleek, dat het UCK geen enkel bezwaar had, "medewerkers van Rugova, die door het UCK werden beschuldigd van de "misdaad" van matiging, te vermoorden." Het UCK verklaarde Rugova tot "verrader"; de volgende stap bij de eliminatie van alle eventuele concurrenten in de strijd om de macht in Kosovo. (4)

Al in mei van dit jaar werd Fehmi Agani, een van de meest intieme medewerkers van Rugova in de DLK, vermoord. De NAVO-woordvoerder Jamie Shea beschuldigde destijds de Serviërs van deze daad. Maar de Macedonische krant Makedonija Danas onthulde, dat "Agani in opdracht van de zelfbenoemde minister-president Hashim Thaci werd geëxecuteerd." (5) Als hij (Thaci) daadwerkelijk Rugova zou zien als een bedreiging van zijn aanspraken op de macht, dan zou hij niet aarzelen om Rugova uit de politieke wereld van Kosovo te verwijderen. (6)

Het UCK heeft reeds talrijke vakmensen en intellectuelen ontvoerd en gedood: "Privé-eigendom en eigendom van de staat zijn in gevaar. Massaal worden de bezitters van huizen en appartementen onder bedreiging en met geweld uit hun woningen verdreven. Huizen en hele dorpen worden gebrandschat. Culturele en religieuze monumenten worden verwoest. Bijzonder erg waren de gebeurtenissen in het ziekenhuis van Pristina: Het vakbekwame management, de artsen en het verplegend personeel werden mishandeld en verdreven." (7)

Maar zowel de NAVO als ook de VN doen liever alsof ze niets zien. De interimbeheerder van de VN, Bernard Kouchner, (een voormalig Frans minister van gezondheidszorg), en KFOR-commandant Sir Michael Jackson hebben een goede, geregelde arbeidsverhouding opgebouwd met "minister-president Hashim Thaci en de stafchef van het UCK, brigadegeneraal Agim Ceku".

GRUWELEN TEGEN ROMA
De etnische zuiveringen door het UCK zijn ook gericht tegen de groep Roma, die vóór het conflict in Kosovo bestond uit ca. 150.000 mensen. (Dit getal is gebaseerd op gegevens, die de Roma-gemeenschap in New York heeft verstrekt). Een groot deel van de Roma-bevolking is al naar Montenegro en Servië gevlucht. De pers berichtte, dat Roma, die met de boot naar Zuid-Italië waren gevlucht, door de Italiaanse autoriteiten weer naar huis werden gestuurd. (8)

Het UCK heeft ook het systematisch plunderen en inbrandsteken van de huizen van de Roma-gemeenschap bevolen: "Alle huizen en woonwijken van de Roma, zoals de 2.500 huizen in woonwijk "Mahala" van de stad Kosovska Mitrovica, zijn geplunderd en in brand gestoken." (9)

De persberichten over de gruweldaden, die het UCK de Roma heeft aangedaan, werden echter op de welbekende wijze vervalst. De BBC berichtte onder meer: "Zigeuners worden door Kosovo-Albanezen ervan beschuldigd, met de Serviërs te hebben gecollaboreerd; daarom zijn zij ook slachtoffers van wraakaanvallen geworden. (En de waarheid is, dat sommigen waarschijnlijk gecollaboreerd hebben.)" (10)

VESTIGING VAN EEN PARA-MILITAIRE REGERING
Terwijl de politieke leiders van het Westen van hun ondersteuning van de democratie luidkeels in de wereld kond doen, is de staatsterreur tot een essentieel onderdeel van het NAVO-plan-voor-na-de-oorlog voor Kosovo geworden. De politieke rol van het UCK voor de periode na de oorlog was reeds lang van tevoren uitgewerkt. Al vóór de conferentie van Rambouillet is aan het UCK een centrale rol beloofd bij het samenstellen van een regering voor Kosovo na afloop van de crisis. In de geheime plannen werd aangegeven, dat het para-militaire UCK in een legitieme overheid van burgers omgevormd zou worden.

Verklaring van de woordvoerder van het VS-ministerie van Buitenlandse Zaken, James Foley, (februari 1999): "Wij willen een goede verhouding met hen [het UCK] opbouwen, terwijl zij veranderen in een politiek georiënteerde organisatie. Wij geloven, dat wij hen veel goede raad en hulp kunnen geven, als zij gaan veranderen in de politieke kracht, die wij willen. (11)

Dat betekent niet anders, dan dat het VS-ministerie van Buitenlandse Zaken al heel lang van plan was aan de "voorlopige regering" van het UCK toestemming te verlenen om de burger-instanties van de staat te leiden. Onder de "indirecte heerschappij" van de NAVO heeft het UCK al burgemeestersposten en andere openbare ambten overgenomen, inclusief scholen en ziekenhuizen. Rame Buja, "minister voor bestuur op gemeentelijk niveau" van het UCK, heeft in 23 van de 25 stedelijke besturen de burgemeester benoemd. (12)

Onder de heerschappij van de NAVO heeft het UCK de positie overgenomen van de voorlopige Kosovo-regering van president Ibrahim Rugova, die democratisch door de etnische Albanezen was gekozen. De zelfbenoemde regering van het UCK heeft Rugova tot verrader uitgeroepen en de (tegelijkertijd) gehouden parlementsverkiezingen van de Kosovo-Albanezen in maart 1998 ongeldig verklaard.

Deze positie werd in z'n essentie gesteund door de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OSCE), die na afloop van de oorlog door het UNMIK werd belast met de taak voor het "democratisch opbouwen" van en het "goed regeren" in Kosovo. In plaats daarvan hebben de ambtenaren van de OSCE reeds een goede arbeidsverhouding met vertegenwoordigers van het UCK opgebouwd. (13)
De voorlopige UCK-regering bestaat uit de politieke vleugel van het UCK en de Democratische Beweging voor Aansluiting (LBD), een coalitie van vijf partijen, die de oppositie vormt tegen de Democratische Liga (LDK) van Rugova. Naast het ambt van minister-president controleert het UCK het ministerie van Financiën, het ministerie voor Openbare Veiligheid en het ministerie van Defensie. Het UCK heeft ook de doorslaggevende stem in de overgangsraad voor Kosovo, die door de VN werd ondersteund en ingesteld door Mr. Bernard Kouchner. De voorlopige UCK-regering heeft bovendien de verbinding met een aantal Westerse regeringen weer hersteld.

Terwijl het UCK onder leiding van de OSCE aangemoedigd werd om burger-instanties te leiden, werden de leden van de democratisch, door de Kosovo-Albanezen, gekozen (voorlopige) regering van de Democratische Liga (de DLK van Rugova) op brute wijze uitgerangeerd en van iedere zinvolle rol in de politiek uitgesloten.

UCK-POLITIE TER 'BESCHERMING VAN DE BURGERS'
Onder de bezetting door de NAVO zijn belangrijke grondslagen van het recht vaak geheel op z'n kop gezet. Misdadigers en terroristen moesten politiemensen worden. Leden van het UCK, die reeds politiebureaus overgenomen hebben (en die al in opdracht van de VN door buitenlandse politie-officieren opgeleid worden), moeten uiteindelijk een 'burger'-politiemacht worden van zo'n 4.000 man sterk, met de opdracht "de burgers te beschermen". ....De UCK-politie zal onder toezicht staan van het "ministerie voor Openbare Veiligheid", dat door het UCK wordt gecontroleerd.

MILITAIRE HULP VAN DE VS
Hoewel de NAVO de verplichting was aangegaan om het UCK te ontwapenen, wijst alles erop, dat het de bedoeling is, dat de para-militaire organisatie veranderd wordt in een moderne militaire macht. Het Amerikaanse congres heeft in het kader van de "wet voor onafhankelijkheid en gerechtigheid in Kosovo" van 1999 reeds zogenaamde "veiligheidsondersteuning" voor het UCK toegezegd. De eerste 20 miljoen dollar zullen voor een overgroot deel gebruikt worden voor "training en steun van de door het UCK beschikbaar gestelde krachten ter zelfverdediging". (15)

Stafchef Agim Ceku van het UCK zei hierover: "Het UCK wil graag een soort nationale garde worden naar het voorbeeld van de VS. ...Wij aanvaarden de hulp van KFOR en van de internationale gemeenschap, die ons bij het vormen van een modern leger, naar NAVO-normen, ondersteunt. De goed opgeleide beroepssoldaat van de volgende generatie van het UCK zal zich alleen bezighouden met de verdediging van zijn Kosovo. In deze beslissende situatie verstoppen wij [het UCK] onze doelstelling niet en wij hopen, dat de internationale militaire structuren ons bij onze vredelievende en humanitaire inspanningen zullen helpen." (16)

Terwijl het UCK nog steeds nauw verbonden blijft met de internationale drugshandel, - in het verleden zijn heel wat inkomsten aangewend om terroristische activiteiten te financieren - krijgt het UCK nu (van de NAVO, vert.) de officiële wit-was-vergunning en zo legale geldbronnen. De ontwikkeling gaat hierbij ongeveer zoals het ging in Kroatië, maar ook als in de Bosnisch-Kroatische moslimfederatie in Bosnië. In beide landen heeft het ministerie van Defensie van de VS zogenaamde "uitrustings- en trainingsprogramma's" opgezet. Met dit verschil, dat het militaire hulpmiddelenpakket uit Washington voor het UCK toevertrouwd werd aan het privé-consortium voor huurlingen, het "Military Professional Resources Inc. (MPRI)". Het huurlingenconsortium is vlakbij Washington gevestigd in Alexandria, Virginia, en wordt geleid door voormalige hoge officieren van het VS-leger, die zeer nauw samenwerken met de VS-regering.

Het trainingsschema van MPRI, dat reeds in Kroatië en Bosnië werd beproefd, is gebaseerd op het overbrengen van de idee, dat "offensieve tactiek de beste vorm van verdediging is". (17) In Kosovo wordt door deze zogenaamde "verdedigingsdoctrine" het UCK omgevormd tot een modern leger, dat echter het aanzien van terrorisme zo niet kwijtraakt. (18) Het doel is, het UCK tenslotte te veranderen in een modern leger en een moderne politiemacht, die ten dienste staat van toekomstige strategische doelen van de NAVO-alliantie op de Balkan. Het MPRI-huurlingenconsortium heeft op dit moment "93 zeer ervaren, voormalig militaire, vakmensen in Bosnië-Herzegovina ingezet". (19) Het aantal voormalige officieren, dat in opdracht van de VS-regering het UCK traint, is niet bekend gemaakt.

Einde van deel I>
Voetnoten bij deel I:
1. Interview met Jim Lehrer in News Maker, PBS, 26 juli 1999.
2. Commentaar van Stratfor "Growing Threat of Serbian Paramilitary Action in Kosovo", 29 juli 1999.
3. Organisatie Human Rights Watch, 3 augustus 1999.
4. Zie Michael Radu, "Don't Arm the KLA", CNS, commentaar van het Instituut voor Buitenlandse Zaken, 7 april 1999.
5. Bericht van Tanjug Press, 14 mei 1999.
6. Commentaar van Stratfor, "Rugova Faced with a Choice of Two Losses", 29 juli 1999.
7. Federaal ministerie van Buitenlandse Zaken, dagelijks Joegoslavië-overzicht, Belgrado, 29 juni 1999.
8. Bericht van Hina Press, Zagreb, 26 juli 1999.
9. Idem.
10. Bericht van BBC, Londen, 5 juli 1999.
11. New York Times, 2 februari 1999.
12. Financial Times, Londen, 4 augustus 1999.
13. Zie Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, missie in Kosovo, besluit 305 van de Permanente Raad, plenaire zitting 237, PC Journaal nr. 237, agenda punt 2, Wenen, 1 juli 1999 .
14 Verklaring van Top in Sarajevo, 31 juli 1999.
15. Congress-zitting 106, 15 april 15, HR 1425.
16. Interview met staf-chef, commandant Agim Ceku van het UCK, Kosovo-pers, 31 juli 1999.
17. Zie "Building a Bosnian Army" van Tammy Arbucki in Jane International Defence Review, augustus 1997.
18. Idem.
19. In Military Professional Resources: "Personnel Needs"

Deel II- Van Krajina naar Kosovo- Lijnen voor de toekomst - Perspectief

(*) Duitse vertaling op E-Mail van Rainer Rupp, uit het Duits vertaald door Toos Plug